woensdag 3 oktober 2012

ARMAND: Ik ben een Folksinger


Het "Garage" beatfestijn, dat het jonge bestuur van Circuit '67 zaterdagavond had gecreëerd in de grote garage/werkplaats van de firma Hoogendoorn aan de Nieuweweg, is bepaald een succes geworden.
Ongeveer 600 tieners, al dan niet geminirokt, bezochten het beatevenement en hun hippe verschijningen zorgden al spoedig voor een gepaste sfeer in de immense ruimte. 

De Utrechtse beatband Wo?W exalteerde 't jonge publiek vrijwel onmiddelijk en de meest vreemdsoortige dansen — identiek met de laatste beatmode— werden vol vuur en verve gedemonstreerd. Hoofdschotel van de avond was het optreden van protestzanger Armand, die in totaal ruim veertig minuten voor het (afwezige) voetlicht verscheen. In de pauze stond Armand — alias Herman George van Loenhout —  ons een interview toe.

Toen de succesvolle Eindhovenaar de zaal betrad, quasi-onverschillig met een sigaret in zijn mondhoek, toonden de tieners zich bijzonder enthousiast. Dat was dan ook de grootste ovatie, welke Armand in ontvangst kon nemen, want het publiek beloonde de nummers die hij ten gehore bracht maar matigjes, waarschijnlijk overrompeld door zijn sterk realistische teksten.

Armand
In de pauze beantwoordde Armand onze eerste vraag — hoe hij het Veenendaalse publiek vond —  als volgt:
"Ik vind het een fijn publiek. Het feit, dat ze bijna niet applaudiseren is voor mij een teken, dat er wordt geluisterd. De groep joelende bietenbouwers achterin (een vrij grote menigte achterin de garage, die gedurende zijn tophit "Ben Ik Te Min" 'n oorverdovend "ja" liet horen wanneer Armand de gelijknamige passages zong, red.) snapt er niets van."
Armand toonde zich een weloverwogen spreker, waarvan een grote sympathie uitgaat. Zijn teksten voor de songs schrijft hijzelf en zijn in veel gevallen werkelijk schokkend. "Men heeft mij voor het optreden gevraagd mijn teksten te kuisen, maar daaraan heb ik geen gehoor gegeven. In totaal heb ik één couplet weggelaten, dat was wel érg gewaagd, voor dit jonge publiek. Ik heb overigens een hekel aan de betiteling "protestzanger". Folksinger zou ik genoemd willen worden, want dat ben ik. Ik zing waarheden en ik zing ze onverbloemd. Wanneer men dat  protest wil noemen …"
Armand gaat op korte termijn naar Amerika om Bob Dylan te bezoeken, zijn grote idool. Boudewijn de Groot vindt hij een verdienstelijk zanger, maar hij betreurt, dat de teksten van zijn nummers niet door hemzelf geschreven zijn. Over drie weken verschijnt er een LP van Armand en de single die ongeveer tegelijkertijd van de pers komt is een vervolg van "Ben Ik Te Min". "Wanneer het publiek mij beu is, ga ik verder als componist en daarin bouw ik dan mijn toekomst op. Wat eer rotwoord: toekomst!"
Armand, een eenvoudige knaap, die de laatste tijd opmerkelijke successen boekt. Zijn songs zijn soms wat wreed en sterk realistisch. Hij bezit een zeer aparte stem, en begeleid zichzelf op gitaar.

(De Vallei, 17 april 1967), met dank aan Henk Roor, die dit artikel ter beschikking stelde.

Te min...?

Naar aanleiding van het optreden van de gitarist-zanger Paul Armand op zaterdagavond j.l. in garage Hogendoorn, wilde ik gaarne in onderstaande ingezonden stuk mijn visie geven op de m.i. voorgewende verontwaardiging van het jeugdige publiek over voornoemd zanger.
In de ruime werkplaats van een bekend garagebedrijf te Veenendaal hadden zich zaterdagavond j.l. enkel honderden jongeren verzameld om te dansen op de door de beatgroe W.O.?W. geproduceerde geluiden. Ik ben van mening, dat deze groep, naar mate de avond vorderde, meer succes had, dan de van radio en t.v. bekend zanger Paul Armand, die vooral de laatste tijd door zijn lied "Ben ik te min?" in het nieuws gekomen is.
Deze, aanvankelijk met stormachtig gejuich ontvangen protestzanger, werd aan het eind van zijn repertoire nauwelijks een applaus gegund.
Zeker, Armand heeft zijn best gedaan. Velen hebben ervan genoten uit zijn mond het vuil te horen, dat ze zelf slechts in groepsverband op straat en in automatieken spuien.
Wanneer ze het dan iemand voor de microfoon ten overstaan van een groot publiek horen doen, verloochenen ze zich, en fluiten hem uit, omdat hen de spiegel voorgehouden wordt.
Ze hebben van Armand genoten, die, terwijl hij alle "heilige huisjes" omver trapte zijn "programma", onder luide protesten uit de zaal, vergenoegd voortzette en, omdat hij nu toch eenmaal bezig was 'en passant" ook maar even de godsdienst een knauw meende te moeten geven.
Het publiek wist wie er kwam en het was besloten zijn fatsoen ten toon te spreiden en bij zijn tweede optreden had het zich dan ook volkomen op de gore taal afgestemd, waarbij de waarheden, die toch onmiskenbaar in  zijn songs verborgen zitten, aan de oren voorbij gingen.
Natuurlijk kan men niet iedereen over één kam scheren en er waren er genoeg, die oprecht verontwaardigd de zaal verlieten, toen hij in zijn lied tegen het Christendom hun God op een gruwelijke manier lasterde.
Als hij maar een greintje respect voor wat velen heilig is in zijn lijf had, had hij deze songs achterwege gelaten, hoewel ik ervan overtuigd ben, dat hij hiermede geen godslastering voor had.
En-fin al met al was het een avond vol sensaties en ik kan met de beste wil van de wereld niet begrijpen, hoe men er toe komt uitgerekend deze knaap voor de jeugd van Veenendaal te laten optreden.
Armand zal nu elders de schenen beurs trappen, maar in Veenendaal zal hij na zijn afgang van zaterdag nimmer weer voor het voetlicht verschijnen.
Dat blijft voor hem voor altijd gedoofd en daar heeft hij dan ook om gevraagd.
Ondanks alles mag ik hem wel, die Armand. Hij Is eerlijk en staat tenminste niet te huichelen.
Wat dat betreft kunnen velen nog wat van hem leren
P.J. de Vries, Rhenen, 19 april 1967

Geen opmerkingen: