vrijdag 28 maart 2014

BEELDENDE KUNST IN VEENENDAAL

In galerie 't Lanterentje:
Aat Veldhoen, een romantisch realist met heel gevoelige lijnvoering

Als ik in dit blad trouw de rubriek "Kijk op de kerk" volg, en daarin regelmatig de woorden van predikanten en priesters lees bij gelegenheid van komst of vertrek, spreekbeurt, lezing, causerie of vraaggesprek, denk ik wel eens ondeugend en oneerbiedig: De Heer ziet uit den hoge glimlachend op ons neer en zegt: "Lieve mensenkinderen, alles heb Ik u gegeven. Ik schonk u Mijn Zoon, Ik schonk u leven, rede, wil en gevoel, kennis, wetenschap en kunsten, vernuft en Mijn schone schepping. Enigen uwer werden bestuurders In hun gebied, mannen groot door gezag, en begaafd met voorzichtigheid, machthebbers onder uw volk, die door hun verstandig beleid aan de hunnen het heilzaamste onderricht geven. Anderen dichten zangen op maat en stellen liederen op schrift of zijn op andere wijzen scheppers van schoonheid. Sommigen van u kappen beelden die zij weten te bezielen met leven. Of zij schilderen landschappen, stillevens en portretten waaruit Mijn beeld en gelijkenis uitstraalt.
Ook zijn er die de ruimte weten te omhuilen en kerken, raadhuizen, woningen, scholen en stations bouwen. Weer anderen beoefenen de kunst van het vuur en branden glas of kneden potten, schalen en vazen.
Maar gij?
Vaak waardeert gij alleen de arbeid, het vernuft, dat gij in de techniek zo hoog opvoert dat gij de ruimte kunt ontdekken en zachte landingen op de maan weet te doen. Of gij beijvert u met theologische vraagstukken en geschillen uw geest te pijnigen. Gij vergeet dikwijls geheel te genieten van Mijn schone schepping, die uit Mijn hand voortkwam, en van de werken van kunst, waartoe Ik het vermogen aan enkelen van u in het hart legde …"

Ik kwam tot deze bijbelsgetinte gedachten toen ik weer mooie dingen zag in Galerie 't Lanterentje.
Ditmaal is het Aat Veldhoen, een nog jong kunstenaar uit 1934, die etsen, litho's, rotoprenten en schilderijen toont.
Veldhoen is uitgesproken een wat romantisch geaard realist.
Hij wendt  zich tot de natuur vaak in haar grootse verlatenheid, maar vooral tot de mens die hij in de grote perioden van het leven uitbeeldt: huwelijk, geboorte, jeugd, bloei, ziekte en dood. Hij weet die grote motieven neer te schrijven in heel gevoelige lijnen die verwondering, weemoed, deernis en tederheid vertolken.
De zieke vrouw (5), een ets uit 1959, is Rembrandt waardig, evenals de zieke (12) in 1962 ontstaan.
De operatie (34) uit 1962 is minder sterk, minder geheimzinnig, minder de riskante situatie van de mens verbeeldend dan die uit 1959, die ik eerder elders zag.
Van de vele narcose- en intubatieprenten is er maar één aanwezig, de navrante tekening no. 40. (Intubatie is het brengen van een buisje in de luchtpijp.)
Maar meer dan de ziekte fascineert hem de geboorte van de mens, de zwangere en barende vrouw.
Het wonder van de komst in het leven geeft hij vaak in grote verwondering en met eerbied vrijmoedig weer, zoals in no. 25.
Het mysterie van de liefde, de wederzijdse overgave, obsedeert hem fel.
Delicaat en als verdroomd is bovenal no. 20, waarvan een vergroot detail (18) de levendige lijnvoering toont.
Veldhoens prent brengt mij het kwatrijn van Omar Khayyam op de lippen (vertaling P. C. Boutens):

Mijn dorst lei lippen aan kruiks koelen mond.
Sliep het geheim des levens op haar grond
Daar voer een fluistring door de vochte kussen:
Drink lang en diep: Ik kom maar één maal rond.

In enige prenten ontbreekt naar mijn ethische, dus niet esthetische, smaak de nodige schroom.
Het levensmysterie, het liefdesspel vraagt omhulling, beschutting.
Ik schrijf dit niet als zedelijkheidsapostel maar omdat een dergelijk rauw realisme de liefdesdaad van alles ontdoet, van droom, trance, tederheid, geborgenheid, in één woord van het psychische en niets dan het biologisch-driftmatige animale overhoudt.
De coïtus verwordt hier tot copulatie. Veldhoen wil toch niet Van de Velde's technieken in diens Volkomen huwelijk illustreren?
Daarvoor is hij een te groot en te begaafd artiest.

Gekleurde vrouw
Een prent als moeder en kind (38) uit 1958 is in tegenstelling met genoemd choquerend realisme vervuld van eerbiedige tederheid, evenals de prent met hetzelfde onderwerp uit 1964, opgehangen aan de wand met rotoprenten.

De jeugd. de levensbloei, is een gegeven dat Veldhoen herhaaldelijk behandelt. De vele naakten en halfnaakten in uiterst gevoelige lijnen getekend zijn heel fraai: Veldhoen idealiseert het vrouwelijke lichaam niet zoals de meesters van de Renaissance deden.
Door scherpe waarneming verbeeldt hij het met grote respectvolle oprechtheid, maar weet het door zijn gevoelige lijnvoering te sublimeren. Heel mooi zijn bovenal de nummers 6, 11 en 16 In deze serie.
Aangrijpend Is het verval van de mens (27) uitgebeeld in de naakte oude vrouw.

Ik noemde hierboven al de naam Rembrandt, aan wie Veldhoens prenten vaak doen denken.
Ook Rembrandts etsen bezitten vaak dat beklemmende en dan weer bevrijdende realisme waarmede hij de mens in zijn verschijning en daden gadesloeg.

Veldhoen is ook een bekwaam portrettist. Het pièce de résistance van deze tentoonstelling is ongetwijfeld het portret van de kunstenares Ro Mogendorff (8) een litho uit 1962.
De ogen in het hoofd dat rust in de grote gevoelige handen zien ons aan alsof de geportretteerde zeggen wil: Multatuli, ik heb veel geleden.
De andere portretten. dat van de vliegenier, de priester, de militair, de bisschop, zijn minder indringend van karakteruitbeelding.

Slapende vrouw
De natuur, het landschap, de vegetatie laten Veldhoen evenmin onberoerd.
Zijn landschappen zijn vaak donker en dreigend, vervuld van een mysterieuze geladenheid.
Ik denk aan de nummers 28 en 32 en het fraaie landschap met agave (31) en no. 33 met de suggestieve ruimteverbeelding, dat het realisme van 17de-eeuwse landschapetser voortzet.

De vegetatie krijgt bij Veldhoen iets vreemds, spookachtigs als in de cacteeën (15) uit 1960, de schelpachtige figuren (37) en de betovering van riet en bomen aan de wand met rotoprenten.
(Met de geringe prijs hiervan tracht Veldhoen een zo groot mogelijk publiek te bereiken.)
Tussen die prenten vielen mij op de bekoorlijke roos, de duistere vijver en de palmen.

Veldhoen is de laatste jaren gaan schilderen. De monsterachtige ruimtevaarder (14) uit 1958 is zwak van compositie en kleurstelling. In het kanon (19) en de raketten (1) poogde de schilder een suggestie van onheil te beelden, hetgeen niet erg gelukt is. Veel beter zijn de twee portretten van exotische vrouwen (23 en 29), de psyche onthullend, maar bovenal fraai van kleurwerking.

Samenvattend: een rijke expositie van werken van een begaafd kunstenaar, die vrijmoedig, hartstochtelijk en vol emotie het leven tegemoet treedt, een tentoonstelling, een bezoek zeker waard.

D. Philips.
(De Vallei, 7 juni 1966)

Ook ik heb deze tentoonstelling bezocht in 't Lanterentje, in mijn beleving een onbewoonbaar verklaarde woning ergens in de Hoofdstraat. Ik kende Veldhoen van zijn rotaprinten, met vetkrijt op gepolijste aluminium platen een tekening maken en vervolgens afdrukken als een litho. Lekker snel, zonder zware lithostenen. De prenten werden gedrukt op de persen van de offsetdrukkerij Peco te Amsterdam. Aat Veldhoen verkocht zijn Rotaprinten voor fl. 1.- vanaf een bakfiets. De oplages waren niet gelimiteerd, en worden nog steeds aangeboden voor redelijke prijzen. Het was ook de eerste keer dat ik vrijwillig naar een galerie ging.
(gerard)

woensdag 26 maart 2014

PERSOONLIJK REAGEREN MET EEN HIPPE KNOOP

Consumenten zoeken onder jonge mensen 

De speldjes zijn vergeten, de sleutelhangers hebben het nauwelijks gedaan.
Sinds een paar weken hebben de verzamelaars een nieuw werkterrein: de Nederlandstalige button, de knoop of zo men wil, de hippe knoop.
Het komt (uiteraard) uit Amerika en het heeft er slechts tien jaar over gedaan om hier te komen.
Het begon met "I like Ike" en bij ons met "Ban de bom".
Nu rouleren er in Nederland driehonderdduizend knopen van eigen bodem, met 21 verschillende teksten.
Dat varieert dan van "Hoera voor Alexander van Oranje" tot "Werkschuw" en "Ik leef".
Van humor, provocatie of reclame is nog geen sprake.
De Nederlander is (nog steeds?) te gauw geschokt.

ACHTERGROND
De man die de "tekstknopen" hier zakelijk voorbereidt, woont tienhoog aan de Rotterdamse Maasboulevard.
Hij heet J.J. Labey, noemt zichzelf marketing-adviseur, is 43 jaar, gekleed in klassiek tenue; blauwe blazer, grijze broek en vindt zichzelf "een typische achtergrondfiguur".
Over zijn knopen praten wil hij wel, temidden van twee gigantische schilderstukken (Kees van Bohemen), Newsweek, de Weekend golfer en Nederland in de Europese ruimte.
Geen tekstknopen.

Hoe komt hij aan het plan.
"Quite simple", zegt hij. De heer Labey heeft veel Amerikaanse vrienden.
Door die vriendschappelijke relaties kwam hij aan een behoorlijke serie Amerikaanse buttons.
Hij zegt: "Die heb ik hier links en rechts uitgezet. Dat was wel grappig. Met een vrindje-socioloog ben ik er eens tegen aan gaan kijken. Een half jaar lang hebben we de Nederlandse produktie voorbereid. Je moet van tevoren vaststellen hoe dat hier zal tikken.
Vooral de teksten natuurlijk.
Je kan alles wel maken, maar je moet het ook weer kwijt kunnen.
Zo hebben we bij voorbeeld gedacht aan een serie over Van Hall.
Maar daar zijn ze hier nog niet aan toe".

ALEXANDER
Waar men wel aan toe is, is gebleken bij de produktie van de eerste serie, over prins Willem-Alexander.
Binnen een paar dagen na de geboorte lagen de knopen met tien verschillende teksten in de winkels.
Eén tekst was speciaal voor Hitzacker gemaakt: "Es lebe Alexander".
Alleen al deze knoop vond drieduizend afnemers.
Nederlandse oranjeklanten konden kiezen uit onder meer "Alex hou je taai", "welkom in ons midden jongen" en "Alexander is mijn prins".
De heer Labey weet dat deze serie het meest is gekocht door oudere mensen, als aandenken.
Want wie gaat er mee over straat? De Nederlander niet.
HIJ loopt niet te koop met zijn gedachten.
Dat was zo. Is dat nog zo?
Bij de jongste generaties niet, vermoedt de heer Labey.
Hij zegt: "Ik moet de consumenten zoeken onder de tieners, de twens.
Die vragen erom".
Over de manier waarop hij dat heeft ontdekt is de heer Labey bepaald niet spraakzaam.
Hij spreekt over "telefonisch" en "via panels", maar over zijn techniek van een behoefte aan creëren praat hij niet.
Hij weet zich in zijn activiteiten in ieder geval gesteund door gelijkgerichte bezigheden in Frankrijk (sinds een half jaar) en Duitsland (sinds kort).
De heer Labey hecht grote sociale waarde aan de tekstknoop. "Je kan gemakkelijk je gevoelens afficheren, zonder dat je er de hele dag over hoeft te praten. Die kans heb je lang niet met alle media, dit is een zeer persoonlijk medium. In Amerika zijn ze ook begonnen met korte teksten, maar dat is uitgelopen op vrij lange teksten. De mensen daar komen graag voor hun mening uit. Hier doen ze dat nog massaal, anoniem, in demonstraties.
Met die buttons kunnen ze persoonlijker reageren. Het is een soepele, ongecompliceerde manier om adhesie te krijgen".

AFTREKSEL
De heer Labey erkent: "Het is nog weinig duidelijk wat men specifiek wil".
En daarom heeft hij zich in eerste instantie beperkt tot kreten als "eindeloos", "waardeloos" en "provo".
Hij zegt: "Sommige teksten raap je van de straat op. Ik heb een jongen op straat zien krijten: Beter vrijen dan vechten, daar hebben we een button van gemaakt".
Het is de heer Labey kennelijk ontgaan dat deze kreet een slap aftreksel is van het meer gangbare:"Make love, not war".
De marketing-adviseur heeft een jongen zien lopen met twee speldjes: "Oranje franje beu" en "Gelukkig het land met een prinsenkind".
De heer Labey: "Ik geloof niet dat je er in het begin zware conclusies aan moet verbinden. Ik kan me echter voorstellen dat over enige tijd men meer specifieke wensen gaat krijgen en dus doelbewuster buttons gaat dragen. Let maar op, het wordt een duidelijke individuele keus en die keus moet je daarom zo ruim mogelijk maken".

- Is dat een commercieel nadeel?
De heer Labey:"Daar hebben we rekening mee gehouden. We kunnen ze heel snel maken, tegen vijftig cent het stuk. Ze zijn niet alleen geschikt voor het uiten van persoonlijke gevoelens. Je kan er alles mee doen. Een voorbeeld: We hebben een speldje gemaakt -"muziek waauw" - voor de Doelen in Rotterdam.
Daar wordt volgende week zaterdag een uitvoering gegeven van de muziekschool.
En dan reiken we die speldjes uit, om het sfeertje wat losser te maken".
Reclame-opdrachten zijn ook al binnen.
Op de laatst gehouden autotentoonstelling in de RAI deelde Honda buttons uit in de trant van "I love Honda" en "Hey hey Honda".
Binnenkort komen er buttons voor melkreclame, voor fietsen en voor bepaalde Japanse camera's.
De heer Labey ziet oneindig veel mogelijkheden die hij omschrijft met kreten als "een bericht doorgeven als tamtam in het oerwoud" en "het gaat om de verkoop van ideeën, gevoelens".
Inmiddels hebben de makers een overzicht gekregen van de drie best verkochte kreten in de eerste paar weken.
Nummer één: "lk leef", twee: "Werkschuw" en drie:"Bah".
Voor de nabije toekomst gokt de heer Labey op drie andere kreten voor de bovenste plaatsen van de hitparade:
"Ik ben ook maar een mens" (van de ideële reclame), "IQ 165" en "Goed dat er politie is".
De laatste twee zijn uiteraard ironisch bedoeld.
(27 mei 1967)

maandag 24 maart 2014

COLUMN 1967

DE PRAATSTOEL VAN WOUT BLAUWKOUS

Na alle gratis reclame van de afgelopen tijd zal de Normloze Vennootschap 't Dingetje goeie zaken maken.
Waar gevestigde ondernemingen tonnen voor over hebben, dat krijgt de directie van het zaakje gratis volgeschreven: bladzijden hoog-genoteerd krantenpapier.
En intussen weten we nog de waarheid niet.
We zijn alleen maar nieuwsgieriger geworden.
Wat zouden we gaarne even achter de haveloze voorgevel kijken.
De meesten van ons moeten aan de buitenkant blijven gissen over alles wat er binnen door de verantwoordelijke touwkuiven en baardjes-kinnen wordt toegelaten.
Maar, zoals ik al zei: we hebben de waarheid over de beat-inrichting nog steeds niet te pakken.
"Al die ouwe sokken moesten niet zo ellendig nieuwsgierig zijn", was het oordeel van de oudste van onze Klazien.
Hij leek me iemand die in ieder geval niet onsympathiek tegenover de onderneming staat.
Of hij een geregelde dan wel een ongeregelde gebruiker van het amusementsbedrijfje is, weet ik beslist niet.
Ik verdenk hem er wel van.
Op tijden waarop de NV geopend is vertrekt hij regelmatig met onbekende bestemming.
Als een heel ander mens.
Enige bloedverwantschap met z'n traditionele grootvader van z'n moeders kant is er dan niet meer te bespeuren.
Ik zou er tenminste op mijn leeftijd zelfs niet meer over denken om me te verkleden als een uitgediende koloniaal.
Meestal lijkt-ie op een acteur uit een stuk van Franz Léhar waarvan zojuist de pauze is aangekondigd.
Z'n ouders zijn er overheen.
Over het feit dan, dat hun zoon plotseling uit een operette is komen vallen.
Niet over hun vermoeden dat hij zich zo in de voormalige calvinistische school laat zien.
En als z'n vader er zeker van was maakte hij de kolonel van de keizerlijke garde zonder officiële oorlogsverklaring een dingetje kleiner.
Om de eenvoudige reden dat mijn schoonzoon denkt dat het daar niet goed zit.
Niet alleen in zijn belang, maar voor de gemoedsrust van alle ouders met nazaten die de beat bedrijven, heb ik getracht om achter de waarheid te komen.
Het is me niet gelukt.
Ik blijf tegen m'n kleinzoon opkijken omdat ik de indruk heb dat hij meer van het leven weet dan ik, op mijn leeftijd.
Zeker, hij wilde wel praten.
Over de naam.
"Vieze ouderen om daar iets dubbelzinnigs achter te zoeken", zei hij.
"Dat kan ik ook van, pak-weg, een "Kijkgrijp".
Van"De Instuif" kon hij geen verkeerd woord zeggen.
Dat de baas van"De Instuif" lichtelijk de pest in had gekregen op de zegsman van de politie, daar kon hij wel inkomen.
Vanwege de concurrentie uiteraard.
Tussen twee haakjes: voor de weinigen onder ons die niet op de hoogte zijn van artikelen als LSD en dergelijke.
Het is zoiets als roken en gedistilleerd.
Wel veel erger.
En veel gevaarlijker.
En veel meer verboden dan alleen door de dokter.
Maar je kunt er ook aan verslaafd raken.
Dat merk je meteen.
Een LSD-gebruiker haal je d'r-uit.
Een roker niet.
Of hij moet er een opvallende kuch aan overgehouden hebben.
Een drinker herken je soms aan z'n neus.
Roken en drinken kunnen ons soms op een plotseling verlies in de familiekring komen te staan.
Maar je zoekt het er toch niet zo achter.
't Zijn maar van die kleine dingetjes..,
Wout Blauwkous, 20 oktober 1967

maandag 17 maart 2014

WONEN IN VEENENDAAL

Kunstenaar moet binnen drie maanden z'n onbewoonbaar verklaarde atelier ontruimen

BLIJ MET 'N KROT

"lk ben met een oude rotte ruimte al tevreden. Als ik er maar werken en slapen kan", zegt Do Hogenboom. Hij is beeldend kunstenaar en woont en werkt momenteel in een onbewoonbaar verklaarde woning aan de Prins Bernhardlaan te Veenendaal.
Hij is bijzonder tevreden met zijn krotje en zou er maar wat graag blijven zitten.
Over drie maanden moet zijn huis echter ontruimd zijn. Binnen drie maanden moet hij een ander onderdak zien te vinden.
Do Hoogenboom
Voor Do Hoogenboom is dat een moeilijke zaak. "Ik kan niet veel betalen. Momenteel woon ik gratis. Bovendien moet het natuurlijk een geschikte ruimte zijn. Een flat is voor mij belachelijk. Ik heb helemaal geen bezwaar tegen een slecht huis, dat ik zelf moet opknappen, als ik er maar goed kun werken. Maar het valt niet mee om zoiets ze vinden".

Do Hoogenboom: Noem me liever een vakman
Do heeft het best naar zijn zin in zijn huidige woning. Hij heeft de hele zaak schoongemaakt, het mos van de muren gehaald en een en ander vertimmerd. In de achterkamer heeft hij zijn atelier gemaakt; de voorkamer is eenvoudig doch bijzonder smaakvol ingericht en veranderd in een gezellige woonruimte. De elektriciteit heeft hij zelf aangelegd, maar het gas moet nog komen.
Het enige dat ontbreekt in de woning, is een toilet.
Maar ook dat is voor Do geen probleem: "Ik ga gewoon bij de buren".
Of zij er wel van gediend zijn?
  "O, het zijn heel aardige mensen. Ze vinden het helemaal niet erg. Ze kijken wel elke avond vreemd op als er weer andere mensen komen aankloppen. Ik heb altijd visite en ze kennen mijn vriendenkring nog lang niet", aldus de jonge Veenendaalse kunstenaar.
Do Hoogenboom wordt liever niet "kunstenaar" genoemd: "noem me maar "vakman", of zo. "Kunstenaar" heeft zo'n rare bijsmaak gekregen van protesteren en slecht gedrag". "Vakman" is inderdaad geen gek woord. Do heeft met succes vijf jaar lang gestudeerd aan de Academie voor Beeldende Kunsten en Kunstnijverheid, afdeling Monumentaal te Arnhem.
Daarna ging hij in militaire dienst. "Ik was veelal in Duitsland gelegerd".
In februari van dit jaar trok hij zijn uniform uit en trad hij weer in de burgermaatschappij.
 "Ik kreeg toen een grote opdracht in Utrecht en daar teer ik nog steeds op", aldus Do.
Na het uitvoeren van die opdracht kwam hij weer naar Veenendaal, waar hij geboren en getogen is. Hier is hij begonnen met het maken van een geheel nieuwe collectie.
Als die gereed is hoopt hij weer opdrachten te krijgen. Hij speelt dat overigens heel handig.
"Als mijn collectie klaar is, laat ik er drie series dia's van maken", vertelt Do.
"Daar stuur ik er een van naar Frankrijk, een naar Engeland en een houd ik zelf".
Als er in Engeland of Frankrijk een nieuw gebouw komt, stellen zijn relaties daar zich in verbinding met de betreffende personen, om de dia's van Do te laten zien. Zo hoopt hij opdrachten te krijgen. Hij gaat voor zichzelf op dezelfde manier in Nederland te werk.
"Op deze wijze help ik ook mijn buitenlandse relaties hier in Nederland", licht Do toe.
Hij heeft zijn relaties leren kennen tijdens zijn academie-opleiding in Arnhem.

Toekomst
Do moet over drie maanden uit zijn woning. Hij doet zijn uiterste best om een andere woning in Veenendaal te vinden. "Als het moet ga ik natuurlijk naar een andere plaats, maar ik blijf liever hier". Dankzij de centrale ligging van Veenendaal gelooft hij hier een toekomst te kunnen opbouwen:
"Ik kan gemakkelijk overal komen en ik ben gemakkelijk voor iedereen te bereiken".
Verder werkt hij ook op andere terreinen in Veenendaal, die hem min of meer noodzaken hier te blijven. Do werkt mee aan de jeugdraad-in oprichting en is bezig met een toneelgroep.
Wat die toneelgroep betreft: "Het is de bedoeling, dat we slechts eenmaal, misschien tweemaal een opvoering geven van een stuk. Liever geen lolstuk. Dat is natuurlijk wel leuk, maar je hebt er verder niets aan. Als het mogelijk is willen we doorgaan met dit werk. Desnoods zonder voorstellingen, als we fijn samen kunnen werken vind ik het al prachtig".
Do zal het betreffende toneelstuk, een titel is nog niet bekend, regisseren.
De regie is bij hem in goede handen. Hij heeft een jaar lang gestudeerd aan de avondschool van de Toneelschool te Arnhem en een jaar de cursus pantomime aan de Volksuniversiteit te Arnhem gevolgd.

Do Hoogenboom is een tevreden jongeman met een opgeruimd karakter. Dit vindt men ook terug in zijn werk en zijn werkwijze. Zijn mozaïeken, glas-in-lood en houtreliëfs zijn vrolijk boeiend.
Als hij een ontwerp maakt, gaat hij niet uit van ingewikkelde theorieën.
"Ik maak gewoon wat. Als het leuk, geinig of gek is en bovendien fijn om te doen vind ik het goed. De mensen moeten zelf proberen er iets uit te halen. Dat is veel beter dan wanneer ik zeg:"Het is een groene koe" en een ander ziet er alleen maar een blauw paard in".
Do Hoogenboom werkt uitgebalanceerd. Eerlijk naar vorm en kleur.
Het moet voor hem goed in elkaar zitten, zijn werk moet "kloppen". Het predikaat "mooi" stelt hij secundair. "Als iemand mijn werk mooi vindt is dat meegenomen. Mooi is voor mij geen basis. Wat Jan lelijk vindt, vind ik mooi en andersom".

Do vindt het vervelend, dat veel kunstenaars volkomen pretentieloze geintjes uithalen, die op zich wel leuk zijn maar waar een enorme waarde aan wordt gegeven.
"Ik maak zelf ook wel eens hele gekke dingen. Maar die laat ik dan ook voor gekke dingen doorgaan". Wat Do nog meer vervelend vindt is het opgelegde hippe gedoe van veel jongeren.
"Een echt hip feest is wat anders. De mensen moeten samen vreugde maken met gekke dingen. Als je iets geks wilt doen, moet je niet bang zijn voor de buren. Je moet doen wat bij je past". 
Hip zijn vindt Do mooi, hip doen naar.
De onbewoonbaar verklaarde woning is een ware Instuif.
"Het zit hier altijd vol met allerlei vrienden en kennissen. Er staan vaak ook vaak vreemde mensen door de ramen naar binnen te kijken. Die mogen van mij ook binnen komen. Iedereen mag hier komen kijken. Als ze zelf maar wat te eten en te drinken meenemen, dat kan ik natuurlijk niet allemaal zelf betalen".
Do Hoogenboom heeft nog maar drie maanden de beschikking over zijn ideale, onbewoonbare atelier. Of hij daarna weer zoiets zal krijgen is de vraag.
"Nogmaals, het hoeft niet mooi te zijn. Als ik er maar kan slapen en werken. En ik moet ook geen gezeur met de buurt hebben. Dat is hier ook al zo fijn", besluit hij.
(De Vallei, 6 juni 1968)

RAADSLID SIGNALEERT LUDIEKE FEESTJES IN LEEGSTAAND HUIS

"In een onbewoonbaar verklaarde woning aan de Achterkerkstraat worden tijdens de weekeinden ludieke feestjes gebouwd. Er wordt op seksueel gebied maar aan gerotzooid. De feesten betekenen voor de buurtbewoners, dat ze uit hun slaap worden gehouden".

Deze onthulling deed gisteravond het K.V.P.-raadslid de heer M.G.H. Hendriks naar aanleiding van een voorstel van B&W de ontruimingstermijn van enige onbewoonbaar verklaarde woningen in het oude hart van Veenendaal te verlengen.
"Ook is er een van de woningen aan de Achterkerkstraat gekraakt", zo wist de heer Hendriks te vertellen. Hoewel de voorzitter de K.V.P.'er het woord dreigde te ontnemen omdat hij buiten de orde ging kreeg raad en publieke tribune ruimschoots uit zijn mond te horen wat er zoal op zaterdag- en zondagavonden voor toestanden heersen.

De heer Hendriks had zelf buurtonderzoek gepleegd en wat hij noemde "de restanten van de seksuele uitspattingen" op de bovenverdieping van het pand Achterkerkstraat 68 aangetroffen. Hij wist ook dat de buurtbewoners hun klachten ter kennis van de politie hadden gebracht. "Wat doet de politie ertegen, hoe is in algemene zin het toezicht op soortgelijke woningen in de gemeente en zijn er nog meer woningen gekraakt", zo wilde de heer Hendriks weten.

De voorzitter was niet helemaal onbekend met de situatie. Hij vertelde de raad dat hij nog wacht op een rapport van de korpsleiding van de politie, die intussen het bewuste pand in de Achterkerkstraat nauwlettend in de gaten houdt. Het kraken van een pand in de Achterkerkstraat noemde hij geen eigenlijke kraak in die betekenis zoals in grote steden recent is voorgekomen. Ook van andere kraakgevallen was hem niets bekend.

Wethouder F. C. Diepeveen zag in het feit dat er inmiddels al weer vijf woningen zijn ontruimd het beste bewijs dat het college diligent is om het verlengen van ontruimingstermijnen zo veel mogelijk te beperken.
(De Vallei, 22 mei 1970)

"'s Avonds niet meer op straat..."
ACHTERKERKERS ZIJN 'T NU ZAT

In de Achterkerkstraat heerst angst en verontwaardiging. De bewoners van de oude panden bezinnen zich op actie. Ze zijn het nu zat: een groep jongelui maakt van tijd tot tijd de straat onveilig, en met de openbare zedelijkheid wordt het ook niet zo nauw genomen. Daarvan getuigde deze week ook KVP-raadslid Hendriks, die ter plaatse een privé onderzoek instelde.

De kern van de gevoelens der Achterkerkers moet worden gezocht in een van de leegstaande onbewoonbaar verklaarde huisjes. Buren en overburen weten te vertellen dat dit een trefpunt is van jongens en meisjes, die zich er vermaken op een manier die de buurt niet zint. Des avonds laat nog signaleert men jonge tot zeer jonge meisjes die in gezelschap van jongens in en om het huis rondzwerven.
Raadslid Hendriks beweerde donderdagavond in de gemeenteraad sporen te hebben aangetroffen van seksuele activiteiten.
Met enige terughoudendheid praten de Achterkerkers over hun ervaringen: jongelui die half naakt over straat lopen en met bierflesjes smijten. Auto's die worden omgekiept en drinkgelagen die zich gedeeltelijk buiten het pandje afspelen. Sommigen zeggen meermalen de politie te hebben gebeld om te vragen een eind te maken aan de onhoudbare toestand, die hun reden geeft te vrezen dat de straat voorgoed als achterbuurt zal worden gerubriceerd.
"Maar de politie doet niets", verklaarde een der bewoners, "ze doen het gewoon in hun broek". Zoals de meeste der verontwaardigden wil hij onder geen beding zijn naam vermeld zien en daarvoor noemt hij een gegronde reden. Een der "leiders" van het jeugdige gezelschap dat inmiddels ook al als een "terreurbende" wordt betiteld, heeft een middenstander in de huurt gedreigd diens winkel in brand te steken, als hij het nog eens zou wagen bij de politie zijn beklag te doen.

ACTIE
Na de openbaring van de heer Hendriks in de raad schijnt de lont, die al maandenlang in het kruitvat steekt, nu ook daadwerkelijk te worden aangestoken. De buurt is het zat en overweegt een handtekeningenactie te organiseren om een jong gezin, dat als mede-verantwoordelijk wordt beschouwd voor de toeloop van de ongewenste jongelui, uit de straat weg te krijgen.
"Het is zo niet vol te houden", zegt 'n andere Achterkerker, "het is nu al zover dat sommige vrouwen 's avonds de straat niet meer op durven en dat is te gek."
Zijn buurman weet nog te melden dat de hele geschiedenis niet bepaald van vandaag of gisteren dateert, maar al een jaar of twee aan de gang is. Merkwaardig is overigens wel, dat bijna niemand concreet kan zeggen op welke wijze men zich benadeeld of bedreigd voelt.
"Persoonlijk hebben we er geen last van", zegt men, maar onmiddellijk volgt dan de ongerustheid voor de toekomst: "maar als het zo doorgaat wordt het hier een complete achterbuurt."
In diezelfde Achterkerkstraat is bijna veertien dagen geleden een pandje "gekraakt", en ofschoon er nauwelijks aanwijsbare argumenten voor zijn, legt de buurt verband tussen dit feit en de gebeurtenissen in de onbewoonbaar verklaarde woning er schuin tegenover. Toch wordt nadrukkelijk gesteld, dat men van de krakers "helemáál geen last" heeft, ofschoon men zich nu ook niet bepaald volledig op z'n gemak voelt.
"Met goed fatsoen kan je straks niet eens meer een paar dagen weg, onder het risico te lopen dat een ander in je huis kruipt", beweert een Achterkerker, die voorts laat weten het van harte toe te juichen "dat er nu eindelijk eens ruchtbaarheid aan wordt gegeven."
Het is moeilijk om te voorspellen of de aangekondigde handtekeningen actie inderdaad wordt georganiseerd, ook al omdat in de gemeenteraad is gezegd dat de politie "de zaak scherp in 't oog houdt". Desondanks maken de bewoners er geen geheim van dat ze zullen optreden, als ook maar het minste of geringste gebeurt dat hen persoonlijk raakt. "Als ze mij of mijn kinderen te na komen zal ik mijn handen goed gebruiken", is een algemene stelling.
Verontwaardiging en angst in oud-Veenendaal, en een groep buurtbewoners die paraat is, en hoopt dat de politie de reden van de vrees snel zal wegnemen, zodat men van een lange hete zomer verschoond zal blijven.
Het standpunt van de politie: bij navraag in de buurt kon eigenlijk niemand precies zeggen wat er te klagen valt. Er is begin mei inderdaad wel iets voorgevallen, maar dat was een familietwist, waarbij geen sprake was van strafbare feiten. De politie ziet dan ook voorshands geen reden om met loeiende sirenes de Achterkerkstraat te ontzetten. Er wordt normaal gesurveilleerd. zoals overal elders, en van enige terughoudendheid om op te treden als dat nodig is, is aldus korpschef Huiskamp geen sprake. "We zouden niet weten waarvoor we bang zouden moeten zijn', zegt hij.
(De Vallei, 25 mei 1970)

MIK THOOMES: EINDELOZE VERVELING IN NIEUWE WOONWIJKEN
"IK BLIJF ERBIJ DAT DE FUNCTIE UIT DE VORM MOET KOMEN..."

Rubber tegels en tapijten op speelplaatsen een schandaal

"Het is schandalig, dat men nu door middel van rubbertegels en het beplakken met tapijt de kinderspeelplaatsen veiliger wil maken. Dit is de oplossing niet. En eigenlijk is zo'n kinderspeelplaats maar een facet uit het gehele complex leef-, en woonbeleid. Er gaat een eindeloze verveling uit van architecten, die nieuwe woonwijken creëren. Ondanks bet feit dat een architect een mens moet zijn om het leven vorm te geven, blijkt hij in vele gevallen er niet capabel voor te zijn".

Mik Thoomes
Het is de 23-Jarige Mik Thoomes, die een ruwe por tegen de huidige vorm van leefbaarheid wil geven. Mede door zijn afgeronde studie aan de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem voelt hij een betrokkenheid bij het ontwerpen van een leefklimaat voor het verschijnsel MENS.
Zelf wil hij zich absoluut niet een (monumentaal) ontwerper of architect noemen. Integendeel zelfs. "Dergelijke benamingen vind ik van minder belang".

Het onlangs gelanceerde experiment van Firet door onder speelwerktuigen op een kinderspeelplaats tapijt te leggen, was voor Mik Thoomes de eerste aanleiding om te ageren.
Het lijkt gewoon nergens op. Het zijn allemaal noodoplossingen, die men voor het probleem van kinderspeelplaatsen geeft. Die rubbertegels of dat tapijt zal nog geen garantie zijn voor een veilig spel van kinderen.

VERSCHILLEN
"Ik houd werkelijk mijn hart vast voor de ontwikkeling van de kinderspeelplaatsen. Geen enkele architect schijnt er aan te denken, dat het kind op zoek is naar verschillen. Nu biedt men het kind onmogelijke mogelijkheden aan met die klimrekken. Het kind kan er niets mee doen, niets mee vormen. Het kind heeft verschillen nodig om te spelen. Het spel is immers nodig voor zijn exploratie, maar het vindt in de aanwezige speelwerktuigen geen uitdaging".
Aan deze verkrampte situatie is zeker de huidige woningbouw mede debet.
De uniforme opstelling van woonelementen geeft aan de bewoner geen enkele kans op afwisseling.
Mik Thoomes ergert zich aan de passieve houding van de bewoners van verveeld-uitziende flatgebouwen. "De mensen slikken het maar allemaal. Denken kennelijk niet dat ze in een rothok zitten. Vanuit hun flatje zien ze alle dagen hetzelfde: de autootjes. dezelfde grauwe flats en dezelfde mensen door dat één en hetzelfde raam. De architect en de aannemer vergeten de wensen van de toekomstige bewoners. Wonen is ten eerste ervaringen opdoen en beleven. Leven is weer het zien van je vrouw, je kinderen en de verschillen ontdekken van je ervaringen. Nee, het lijkt maar moeilijk te zijn om mensen een ruimte aan te bieden waarin te LEVEN valt"

VERBOD
Regelmatig neemt hij poolshoogte hij de bewoners van flats. Daarbij doet hij dan de constatering, dat de aanwezige groenstroken (de "restruimten") totaal niet functioneel zijn.
Westersingel
"Waarom grasvelden aangelegd, die op krampachtige tijden geschoren en geknipt moeten worden? Waarom vijvers, die lekker diep zijn uitgegraven, om er kinderen in te laten verdrinken. De indeling van die restruimten is vaak erg seniel. Pas op, als je je op het gras begeeft. kijkt uit wanneer het kind met een vlotje in de vijver dobbert. Aan alles wordt een verbod verbonden"
Hoe hij het zelf ziet, om tot verbetering van een leefmilieu te komen?
"Dit probleem kan niet snel opgelost worden. Over een tiental jaren zat men er nog wel mee worstelen, Ik heb wel een idee om de huidige vorm op te heffen. Een meer ideale speelplaats voor kinderen zou zijn door het kind zelf mee te laten bepalen. Dus niet, dat de gemeente gaat experimenteren met een stunt als het laten beplakken van tapijt op deze speelterreinen.
Ik wil het absoluut niet gaan dramatiseren, maar men moet meer denken aan het samengaan van natuurlijke en cultuurelementen op deze speelplaatsen.
Het kind heeft water, zand, steen en beschutting nodig. Beschutting in die vorm, dat het een hutje mag maken in een heg of een struik. Het moet zich kunnen afzonderen, het wil even alleen zijn, in zijn diepgegraven kuil. Zijn behoefte is groot aan een zelf geschapen beschermend wereldje".

Hierna wordt een opsomming gegeven van landen en plaatsen waar men het kind tegemoet komt in zijn verkenning naar de wereld.
Zo wordt in Zweden veel gewerkt met de zogenaamde "prefab-elementen", waar het kind mee bezig kan zijn. In Utrecht worden op een bepaalde plaats in de stad hout, spijkers en hamers aan de kinderen aangeboden. Gedeeltelijk kan het kind hierdoor zijn mogelijke agressie afreageren en het hutten bouwen blijkt dagelijks het eindresultaat te zijn

VERVELING
"Het kind moet meer tot een beeldende uitdrukking kunnen komen. Zijn creativiteit mag niet in de klem worden gesmoord op de speelplaats of in de woning. Daarom begrijp ik ook niet dat, men niet op een verdieping in een flat een soort recreatie-ruimte maakt. Tevens fungerend als ontmoetingsplaats voor
Middellaan
de bewoners, dus een ruimte waarin de socialiteit naar voren komt.

En waarom zie je ook nergens het plan gerealiseerd van een brug (luchtcorridor) tussen twee flatgebouwen?
Over tien jaar zijn volgens mij de in aanbouw zijnde woningen van nu weer onbewoonbaar".
Het indertijd geponeerde plan van "New Babylon" van Constant Nieuwenhuis bleek ook voorzien te zijn van gemeenschappelijke recreatieruimten.
Komt dat overeen met wat jij bedoelt?
"Nee, hij legt meer de nadruk op de homo ludens. de spelende mens. De momenteel gehandhaafde  woningbouw, manifesteert zich in een onduidelijke bouw van sigarendozen.
Zo wil men uit de functie een vorm halen. Dat is waardeloos. Het wordt een eindeloze verveling. Ik blijf erbij dat de functie uit de vorm moet komen".

Hierop volgt het soortement excuus, dat het zo een-twee-drie niet makkelijk is ons alles zo duidelijk mogelijk te formuleren. Het is nu eenmaal moeilijk om een grens te maken tussen het beeldende en het constructieve. Na een korte spreekpauze, waarin een slok whisky wordt genomen en een sigaret wordt aangestoken, vertelt hij over zijn komende werkzaamheden. Voorlopig blijft het bij een assistentschap bij Peter Struyken, docent aan de Arnhemse Academie voor Beeldende Kunst (tevens verbonden aan de Utrechtse universiteit als lector en zich druk bezighoudend met computerart).
Hoe denkt hij dan de feitenlijke onmondigheid van de bewoners op te heffen?
"De mensen moeten zelf met plannen komen. Samen moeten de mogelijkheden nagegaan worden welke factoren mee kunnen werken aan een goede leefbare omgeving. Hierbij moeten betrokken worden een stedebouwkundige, de bewoner, politie, een socioloog, een psycholoog en noem maar op. In teamverband kan men dan een totaalbeeld scheppen. Een ieder kan dan komen met zijn ervaringen. Al die ervaringen zijn gebonden aan een uitdrukking. Samen kan men nagaan en checken wat er van zo'n beeld overblijft".
Mik Thoomes toont ook zijn ontevredenheid ten aanzien van de aannemer en het beleid van de gemeente.

Hopeloos
"Men weet gewoon niet wat men doet. Het gemeentebestuur lijkt gevormd te worden door koekebakkers en textielmannen. Men meent de mensen in kale hokken te kunnen plaatsen. 
Larikslaan
Met en calvinistische blik in hun ogen, nemen ze plaats in de schoonheidscommissie. Als je nagaat dat zeker 80 procent niet wil blijven zitten in hun woningen dan vraag ik mij weleens af .. Gewoon hopeloos. De overheid meent elke dag maar weer haar goedkeuringen te moeten geven aan de zoveelste verordening om het leefgenot maar zoveel mogelijk te beperken. En verder denken ze maar aan het glas sherry en de vette Jaguar voor de deur".

De visuele ontwerper vindt overigens de activiteiten van de Stichting Nieuwe Woonvormen ook niet daverend. Hij is van mening dat de toegepaste bouw in Hoevelaken niet erg lang mee zal gaan.
"Het is gewoon een cliché van het al bestaande"

Mik Thoomes zou liet geweldig vinden, wanneer er reacties bij hem binnenkomen.
"Ik hoop vooral van mensen die er tegen zijn. Want nogmaals, ik kan het niet duidelijk genoeg stellen: de mens moet de mogelijkheid hebben om in een ruimte te leven, te werken en te spelen  waarin men ervaringen, ontdekkingen kan hebben en bescherming kan ontvangen. Kortom een benaderde vorm van goede leefbaarheid.
Nog steeds begrijp ik niet waar de overheid de brutale overmoed vandaan haalt om tapijten te leggen op speelplaatsen en verordeningen maakt ten nadele van het leefmilieu om zo de belachelijke confrontatie met hun eigen onvermogen te handhaven".
(De Vallei, 31 juli 1970)

Reakties bleven niet lang uit, hieronder twee voorbeelden:

GRAAG EEN DUIDELIJK ALTERNATIEF
R. Koppenberg daagt Mik Thoomes uit.

"Ik doe m'n uiterste best om Mik Thoomes in z'n gedachtengang te volgen.
Soms lukt me dat bij het lezen van zijn ideeën, maar dan raak ik het spoor weer volledig bijster".
Dat zegt de heer R. Koppenberg, een van de raadsleden wie in het interview in de Vallei van vrijdag 31 juli met Mik Thoomes wordt verweten, dat in de nieuwe woonwijken van Veenendaal "het leefgenot zoveel mogelijk wordt beperkt door allerlei verordeningen". Hij daagt de jonge kunstenaar uit om een alternatief te geven voor de door hem gewraakte "eindeloze verveling" en nodigt Mik Thoomes uit om ten gemeentehuize eens te komen praten.
"Misschien is het hem dan mogelijk om zonder excuus z'n plannen eens wat duidelijker te formuleren", zegt Koppenberg.

Uniforme constructie, is noodzakelijk
"Vooral de laatste zin van het artikel is mij niet duidelijk waarin hij spreekt over de brutale overmoed van de overheid, die tapijttegels neerlegt op speelplaatsen en tegelijkertijd verordeningen maakt ten nadele van het leefmilieu om zo de belachelijke confrontatie met hun onvermogen te handhaven.
De functie van tapijt onder een klimrek heeft niets te maken met andere mogelijkheden voor de jeugd, het is alleen een veiligheidsmaatregel".
Desondanks gaat de heer Koppenberg serieus op de ideeën van Thoomes in, omdat hij er toch wel elementen in ziet die 'ergens' juist zijn.

KOEKEBAKKER
"Ik heb begrip voor de wens om creatief speelmateriaal aan te schaffen maar het moet nu ook weer niet zo zijn dal de overheid een leverancier van gratis speelgoed wordt, net zo min als zij koekebakker of textielhandelaar is. De ouders zullen zelf moeten zorgen voor creatief speelgoed en dan pas kan de overheid ruimte en of mogelijkheden beschikbaar stellen.
Inderdaad zijn de nieuwe woonwijken wat eentonig en gelijkvormig. Dat is veroorzaakt door de dringende behoefte om zoveel mogelijk woningen in zo kort mogelijke tijd te bouwen (woningnood), waarbij bovendien de "grote" overheid (Den Haag) maar een bepaald bedrag per woning accepteert voor grondkosten. Daardoor heeft de plaatselijke overheid beperkte middelen en zullen woningen zo efficiënt en voordelig mogelijk moeten worden gebouwd. Een uniforme constructie is dan mogelijk."

TE DUUR
"Het onderbrengen van speelruimte in flats zou misschien in de toekomst mogelijk zijn als de bewoners bereid zijn een hogere huur te gaan betalen. Steeds weer klaagt men er echter over, dat de nieuwe woningen te duur zijn.
Ik zou graag een duidelijk alternatief willen hebben van Mik Thoomes, om daarvoor een oplossing te vinden. Volgens de beer Thoomes hebben alle gemeentebestuurders een calvinistische blik in hun ogen en een vette Jaguar voor de deur, maar als hij eerst eens rustig met beide benen op de grond gaat staan en precies aangeeft waarin de plaatselijke overheid zo hopeloos faalt en ook zegt welke verordeningen zijn gemaakt ten nadele van het leefmilieu, dan valt er mogelijk met hem ook nog wel eens zinnig te praten.
Schrijverspark 1968
Hij mag best eens bij me op 't gemeentehuis komen, dan kan ik hem óók als wethouder met de problemen confronteren. Wellicht kan hij helpen om iets beters te vinden, vooropgesteld dat hij zich van dezelfde middelen moet bedienen".
(R. Koppenberg)

Wonen in "die rothokken" valt over het algemeen mee

Vrijdag jI. werd mijn aandacht getroffen door een fors artikel in de Vallei, waarin aan ene Mik Thoomes ruimschoots gelegenheid gegeven werd om zijn kunstzinnig gevormde inzichten te spuien over de leefbaarheid en de eindeloze verveling, die er naar zijn mening heerst in de nieuwe woonwijken. Hoewel de heer Thoomes zich mateloos ergert aan de "passieve houding" van de bewoners in de verveeld uitziende flatgebouwen, zij alles maar slikken en kennelijk niet denken dat zij in een "rothok" zitten, heb ik mij uit de door hem toebedachte passiviteit losgewurmd en met aandacht zijn verhaal zitten lezen.
Ik hoop dat de redactie van De Vallei, die bewondering verdient voor de manier waarop zij aan het begrip vrijheid van meningsuiting inhoud geeft, en daarvoor haar kolommen openstelt, mij dezelfde vrijheid wil bieden om hier en daar wat kanttekeningen te maken bij de door Thoomes gemaakte opmerkingen.
De inhoud en de strekking ervan slaan kennelijk op de Veenendaalse leefbaarheid, althans die conclusie heb ik uit mezelf proberen te trekken.
Laat ik voorop stellen, dat ik de heer Thoomes persoonlijk niet ken en hem nimmer heb ontmoet: ik weet ook niet of hij zelf in Veenendaal nog woonachtig is. Wel weet ik, dat de naam Thoomes in Veenendaal een bepaald begrip is om welke reden dat ook.
De heer Thoomes heeft in zijn verhaal te kennen gegeven graag reacties te ontvangen op hetgeen hij heeft gezegd.
Van die gelegenheid wil ik gebruik maken.
Ik heb gelezen, dat hij onlangs een studie heeft afgerond aan de Academie voor Beeldende Kunst en dat hij een grote betrokkenheid voelt bij het ontwerpen van een leefklimaat voor "het verschijnsel mens". Omdat hij een "wel gevormd persoon" is - hetgeen men mag afleiden op grond van de door hem voltooide studie - doet het wat vreemd aan, dat hij zijn hele visie bouwt op"het verschijnsel mens".
Er zitten interessante opmerkingen in zijn betoog voor wat de speelmogelijkheden betreft wan het kind. Zijn kunstzinnige benadering hierover roept niettemin toch wel wat vraagtekens op.
Ik vraag me in alle ernst af, hoe betrokkene tot een in algemene zin vrij verwrongen en zeer eenzijdig beeld komt, niet alleen in de benadering van het kind, maar bovendien in de hele benadering van het door hem behandelde onderwerp.
Aannemend dat de heer Thoomes de Veenendaalse situatie goed kent gezien de door hem gedane uitlatingen betwijfel ik het sterk - mag toch van een dergelijk geschoold persoon verwacht worden, dat hij de feitelijke gegevens juist weergeeft.
Ik proef uit zijn hele verhaal een brede onvrede met de bestaande maatschappijverhoudingen - hetgeen op zich niet onjuist behoeft te zijn - en transponeert dan het één en ander met de toestanden hier ter plaatse.
Zijn hele betoogtrant is voor wat de zakelijke kant betreft niet alleen onjuist, maar zijn schenen-schopperij raakt naar mijn mening kant noch wal.
Waar de heer Thoomes in de nieuwbouwwijken en bij wie hij regelmatig zegt te komen om poolshoogte te nemen, is mij een raadsel. Ik heb in de afgelopen jaren nogal wat contacten gehad met vele flatbewoners, maar ik heb hierbij nimmer zijn naam horen noemen; ik heb hem nimmer op bijeenkomsten van flatbewoners gezien en ik heb ook nog nimmer iets gehoord, dat hij plannen had om tot een betere leefbaarheid van de nieuwbouwwijken te komen.
Weet de heer Thoomes eigenlijk wel dat het in algemene zin best meevalt met die "passiviteit" van de flatbewoners; is hij er wel zo vast van overtuigd, dat de mensen er onder gebukt gaan "dat ze in die rothokken moeten wonen?"
Heeft de heer Thoomes wel eens iets gehoord van het bestaan van de diverse wijkgemeenschappen in Veenendaal?
Duidelijk geeft hij blijk op meer gebieden zijn zaken niet te kennen! Wat te denken van de uitlatingen, die hij richt aan het adres van de gemeentebestuurders? Het zijn een stelletje koekebakkers en textielmannen. "De overheid meent elke dag maar weer haar goedkeuring te moeten geven aan de zoveelste verordening om het leefgenot maar zoveel mogelijk te beperken. En verder denken ze maar aan het glas sherry en de vette Jaguar voor de deur".
Wel, wel: daar kunnen ze het mee doer nietwaar? Weet u, heer Thoomes, ook ik ben hiervoor medeverantwoordelijk in mijn functie van gemeenteraadslid. maar de manier waarop u dergelijke onzin uitkraamt, laat ik graag voor uw rekening. Eén ding is zeker: u geeft heel duidelijk inhoud aan uw eigen stelling, dat de functie uit de vorm moet komen. Ook al schuift u ons allen een groot onvermogen in de schoenen, ik ben blij dat u zo eerlijk voor uw mening durft uit te komen.
Immers, u en ik, wij hebben allen de taak om van deze wereld een bewoonbare wereld te maken: we behoeven hierbij niet op dezelfde golflengte te opereren, maar in de gezamenlijke plicht om er iets van te maken moet toch wel een beetje lijn zitten, vindt U ook niet.
Ik heb gelezen, dat U het gesprek heeft gevoerd onder het genot van een flinke slok whisky; misschien verduidelijkt dit veel van uw gegeven visie.
M.G.H. Hendriks

Ontmoeting tussen idealisme en realisme

Reacties waren op zichzelf nuttig

Tussen wethouder R. Koppenberg, M. Thoomes en M. Hendriks heeft er dezer dagen een gesprek plaats gehad over de opmerkingen, die de heer Thoomes in De Vallei heeft gemaakt inzake de leefbaarheid van Veenendaal en de daarop verschenen reactie van de andere heren.
Tijdens dit gesprek is gebleken, dat de heer Thoomes in algemene zin zijn kritische opmerkingen heeft gemaakt om het door hem behandelde onderwerp wat uit de apathische sfeer los te halen.
De heer Thoomes blijkt een idealistische persoon te zijn, die graag op een meer doeltreffende manier dan nu het geval is, concrete inhoud wil geven aan het begrip leefbaarheid, zo zegt het perscommuniqué dat na afloop van het gesprek werd verstrekt.
Hierover is uitvoerig van gedachten gewisseld. Verdere bezinning hierop werd wenselijk geacht teneinde de mogelijkheden te onderzoeken in welke vorm en in de mate van het mogelijke een en ander gerealiseerd zou kunnen worden.
De heer Thoomes betreurde het dat zijn eigenlijke bedoelingen niet al te best zijn overgekomen en dat hij in dit verband opmerkingen heeft gemaakt, die wellicht, door anderen in negatieve zin zijn opgevat.
Dat er allerlei reacties zijn losgekomen stelde hij wel op prijs, maar hij voelde zich persoonlijk gekrenkt door de manier waarop: o.a. was dit het geval met de door de heer Hendriks gedane uitlatingen, waarbij de indruk gevestigd werd alsof hij zijn interview onder invloed van sterke drank had afgegeven.
De heer Hendriks heeft verklaard in geen enkel opzicht de bedoeling te hebben gehad om de heer Thoomes in zijn persoon te krenken. Hij verklaarde wel wat scherp te hebben gereageerd op de naar zijn mening onjuiste en hier en daar wat overtrokken aandoende uitlatingen van de heer Thoomes.
(De Vallei, 6 augustus 1970)

donderdag 13 maart 2014

ESTABLISHMENT IN POGING TOT BEGRIP VOOR JEUGD

Jeugd liet verstek gaan op discussie-avond van NPB

Dat juist de jeugd ontbrak op de discussie-avond die de Veenendaalse afdeling van de Nederlandse Protestanten Bond gisteren organiseerde in gebouw Het Trefpunt was een tegenvaller, die tot resultaat had dat alleen het establishment zich trachtte te verdiepen in de problematiek die hedendaagse stromingen onder de jeugd opwerpt.
Het establishment betreurde dat, getuige de  uitlatingen van onder anderen de forumleden ds. H. Nijeboer, ds. H. Verstraaten en drs. L.L. Coïni. Desondanks bleek er voldoende bereidheid zich open te stellen voor de - deels - nieuwe ideeën, en begrip te tonen, waaraan toch voor iedereen weer andere grenzen gesteld blijven.

Onder de aanwezigen op de discussie-avond o.a. de twee adjudanten
van gemeentepolitie (in burger), de heren W. van Bruggen en C.A. Visser.
die wellicht wel iets meer aan de weet had willen komen hoe de drugs leven
onder jong-Veenendaal. Helaas, de jeugd liet op deze avond verstek gaan.
Visiteachtige avond
Rond vijftig personen woonden de discussieavond bij, met een forum waarin kapelaan T. Escher. ds. Th. Ferwerda en Kees Croes (van Aksiegroep X) zitting hadden.
De gespreksstof werd geleverd door mevrouw A. Lap uit Heusden, docente aan de sociale academie in Amsterdam, die een inleiding hield over de vraag:
Schopt de jeugd tegen onze maatschappij, en waarom?
Zij kwam tot de conclusie dat inderdaad groepen onder de jeugd tegen de muren van de maatschappij schoppen, of het in ieder geval proberen, en zij deed een beroep op de oudere generaties om de deur niet alleen op een kier te zetten, maar wijd open, zodat een dialoog met de jeugd op gang kan komen. Ze liet uitkomen dat de jeugd dat begrip waard is en meer positieve bijdragen aan de rnaatschappij ontwikkeling - veelal op grond van vooroordelen - wordt geloofd.

Consumptief
Mevr. Lap legde onder meer uit dat er diverse categorieën onder de jeugd te onderscheiden zijn, die elk op eigen wijze het hunne trachten te verwezenlijken.
Een elite-groepje is politiek geïnteresseerd.  Men wil af van het competitie-element in de huidige maatschappij, waarin iedereen "hard mee holt", waarin iedereen zo nodig een autootje moet hebben en waarin de mens zich bepaalt tot consumptieve functies. De jongeren staan er huiverig tegenover en willen er de creatieve maatschappij voor in de plaats stellen.
Het is buiten kijf dat daartoe een mentaliteitsverandering noodzakelijk is.

Het forum in gebouw 't Trefpunt.
v.l.n.r. ds. Nijeboer, ds. Verstraaten. mevr. Lap, drs. Coïni,
Kees Croes en kapelaan Escher.
De groep van de werkende jongeren - met het recht op hooguit één dag vorming in de week - is een andere, die zich in protest uit.
Dat gaat tegen hun eigen positie. Ook op middelbare scholen is beweging ontstaan, die recentelijk nog een nieuwe impuls kreeg door het op ruime schaal verspreide "Rode boekje voor scholieren", waarin methoden tot democratisering uit de doeken worden gedaan.
Deze democratisering houdt in, dat ouderen en jongeren naast elkaar gaan staan in plaats van boven of onder elkaar. Er moet een gelijkwaardig tweerichtingsverkeer mogelijk zijn.
Het geweld dat sommige jeugdgroepen gebruiken om hun protest kracht bij te zetten spruit voort uit stierlijke verveling, voornamelijk onder die jongeren die direct na de lagere school in het produktie-proces worden ingeschakeld. Agressie ligt dan voor de hand zodra er een aanleiding is.
Bovendien wordt dan een kans geboden aan bepaalde jongeren die protesteren omwille van het protest zelf.

Zwijgend
De discussie over deze problematiek verzandde bij  herhaling in spraakverwarring, maar gaandeweg kreeg iedereen door waar het over ging: begrip en tolerantie.
Ds. Nijboer vroeg zich in eerste instantie al af of de "zwijgende meerderheid" onder de jeugd nu een verontrustend verschijnsel is of niet, of dat zij juist meebouwt aan de maatschappij van morgen.
Kapelaan Escher vond dat men er zeker ongerust over moet zijn want wie meehelpt aan het uitbouwen van de bestaande maatschappij, verandert niets aan de rotte plekken.

drs. L.L.. Coïni
Iemand uit het publiek gooide een steen in de nog vrij rimpelloze vijver van het gezelschap met de vraag of de opstandigheid van de jeugd eigenlijk niet voortspruit uit "verwenning" onder invloed van de welvaart.
Hij zag zijn vraag bevestigend beantwoord, zij het dat zowel mevrouw Lap als de heer Coïni meedeelde dat die welvaart als verstikkend door de jeugd wordt ervaren en dat zij het welzijn willen laten prevaleren.
Daarvoor zijn offers nodig aan onze economie, en juist dat offerblok is voor velen een hindernis die nauwelijks te nemen is.
Het bleef hij ja's en nee's, en meer mocht ook niet van de discussie worden verwacht.

Voorzitter ds. Ferwerda concludeerde dat het een "visite-achtige" avond was geworden.
Enerzijds omdat het publiek zeer dicht hij de forumtafel zat, en anderzijds omdat er zo nu en dan echte gesprekken werden gevoerd, waarin meningsverschillen die tot dusver bij de formulering al moeilijkheden ontmoetten, in elk geval duidelijk aan het licht kwamen. "Zoiets kan niet van elke visite worden gezegd", zei ds. Ferwerda. die daarmee de derde discussieavond van de NPR in Veenendaal besloot.
(De Vallei, 28 oktober 1970)

woensdag 12 maart 2014

STUDIO TUSSEN DE WEILANDEN

Cor Lagerwey uit Ederveen:
Je doet iets graag en dan is 't vanzelf goed

Men rijdt in Ederveen de Hootsenstraat uit tot deze overgaat in een zandweggetje.
In deze tijd van het jaar kan men beter spreken van een modderpad. Aan dit modderpad liggen alleen maar boerderijen en de eerste die men tegenkomt is die van de familie Lagerwey.
Als men daar aanklopt en vraagt naar Cor, verwijzen de bewoners naar een klein, oud huis even verder.
Cor Lagerwey achter zijn zelfgebouwde opname- en weergave-apparatuur.
Met zijn vingers voortdurend aan de knoppen zoekt hij naar
een zo zuiver mogelijke weergave van de muziek
De plassen vermijdend begeeft men zich naar het huisje, dat zich door zijn bouwvalligheid met het troosteloze herfstlandschap verenigt.
In het huisje wordt de bezoeker echter verrast door een golf van fijne en perfect weergegeven muziek.
Midden in het boerenlandschap bevindt zich namelijk een opname-studio, annex versterker- en luidspreker-fabriek. Achter enkele ingewikkelde toestellen met knoppen en schakelaars zit de eigenaar,  Cor Lagerwey (21), die alles zelf heeft gebouwd en alles zelf leidt, enkel en alleen omdat het zijn hobby is.

Cor vindt zelf allemaal niet zo bijzonder. Je doet iets graag, je gaat er helemaal in op en dan is het vanzelf goed. Toen hij dertien was prutste hij al aan versterkers.
Vier jaar later begon hij met het verzamelen van de opname- en weergave-apparatuur die nu een waarde heeft van ongeveer twintig mille.
"Ik speelde toen in een band", zegt Cor en hij spreekt over vier jaar geleden, toen hij basgitarist van The Blue Sharks was. "Het meeste geld dat ik verdiende besteedde ik toen aan koopjes voor mijn apparatuur. Zo kreeg ik langzaam de boel bij elkaar".

Later kon Cor zijn installatie gaan verbeteren en uitbreiden, omdat hij met het zaakje dat hij bij elkaar had gespaard geld ging verdienen. Hij verhuurde geluidsinstallaties voor feestjes.
Toen zijn installatie beter werd ging hij er ook mee naar winkelbeurzen en openlucht-festijnen.
Hij huurde dan een bestelwagen en zette daarin zijn hele installatie.
Zo reed hij ongeveer heel Midden-Nederland af.

Zijn klanten waren meer dan tevreden over zijn werk en hij kwam in contact met de radio.
Cor ging opnamen maken voor Radio Veronica.
Wekelijks kwam de bekende disc-jockey Cowboy Gerard, (zijn echte naam is Gerard de Vries) naar Ederveen.
Daar draaide en praatte deze piratendisc-jockey de banden vol, terwijl Cor de geluidstechniek verzorgde.
Uren muziek en uren tekst en Cor was in de zevende hemel omdat hij zijn hobby op zo'n succesvolle manier kon beoefenen.
Er kwam zelfs nog meer. Een platenmaatschappij hoorde van de akoestise talenten van de jonge Edervener.
Harry Muskee
Ook zij bezochten het tochtige huisje, omringd door wilgen en weiland.
Zij vonden Cor bereid de opnamen te verzorgen voor grammofoonplaten met geestelijke muziek, o.a. uit de Eusebiuskerk uit Arnhem.
Later maakte hij een opname voor Cuby and the Blizzards  en hij was de geluidstechnicus van de langspeelplaat I'll be Free van de bekende beatgroep The Incrowd.

The Blue Sharks, destijds de bekendste band uit de wijde omgeving van Veenendaal speelden intussen al lang zonder hun basgitarist Cor. De band bestond zelfs niet meer. De gitaren en de apparatuur, grotendeels door Cor gebouwd, werden al spoedig na zijn uittreden uit de band aan de kant gezet. Cor was inmiddels met een andere band bezig, The Clungels, die in Rhenen een grote bekendheid genoot. Hij speelde niet met hen mee, maar maakte perfecte bandopnamen van ze.
Daar heeft de band z'n radio- en televisie-optredens aan te danken.

Plotseling kwam er echter een eind aan alle succes: Cor moest in militaire dienst.
Alle contacten werden verbroken en hij trok het groene pakje aan. Maar toen hij afzwaaide, wat vroeger dan normaal, begon hij onmiddellijk weer te "prutsen".
Hij bouwde een versterker voor een vriend naar een geheel eigen ontwerp.
En het ding was zo goed dat Cor dacht: "waarom zou ik er niet meer bouwen".
Daaruit groeide zijn"Larco", een geheel eigen versterker: zowel qua uitvoering, ontwerp als bouw. Ook de bijbehorende luidsprekerboxen maakte Cor zelf en zo is er nu eigenlijk een fabriekje in Ederveen waar luidsprekers en versterkers worden gemaakt.
Maar dan echt handwerk. Cor heeft zelfs twee, soms drie, thuiswerkers in dienst.

Puzzels
De opleiding van Cor is het VMTO (Voortgezet Middelbaar Technisch Onderwijs). Dat vindt hij echter niet zo belangrijk: "Je moet er gevoel voor hebben en geduld. Je moet echt bereid zijn akoestische puzzels op te lossen. Dat moet je in je vingers hebben, het moet je hobby zijn". En wat Cor er niet bij vermeldt maar wat wel degelijk een belangrijke rol speelt: je moet er ook muzikaal voor zijn.

Wat is zijn grootste wens? "Later een volledig geoutilleerde opnamestudio te hebben" is zijn antwoord. Dat vindt hij het mooiste: de akoestiek voor een opname te maken.
Daarvoor gooit hij alle zelf ontworpen versterkers in een hoek.

Cor zet een plaat op: Bach. "Bach, daar ben ik dol op. En op Country and Western en blues. Ach, ik heb eigenlijk van alles zo'n beetje. Als het maar echt goede muziek is". Terwijl de plaat draait stelt Cor "Op het ogenblik hen ik weer bezig iemand te "maken". Theo Snijders! Die jongen schrijft teksten en muziek en brengt het ook allemaal zelf. Geweldig! Daar maak ik iets bijzonders van. Iets wat de mensen nog nooit gehoord hebben. En reken maar dat er platen van geperst worden".
INCROWD
het geluid zo zuiver mogelijk af. Dit knopje een beetje naar links, dat een tikkeltje naar rechts en tenslotte is het net of het hele orkest in het huisje zit te spelen. Maar naar het geluid te oordelen moet het huisje wel uitgegroeid zijn tot een concertzaal. Dan zet hij plotseling de grammofoonplaat af en zegt:

Rare snuiter
Intussen heeft Cor Lagerwey een nieuwe plaat opgezet. Een hevig swingend Oscar Peterson Trio vult de ruimte. En bij het vertrek waaien vlogen van de muziek met de sterke herfstwind mee naar buiten, de sombere avondlucht in.
"Gelukkig zit ik nogal achteraf hier", zegt Cor, "want anders zouden de buren wel eens last van de muziek kunnen hebben. Ik gooi er soms tweemaal vijftig Watt tegen aan. En ze vinden me hier toch al zo'n rare snuiter. Ze zijn het niet gewend, hé. Ik had boer moeten worden. Maar m'n vader denkt er gelukkig anders over". 
Cor sluit lachend de deur en via het modderpad komt men weer in de bewoonde wereld van de Hootsenstraat: met als enig stereo-geluid dat van de wind en de regen.
(De Vallei, 11 november 1967)

dinsdag 11 maart 2014

BEAT-MUZIEK, EEN TIJDSVERSCHIJNSEL ZONDER WEERGA

MENINGEN IN DE OMGEVING LOPEN VER UITEEN

The Beatles, The Rolling Stones, The Motions en vele anderen, allemaal namen die doen denken aan bandjes met lawaaierige- of misschien zelfs wel met zalige muziek.
Zoals het al vele muziekfenomenen is gegaan, zo is het dit keer ook de schepper van de Beat-muziek weer gelukt, om binnen de kortst mogelijke tijd deze muziek tot een complete rage te maken.
Jongens en zelfs ook meisjes die muzikaal totaal geen capaciteiten blijken te bezitten, verdienen miljoenen door deze muziek op een bepaalde geraffineerde wijze te brengen.
Het aantal aanhangers, dat deze muziek over de hele wereld heeft is schrikbarend groot en kan zelfs wel enkele miljoenen bedragen. Om nu een kleine indruk te krijgen hoe de jeugd in onze omgeving over genoemde muziek denkt en wat haar oordeel hierover is hebben enkele jongelui ons hierover bun visie gegeven.

VOLLEDIGE MEDEWERKING
Het hoofd van de openbare ulo-school te Rhenen, de heer Altena, verleende volledige medewerking om enkele vraaggesprekjes tot stand te kunnen brengen.
Om tot de openhartigste uitspraken te komen werd een soort gepreksgroepje gevormd, waarin enkele voorstanders en tegenstanders waren vertegenwoordigd.

Een werkelijk persoonlijke uitspraak werd gegeven door Piet de Vries uit Rhenen, die zei:
 "Het geluid dat wordt geproduceerd lijkt mij meer op de muziek uit Donker-Afrika en dan ben ik nog van mening dat ze het daar beter kunnen. Ook vind ik dat de Beat met muziek niets te maken heeft en dat dit te danken is aan het eentonige ritme, dat deze muziek kenmerkt. De reden dat ik de Beat niet mooi vind is, geloof ik, omdat ik me er te nuchter voor voel".

FIJN DANSEN
De mening van deze tegenstander verwekte nogal enige opschudding onder de voorstanders.
Roel Rosbag zag een goede toekomst voor de Beat tegemoet.
Hij vond het vooral zulke fijne muziek omdat je er zo heerlijk op kon dansen.
Op feestjes word je gewoon door deze muziek in de stemming gebracht.
Karel Schee daarentegen veronderstelde dat genoemde muziek het niet lang meer zal maken.
De jeugd wil immers steeds iets anders, zei hij.
Op de vraag of de Nederlandse bandjes evengoede resultaten kunnen behalen als de diverse buitenlandse werd door de voorstanders positief geantwoord.
Men wil het alleen maar niet zien omdat de buitenlanders altijd schijnbaar zoveel interessanter lijken, aldus hun mening.

HUISWERKMUZIEK
Joke van Olderen vond het steengoede muziek en bijzonder geschikt om er je huiswerk bij te maken. De direkteur bleek dit nogal sportief op te vatten en begon zich, ook in dit voor de jongelui hoogst interessante gesprek, te mengen.
Hij meende dat de beat-rage een oorzaak is van de massa-psychose en dat het daarom ook mogelijk is dat zich iedere dag een verandering in deze wereld kan laten gelden.
Ook vond hij het moeilijk om in deze tijd een exclusieve mening te krijgen van de jeugd.
Gelukkig dat enkele leerlingen van zijn school een dergelijke mening nog wel konden geven, iets waar de heer Altena trots op kan zijn.

NIET OM PERSONEN
Alet Pilon
Heel andere meningen waren de meisjes van de Chr. Huishoudschool te Veenendaal toegedaan.
Alet Pilon, 16 jaar, bracht haar mening als volgt onder woorden:
 "ik vind het gezellige muziek om naar te luisteren en hier komt nog bij dat het ritme zich heel erg goed aanpast bij de zang. Bij de beat-muziek gaat het mij niet om de personen, die deze muziek ten gehore brengen, maar om de manier waarop dit gebeurt. De personen zijn soms zelfs lelijk en te vies om aan te pakken. Enkele favorieten van mij zijn, The Kinks en The Dave Clark Five".
Mieke Jansen, 16 jaar, daarentegen kon deze mening niet respecteren en verzette zich dan ook uitdrukkelijk tegen deze beweringen.
Zij gaf te kennen dat zij de muziek veel te rumoerig vindt en de manier waarop erbij gedanst wordt is mee dan erg en zo nu en dan gewoon aanstootgevend.
"Er zit trouwens geen enkele melodie in en daarom prefereer ik het Franse chanson en niet te vergeten de klassieke muziek", aldus Mieke Jansen.

UITING VAN VROLIJKHEID
Op de muziek van de verschillend beatgroepen kun je je heerlijk uitleven en daarvoor zou ik deze
Nelly Hootsen
muziek ook willen gebruiken, temeer omdat muziek toch in feite een uiting van vroljkheid is.
Dit zei Nelly Hootsen, 17 jaar en afkomstig uit Veenendaal.
Verder hoorden we nog van haar:
"De lange haren van die kerels vind ik verschrikkelijk". 
Ook dit meisje vind slechts alleen de muziek goed en kan niet begrijpen hoe iemand hysterisch kan worden van een paar van die lange haren en dat gekke gedoe". 
Nelly Hootsen opperde de suggestie, dat door meermalen op te treden voor de TV, de Nederlandse bandjes, die net zoveel capaciteiten bezitten als hun buitenlandse collega's, meer in de belangstelling zouden komen.
Als laatste werd ons een mening gegeven door Frieda Kooy, 17 jaar en wonende te Leersum.

TERUGVALLEN OP KLASSIEKE MUZIEK
Zij zei: "Het ergste vind ik, dat als men uitgeput is met het vinden van variaties dan terugvalt op de thema's van de klassieke muziek. Bij dit woord muziek denk je aan "muze" en dit vind ik een lieflijk woordje, maar als je dan per ongeluk eens zo'n plaat opzet, dan schrik je erg. 
Ook houd ik niet van deze muziek omdat het onmogelijk is hier behoorlijk op te dansen en de manier die gebruikt wordt om op deze muziek te dansen gaat je zo gauw tegenstaan."

Dit waren enkele meningen van de jongeren uit onze omgeving.
Het enthousiasme voor deze muziek ligt aanmerkelijk lager dan werd verwacht.

Men hoeft er dan ook niet van op te kijken als binnen niet al te lange tijd voor de zoveelste maal in de geschiedenis door de Beat plaatsgemaakt moet worden voor een ander soort muziek.
Wat deze muziek dan weer zal brengen weet nog niemand.
(De Vallei, 14 december 1965)

maandag 10 maart 2014

TREKKERSRONDE 1967

WEER EEN GROOTS FESTIJN

Van vrijdag 11 tot en met zondag 13 augustus (1967) wordt in de jeugdherberg De Eikelkamp  te Eist voor de zeventiende achtereenvolgende maal de Nationale Trekkers Ronde gehouden.
Naar schatting zullen vrijdag ongeveer 400 trekkers uit alle delen van Nederland naar de jeugdherberg komen om daar het komende weekend in feeststemming door te brengen.
Naast de gebruikelijke evenementen zat het feest zaterdagavond een hoogtepunt bereiken als de K.R.O.-radio een bezoek aan de jeugdherberg brengt om opnamen te maken voor het programma Everybody happy?
De K.R.O. zal een eigen artiest meebrengen.

Een groep jongens en meisjes is al druk bezig
met de voorbereidingen voor het trekkers festijn
Naast het luisteren naar en het dansen op de muziek van de verschillende bands vinden nog vele interessante gebeurtenissen plaats.
Zo zal 'n soort "love-in" worden gehouden, zij het op een wat gekuiste manier.
"We moeten rekening houden met de gemiddelde leeftijd van de deelnemers", vindt Martin van Wissen: "De meesten zijn zeventien of achttien jaar. Er komt natuurlijk geen sterke drank of zo bij te pas." Grote borden op de marktplaats kondigen de love-in al aan:
"Wees lief voor iedereen" en "Love is in here" zijn enkele leuzen. De markt bestaat echter niet alleen uit borden met leuzen. Zo'n twintig meisjes en jongens zijn hard aan het werk met het bouwen van stands. Op de markt zal men fruit kunnen kopen, hot-dogs, worst, pannekoeken en nog vele soorten versnaperingen.
Ook zullen andere werkgroepen aanwezig zijn die bij het publiek interesse willen wekken voor hun activiteiten. Midden op het marktterrein staat een vreemde, grote zuil waaraan netten zullen worden bevestigd, die het marktterrein zuilen overspannen.

Op een wat meer cultureel niveau ligt een experimenteel toneelstuk dat door een van de trekkers is geschreven en zondagmiddag door een groep trekkers zal worden opgevoerd.
Bij dit stuk ligt het accent, evenals bij de gehele organisatie van de Trekkers Ronde '67 op de improvisatie. Een titel is er niet en van de inhoud weten de jongens alleen te vertellen dat het met vrijetijdsbesteding te maken heeft en dat hier en daar ooit 't anarchisme aan de orde komt.

De afdeling"Kleinkunst" komt van de hand van de dochter van de heer Holierook.
Verleden jaar schreef zij een complete musical, die veel succes oogstte.
Dit jaar komt ze met een cabaret, dat echter voor het grootste deel door ingewijden in de trekkerswereld begrepen zal kunnen worden.

Tijdens het weekeind beschikt de jeugdherberg over een eigen radio omroep, inclusief discotheek en discjockey. Deze omroep zal doorlopend in de ether zijn. Verder verschijnt er driemaal daags een krant met het laatste nieuws. Een aantal jongelui kwam op het idee om ook nog een oppositie-krant uit te gaan geven zodat men ook op het gebied van de journalistiek de nodige activiteiten kan verwachten.

Deze zeventiende Trekkersronde heeft veel te bieden: happening - love-in - beatbands - beatgirls - cabaret enz.- De jeugd uit de omgeving van Elst zal watertandend uitkijken naar de festiviteiten!
Martin van Wissen zegt hierover, "De beatjeugd is van harte welkom. Als er maar geen verkeerde elementen tussen zitten. De boel mag niet uit de hand lopen."
Zonder twijfel zal daar wel voor gezorgd worden.

Veel beat weinig baat in Trekkersronde 1967
KRO nam veel te ruim de tijd

Na een twee uur durend optreden van zanger-gitarist Leo Nelissen eindigde gistermiddag om drie uur de Nationale Trekkers Ronde '67. Het optreden van deze zeer begaafde volksliedjeszanger was het hoogtepunt van het jaarlijks terugkerend trekkersfestijn.
Het was een verademing na de vele beat, die jeugdherberg De Eikelkamp te Eist dit weekeinde op z'n grondvesten deed trillen.
Misschien is de Trekkers Ronde '67 het best te typeren met de woorden: Veel beat, weinig baat.
Het liep soms ook wel een beetje tegen.
Zaterdag j.l. bracht de KRO-radio een bezoek aan de jeugdherberg om opnamen te maken voor het tienerprogramma "Everybody happy" van Theo Stokkink.
De KRO was hiervoor een uur van het totale programma toegezegd.
Om één uur 's middags arriveerde echter al de radiowagen van de NRU, met de artiesten die de KRO beloofd had mee te brengen en met Theo Stokkink.
Alles was nog maar net geïnstalleerd of men begon met de eindeloze repetities.
Tot vijf uur was men gedwongen te luisteren naar keiharde beat en dan niet in een vlotte show, maar steeds weer nummers halverwege stoppen en opnieuw beginnen om de een of andere radio-technische reden. Soms hoorde men driemaal achtereen hetzelfde nummer.

Met & Zonder
Om zeven uur 's avonds ging men met dit spelletje verder, dat duurde tot ongeveer half tien.
De uren duren bij de KRO wel wat lang. Waarschijnlijk kwam het originele cabaret, dat het volgende programma-onderdeel vormde hierdoor niet zo goed uit de verf.
Mevrouw Holierook, echtgenote van de jeugdherbergvader, zei: "We wisten niet dat de KRO zoveel tijd nodig zou hebben. We waren op het laatst gaar van al dat beatlawaai. De jongens en meisjes konden ook niets meer in zich opnemen tijdens het cabaret". Het publiek was wat onrustig geworden, hetgeen de prestaties van de cabaretgroep, bestaande uit een aantal trekkers, niet ten goede kwam.

Een tweede tegenvaller was het kampvuur. Niet dat het aan goede organisatie ontbrak, maar het kampvuur viel in het water door de regen, die plotseling overvloedig neerdaalde, wat de meeste feestgangers de gebouwen in deed vluchten.

Zondagmiddag bracht Leo Nelissen een heerlijk programma met pittige volksliedjes. Hij bracht de blues en het Franse chanson, Duitse en Engelse liedjes op een bijzonder beschaafde manier, terwijl hij zichzelf op de gitaar begeleidde. Wat de jonge zanger presteerde stak ver uit boven het werk van de, toch vrij gerenommeerde beatbands, die de KRO had meegebracht.

Blueszanger Lee Reed, de beatbands Met en zonder, Names & faces en Zen en cabaretier Martin Brozius passeerden zaterdagavond de revue, maar niet een van deze artiesten wist het publiek echt te boeien. Zelfs de Amerikaanse blueszanger Lee Reed, van wie men veel had verwacht, viel tegen.
Noch in z'n stem, noch in z'n manier van optreden zat"dat Amerikaanse", waar men op had gehoopt.

Jammer
Theo Stokkink, de presentator van Everybody Happy gaf als reden van de langdurige repetities: "Normaal wordt dit programma rechtstreeks uitgezonden. Maar nu moesten we het op de band opnemen, het wordt morgenmiddag pas uitgezonden. Daarom moesten we wat meer repeteren".
Names & Faces
Theo Stokkink is een vlotte jongeman, die er op een wonderbaarlijke manier bij het publiek nog wat van weet te maken. Dank zij zijn presentatie slikte 't publiek het vele herhalen en half uitspelen van de nummers. Hij werd zaterdagavond geassisteerd door Lieke van Bommel. Zij werd gesignaleerd in gesprek met de Rhenense wethouder Mr. J. Deen, die al eerder op de dag van zijn interesse voor de Trekkers Ronde had blijk gegeven.
"Het is een ontzettend lawaai", merkte de heer Deen op. "Maar de jongelui doen het wel leuk. Er zijn er trouwens minder dan ik dacht".

Over de Trekkers Ronde van volgend jaar is nog niet gesproken.
Wèl is het de vraag of er dan mensen zijn, die het festijn willen organiseren.
Mevrouw Holierook: "Het zijn altijd dezelfden, die het doen. Het publiek is passief. Ze komen binnen, gaan zitten, en ondergaan hetgeen er gebeurt. Er gaat niets van henzelf uit. Jammer."
Verder merkte zij op, dat het een moeilijke opgave is om in augustus, de maand van de Trekkers Ronde, aan artiesten te komen.
"Beatbands kun je genoeg krijgen, maar de meeste artiesten van een wat beter genre zijn dan met vakantie".

De Trekkers Ronde van dit jaar werd voor het grootste deel geïmproviseerd.
Voorheen moest men zich altijd aan een bepaald thema houden zoals bijvoorbeeld: "Cowboys".

Misschien is het raadzaam hier volgend jaar weer eens aan te denken. Improviseren is best mogelijk, als men alleen maar met een feest te maken heeft. Aan het feestelijke gedeelte van het afgelopen trekkersweekend hebben de jongelui dan ook veel plezier beleefd. Gaat men echter ook nog een programma samenstellen, dan wil improviseren nog niet zeggen dat men buiten organiseren kan.
Een sterke leiding is bij een dergelijk evenement beslist noodzakelijk. De ruim vierhonderd deelnemers aan de Trekkers Ronde hebben ongetwijfeld een leuk weekend gehad, maar de sfeer van vorige Trekkersrondes ontbrak jammer genoeg.
(De Vallei, 14 augustus 1967)

vrijdag 7 maart 2014

NEDERLANDS EERSTE BEATFAN BEKEERDER

Wie van zijn beatmanie af wil kan straks in Arnhem terecht

OMSCHOLING VAN BEATFAN TOT GEWOON BURGER

Wie behept is met beat, en er vanaf wil, kan -over een maand- genezing vinden  in Arnhem.
's Lands eerste beatfanbekeerder doktert er aan de laatste voorbereidselen tot een cursus 'Van Beatle tot Burger'. Plaats van handeling: de voormalige beattent Tivoli, aan de Velperweg.
Enige voorwaarde tot deelneming vooraf: lang haar eraf, stropdas om en een tientje op zak
Arno A. W. van Oort - beatfanbekeerder
Arno A. W. van Oort heet de nleuwe wonderdokter en hij is de eigenaar van hotel-cafe-restaurant Tivoli. Op de dag van zijn komst -vorig jaar 19 september- bracht hij er de beat tot zwijgen.
Hij ging grootscheeps verbouwen.
Dit is zijn plan:
Ik ga voorlopig eens per maand op zaterdagavonden speciale jeugddiners geven.
Diners-dansant.
"Voor een draaglijk prijsje, circa zes gulden zet ik de jongelui een diner voor en ik leer ze hoe ze een menukaart moeten lezen.
Een wijnhandelaar biedt elke keer gratis een glas wijn aan en houdt er een praatje bij.
Een sigarettenfabrikant zet op elk tafeltje een houdertje met verschillende sigaretten".
"Alle dansen zijn toegestaan. Fijne dansen zoals de tango en de foxtrot natuurlijk.
Een beatnummer mag er af en toe ook doorheen, hoewel je daar die lawaaigitaren weer voor nodig hebt. De jongelui moeten natuurlijk behoorlijk gekleed zijn -vandaar de eis van de stropdas, en ze moeten tevoren een tafeltje reserveren. Op het laatste moment binnenvallen kan niet.
Kortom: de jeugd kan bewijzen dat ze zich ook goed kan gedragen".

Filosofietje
De 42-jarige plannenmaker koestert de hoop een deel van Arnhems beatjeugd te grijpen met zijn idee.
Hij heeft daar zo zijn filosofietje over.
"Je moet die jongelui waardig behandelen. Als je agressief tegen ze doet, kun je een agressieve reactie verwachten.
Ik wil de goedwillenden als gewaarderde gasten behandelen en hun bieden wat zij in hun hart eigenlijk willen: respect, begrip voor hun opvattingen, hen beschouwen als volwassenen met innerlijke beschaving die weten hoe zij met mes en vork moeten omgaan, hoe ze een menukaart moeten lezen en hoe ze een wijn kunnen appreciëren".

Tivoli, Velperweg 37, Arnhem
Het maakt duidelijk welke gevoelens van afschuw zijn deel werden bij zijn eerste confrontatie met het oude Tivoli, waar vetkuiven, beataanbidders, aspirant-provo's en jeugd van anderen huize elkaar op de stoep met fietskettingen en einden hout plachten af te tuigen.
De avond voor zijn intrede als baas verkende hij het terrein.
Hij kan er nog van rillen. Alleen fluisterend erover spreken:
"Die beatclub, ik zal de naam maar niet noemen, want ik krijg nog dreigbrieven, had een of andere kerel weggehaald uit Engeland of Schotland, en horen en zien verging je. En ik heb ze wel uit de orkestbak gehaald, meneer. Meiden van veertien, zestien jaar die daar met die knullen aan de gang waren op een manier waar je u tegen zei.
Ze deelden er gewoon de pil uit. Toen heb ik gezegd: Eruit en nooit meer erin. Ze moesten wel, want ik ging verbouwen. Dat was ook hard nodig, want hierbinnen was het een soort vooroorlogse toestand, alles verouderd en verwaarloosd".

De verbouwing kreeg dezelfde energieke aandacht als de beatafdrijving.
Arno van Oort, voor het eerst van zijn leven horeca-exploitant na 28 jaar internationale portiers- en kelner-carrière verliet zijn herenhuisje en trok in boven zijn zaak, die hij snel nieuw (burgerlijk) leven inblies. Na de verbouwing heb ik gezegd: "Goed, wat doe ik nu voor de jeugd. Ik begon links en rechts wat te polsen onder de leerlingen van nabijgelegen scholen die hier zowat elke dag komen. Een soort opinie-onderzoekje.
Nou en er bleek wel belangstelling te bestaan voor mijn plan. Als het aanslaat, ga ik het twee keer per maand doen en later misschien wel iedere week.
Ik kan tachtig jongelui hebben, meer niet. Met dat aantal is het net nog prettig en gezellig. En ze mogen allemaal komen, als ze er maar netjes uitzien".

Aflopende zaak
En de beat, waar bleef sinds 19 september de beat?
Hij huivert even, knippert achter zijn zware bril en fluistert nog zachter dan gewoonlijk vanachter zijn hand: "D'r zijn nu twee centra voor beatfeesten. De exploitanten daarvan zitten nu met de rotzooi. Maar het is toch een aflopende zaak, hè, dat soort muziek. De jeugd wil in haar hart toch wat anders".
Volgende maand zwaait de deur van zijn onherkenbaar opgeknapte exbeatzaal weer open.
It's all over now.
(De Vallei, 3 april 1967)