Veenendaal - Na een opzwepend intro van de solo-gitarist vallen ook de bassist en de drummer bij.
De solo-gitarist begint te zingen en een soulful swingend nummer volgt.
Een strakke beat vormt de ondergrond voor een goede melodie.
Dat is de muziek die de nieuwe bezetting van Sect II in het komende seizoen gaat brengen.
De muziek houd het midden tussen Beat en Rhythm & Blues, maar dan minder beat en meer blues.
Trio met een eigen gezicht
Ernst Kraft van Ermel is de leider van Sect II. Hij is achttien jaar en zit in de vierde klas van de HAVO in Amersfoort. Als hij van school komt wil hij het liefst naar een conservatorium of een muzieklyceum. In ieder geval wil hij later van de muziek kunnen leven.
Net als zijn grootvader, die eerste violist was van de Java-Kunstkring in het voormalig Nederlands-Indië.
Van zijn grootvader leerde Ernst, toen hij zeven jaar was, ook viool spelen.
Later heeft de gitaar de viool vervangen.
Al zijn vrije tijd besteed hij aan dit instrument.
Ernst Kraft van Ermel was ook de leider van de vorige bezetting van Sect II en van Quibus 5.
Sect II is een trio. Vroeger speelden ook een slaggitaristen een organist mee.
Ernst is nu dus eigenlijk slaggitarist en solo-gitarist tegelijk; daarbij is hij ook nog zanger.
Aan een orgel heeft hij geen behoefte meer: "Ik wil een geheel eigen stijl gaan ontwikkelen. Ik wil muzikaler gaan musiceren."
SECT II - v.l.n.r.: Stephan Petersen, basgitarist; Ernst Kraft van Ermel, leider, solo- en slaggitarist, zanger; Harry Rondeau, drummer.
Steengoed
Ernst gaat ervan uit, dat het bij goede muziekniet op het lawaai of de veelheid van instrumenten aankomt, daarom speelt hij nu nog maar met twee mensen: "Dit trio is eigenlijk de oudste bezetting waarmee ik gespeeld heb. Vroeger ondervonden we het als een gebrek, we hadden een gitarist te weinig, en nu willen we het zelf."
Ernst Kraft van Ermel houdt niet alleen van beat: "Brubeck vind ik steengoed. Ik luister graag naar jazz. En ik hou ook van klassieke muziek, maar alles op z'n tijd."
Waarschijnlijk brengt zijn studie zijn tweede liefhebberij met zich mee: lezen.
Hij leest vooral wetenschappelijke boeken, maar af en toe ontspant hij zich ook wel eens met een licht romannetje.
Ernst houd van beatmuziek, maar niet van al die toestanden die er bij schijnen te horen: happenings, love-in, verdovende middelen en sterke drank.
"De gedachte waar men bij de love-in van uit gaat vind ik mooi, maar waarom gaan ze dat nou verprutsen met verdovende middelen en al dat soort dingen.
Alles wordt hierdoor zo negatief," zegt de leider van Sect II.
Ernst Kraft van Ermel wordt muzikaal gesteund door bassist Stephan Petersen.
Stephan is auto-didact. Vroeger speelde hij slaggitaar, maar sinds een jaar uit hij zijn muzikale gevoelens op de basgitaar.
Overdag werkt hij als monteur in de elektrotechniek.
Evenals Ernst zou hij ook het liefst van de muziek zijn beroep maken.
Hij is zich bewust van de problemen, die het vak musicus met zich mee kan brengen, maar hij laat zich hierdoor niet afschrikken.
Hij laat zich trouwens niet zo gauw door iets afschrikken.
Er moet heel wat gebeuren wil hij zijn goede humeur verliezen.
Ernst vertelt: "Stephan moet altijd getemd worden. Vooral als het een beetje zonnig weer is. Dan begint hij 's middags om twaalf uur te spoken".
Stephan zelf: "Ik ben niet alleen dol op muziek hoor. Ik mag ook graag zo af en toe een Turks bad nemen."
Kinderliedjes
Ernst Kraft van Ermel wordt ritmisch gesteund door Harry Rondeau, de drummer.
Harry begon toen hij zestien was te drummen.
Hij is niet geheel auto-didact.
Connecties in de showwereld hebben hem de fijne kneepjes van het vak bijgebracht.
Behalve slagwerk heeft hij vroeger nog mondharmonica gespeeld: "Maar dat waren alleen maar kinderliedjes".
Ook Harry wil beroepsmusicus worden.
Om zoveel mogelijk te leren gaat hij dikwijls naar topbands luisteren. "Als je ze live ziet optreden, vallen ze meestal ontzettend tegen", zegt hij.
Zijn grote favorieten zijn Jimi Hendrix, Otis Redding en Wilson Pickett.
De andere bandleden zijn het hier wel mee eens.
Evenals Ernst houd Harry ook wel van jazz. Klassiek boeit hem echter niet.
Ernst Kraft van Ermel is de grote stimulator van het trio.
Van een leiderschap is eigenlijk geen sprake.
De drie jongens hebben vrijwel dezelfde ideeën over muziek.
Er komt dan ook nooit een onderlinge ruzie bij het trio voor.
Ook over de manier van optreden verschillen ze niet van mening.
Harry zegt hierover: "We houden er niet van een show te brengen zoals vele beatgroepen dat doen. Ze staan daar stoer op het podium en het publiek krijgt een onsympathieke indruk van die jongens. Het is soms net, alsof ze er elk ogenblik op los kunnen gaan slaan."
Sect II houd daar niet van. Zij willen hun show leuk brengen.
Hun muziek is over het algemeen vrolijk.
Stephan: "Het is belangrijk contact met het publiek te hebben."
Ernst Kraft van Ermel zorgt voor het repertoire.
"We horen een plaat die we goed vinden en die gaan we dan zelf spelen.
We schrijven de tekst over en we zoeken de melodie en de akkoorden op de gitaar op.
We brengen vaak ook eigen nummers."
Verandering
Volgens het trio is er een grote verandering te ontdekken in het publiek.
"Het publiek is nuchter geworden, gereserveerder. Het spel wordt kritischer beluisterden als je het goed doet, wordt je meer gewaardeerd. Het publiek is ook niet meer zo van het gooi- en smijtwerk gediend. Er wordt zelfs minder gedanst dan vroeger. Luisteren is belangrijker geworden. Daarom willen wij eenwat muzikalere stijl gaan brengen", zeggen Ernst Kraft van Ermel, Stephan Petersen en Harry Rondeau, samen Sect II.
Ze zullen in het komende seizoen ongetwijfeld weer velen weten te boeien.
Zoals ze dat al vijf jaar hebben gedaan.
Er liggen al weer vele contracten te wachten: Veenendaal, Ede, Wageningen enz. …..
Het was erg leuk aan de Nijverheidslaan. Ik gaf een klas van rond de 45 oudere jongeren de bijgaande voordracht.
In de hal kwamen dik 800 mensen samen. Leuke reunie, vooral Suzie-Q-volk.
Veel minder Pompers.
Dat zijn de fijne scheidslijnen in Veenendaal.
Jeroen Wielaert
Een proefcollege over de popcultuur van Veenendaal. Zo ver heeft de heer me dus gebracht.
Hoe de Devil's Music ook in ’t Veen veel lawaai veroorzaakte.
Gelet op het imago van het dorp dat uitgroeide tot een stad is het eigenlijk een rijke geschiedenis.
Weet je wel?
Laat ik persoonlijk beginnen, iets vertellen over mijn eigen herinneringen aan een Veenendaalse popjeugd.
Op het plein van de openbare Rijk van Gaasbeekschool, vlak bij het Franse Gat zong ik luidkeels mee met de hit die ons jonge leven op stelten zette: Sjie lafs Joe Yèè`-yèè-yèè.’
Vier langharige jongens uit Liverpool, de Beatles.
Geen idee waar ze over zongen.
Voor mijn achtste verjaardag, 1 april, kreeg ik mijn eerste EP-tje van de Beatles, een plaatje met vier liedjes, waaronder All My Loving.
Het ging verder op het schoolplein, thuis aan de radio, bij het vorderen van de klassen.
1, 9, 2: goed idee!
De Rolling Stones kwamen met Satisfaction, Get Off Of My Cloud, Paint it Black. Sterke liedjes, maar andermaal: nog geen idée waar ze over gingen.
Ondertussen rees de discussie over wie de besten waren, ook in Veenendaal, de Beatles of de Stones.
Het maakte mij niet zo uit.
Ik vond ze allebei even goed.
Vingers!
De Beatles?
De Stones?
Het was in ieder geval wel zo dat ik in die tijd steevast singletjes van de Beatles cadeau kreeg voor mijn verjaardag.
Van de schoolpleindagen herinner ik me ook No Milk Today van Hermans Hermits, Good Vibrations van de Beach Boys en Here it Comes Again van de Fortunes.
Dave Berry kwam met This Strange Effect en Now. Now, now is the moment, now is the time…
Het duurde niet lang, of mijn moeder kocht ook voor mij en mijn broer Jasper een heuse Berry-broek, met van die wijde pijpen.
In 1968 ging ik naar de Middelbare School, het CLV.
Aanvankelijk nam ik de bus naar de Kerkewijk.
Tegenover de halte bij de bocht op de Nieuweweg stond een oud gebouw waar gekke dingen gebeurden.
Ik ging daar wel eens door de ramen staren, zag een lege bar, lege bierflesjes.
't Dingetje.
Daar mocht ik niet komen.
Te jong.
Het was dik vier decennia voordat de term ‘dingetje’ algemeen in het taalgebruik terecht kwam, ook wel als ‘ding’ – zo van: ‘dat is wel een ding.’
Op school hadden we het eerder al over ‘een lekker ding.’
Met 't Dingetje was Veenendaal in de Sixties eigenlijk best wel progressief.
Ik kom er nog op terug.
In de aula van het CLV zag ik voor het eerst een heuse band. Ik was dertien.
Mijn moeder had me er nota bene naartoe gestuurd.
Het was Brainbox, met Kazimierz Lux, Pierre van der Linden, Rudy de Queljoe en John Schuursma.
Jan Akkerman was er al uit.
Ik stond rechts voor het podium, vlak bij een box.
Ongelooflijk, wat een lawaai.
Twee dagen heb ik met suizende oren rond gelopen.
In twee en drie gym ging ik de Veronica-Top 40 halen bij Van Hees, tegenover de Markt.
De feesten kwamen, in bovenkamers, in garages, op zolders.
De tijd van Creedence Clearwater Revival, Who’ll Stop the Rain, LA Woman van de Doors, Derek & the Domino’s en hun Layla, Alice Cooper, Uriah Heep, maar ook Toots Thielemans met zijn harmonica uit Turks Fruit en Robert Long, Vroeger of Later.
We waren bij de tijd, in Veenendaal.
Op koninginnedag 1973 verzamelden we ons met zijn allen in een grote tent op de Groene Velden.
Focus zou komen, met Thijs van Leer en Jan Akkerman.
Ze gingen natuurlijk hun Hocus Pocus spelen, maar niks van die magie gebeurde.
Ze hadden in Montreux gespeeld en Jan Akkerman was onwel geworden.
Focus kwam niet.
We wisten wel waarom, met onze kwade tongen.
Akkerman had te veel gerookt en gezopen.
Daags erna was de VARA-radio in Veenendaal.
Kees van Maasdam en Co de Kloet met hun Opvallend Vrolijk Gevarieerde Visite.
Het was in die kroeg niet ver van het oude spoorseizoen.
Ik spijbelde en ging aan Van Maasdam vertellen hoe boos we waren op Jan Akkerman.
Het was voor het eerst dat ik op de radio kwam.
De Suzie Kuu was inmiddels open.
De eerste band die ik er zag kwam uit Volendam: BZN.
Als ik me goed herinner werd de avond gepresenteerd door Sjef van Oekel.
Het was nog in de tijd dat Jan Keizer en de zijnen heel andere muziek maakten dan de zoetigheid waar ze later bekend mee werden.
Keizer zat nog achter de drums.
Er gebeurde iets ongelooflijks: midden in een oorverdovend hardrock-nummer lieten ze hun broeken zakken en begonnen tegen elkaar aan te reupen.
In Veenendaal. Weet iemand het nog?
In 1975 vertrok ik naar Utrecht om Nederlandse te studeren.
Het was fijn om in zo’n grote stad te wonen, maar ik kwam vrijwel alle weekends terug om over DOVO en GVVV te schrijven voor De Rijnpost en De Vallei.
Na de wedstrijd was er ’s avonds nog iets om te recenseren, in De Pomp en Suzy Q.
Het was wat gek genoeg in Utrecht nog ontbrak, de tweede helft van de jaren zeventig: een goeie popzaal.
Er brak juist een geweldige tijd aan, met Herman Brood & Wild Romance, Gruppo Sportivo, Vitesse, Sail Joya, Music Garden, The Streetbeats met Jan Rot, Normaal, Sweet d’Buster en oudere fenomenen als Solution, Earth & Fire en, jawel: Patricia Paay.
Ik heb het nog eens terug gehoord van Henk Roor, hoe ik daar als verslaggevertje op een stoel ging zitten in de Pomp om de nummers te noteren.
Patricia Paay, dat was in Suzy Q. Ze speelde met een meelopende band.
Tussen een nummers liet ze haar handen op borsthoogte rollen en zei: ‘Nee jongens, dit heb ik niet echt, dat is alleen op televisie!’
Wat altijd leuk was, was de gang naar de kleedkamers, om met de bands te spreken.
Zo kwam ik in de Pomp in gesprek met Hans La Faille en Herman Deinum, de oude Blizzards die bij Sweet d’Buster waren gaan spelen.
Ik zat daar met hen, dronk een pilsje mee, luisterde.
Opeens zei Deinum van onder zijn lange zwarte haar door: ‘Verslaggever, versla!’
Eénmaal als beroepsverslaggever voor de radio maakte ik in het voorjaar van 1992 voor het eerst een lange reportage reis door Amerika, voor de presidentsverkiezingen.
Het ging tussen de oude president Bush en een onbekende gouverneur uit Little Rock, Arkansas, een zekere Bill Clinton.
Ik wilde een verhaal maken over de Zwarte Kiezers.
En dus kwam ik in Savannah, Georgia terecht in een kerk aan Martin Luther King Boulevard.
Die zondagmorgen was ik de enige blanke in het godshuis.
Ze waren heel gastvrij. Ik raakte gefascineerd.
De zwarte dominee gaf een luid stemadvies.
Dat ging zo: ‘I’mmmmmm a Démocrat. And I’m gonna vóóóóte Bííííííl Clinton!’
Toen kwamen de gezangen.
Het koor stond op. Prachtige zwarte dames met enorme boezems.
Onder het zingen van hun gospels swingden ze met hun heupen en heel de kerk swingde mee.
Toen zag ik het. Natuurlijk had ik er wel over gelezen, maar nu gebeurde het voor mijn ogen.
Ik realiseerde me des te beter: hier komt het vandaan.
En niet uit Veenendaal.
Tot zover mijn eigen verhaal.
Verder nu over de popcultuur in het algemeen en Veenendaal in het bijzonder.
Het is allemaal begonnen in de jaren vijftig, met blanke Amerikaanse jongens die zich op oude negermuziek stortten, of zwarte jongens die de bluesliedjes van hun oudere voorgangers elektrisch versterkt afstoften.
In Nederland had Eddy Christiani ook zo’n gitaar en zong er een meisje mee achterop zijn fiets.
In Amerika fulmineerden de dominees tegen al die Duivelse Muziek.
Het was tevergeefs, het was niet meer tegen te houden.
Op de ongekende golven van de moderne welvaart met koelkasten en grote sleeën met vleugels eigende de jeugd zich een eigen cultuur toe, aangevoerd door Elvis Presley, Buddy Holly, Jerry Lee Lewis, Little Richard en Chuck Berry.
There was a whole lotta shaking going on.
In Veenendaal gebeurt alles later, is een oud gezegde, maar de popcultuur gebeurde wel degelijk tegelijkertijd, vooral door de radio.
De Engelse stations, Radio Veronica. Pop was ook in Veenendaal het antwoord op de sufheid van de magistraten, de dominees.
Ik zei het al: ik was te jong om 't Dingetje binnen te gaan.
Er zitten hier toch wel Veensen in de zaal die er wél zijn geweest?
Het was in ieder geval duidelijk dat er wat moest gebeuren.
De beatjeugd van Veenendaal scheurde in de weekends met brommer door de Hoofdstraat.
Er vond meer plaats in stegen en portieken.
Zover kwam het dat de winkeliers op maandagmorgen voor het openen van hun zaak allerlei ongerief voor de deur moesten verwijderen dat aanstootgevend zou kunnen zijn voor het vrouwelijk personeel. Ja, zeg het maar: wie heeft staan vozen in zo’n portiek?
Het werd de bestuurders duidelijk, ook die van de kerk.
Zo is De Soos er gekomen, op gereformeerde grondslag.
Hoe dan ook, de jeugd kreeg de ruimte.
Er werden meer zogenaamde jongerencentra ingericht die zo hun eigen karakter hadden, en ook hun eigen reputatie kregen.
De ene was De Instuif, aan de Sandbrinkstraat.
Daar rees al een bepaald oordeel over.
‘Voordat ik m’n kinderen naar die verderfelijke troep stuur…’ werd er gezegd.
't Dingetje was opgericht door Henri Bruitsman, Peter Pilon, Dick Vink, Eddie den Braber en Dirk de Gooijer.
Zij vonden een geschikte ruimte in de oude Kokse-School.
Het werd officieel geopend op 18 november door burgemeester Hazenberg en de wethouders Koppenberg en Bastmeijer.
De eerste dansavond kwam een dag later, met de groep Lijn 6.
Anders dan De Instuif was 't Dingetje helemaal Sodom en Gomorra, althans volgens de Gewone Veense.
Er liepen langharigen rond in gekke kleding, er vond drankmisbruik plaats, er werden zelfs stripteases opgevoerd – blote-meiden-gedoe.
En erger.
De Veenendaalse hoofdinspecteur van Politie Dekker liet er zijn licht over schijnen in een stevig artikel in De Vallei van 11 oktober 1967.
Bij het teruglezen vond ik de man erg mild en begripvol, oprecht tolerant.
Hij zei dat hij bij regelmatige controles niets van de genoemde excessen had gemerkt.
Die moeten zich ongetwijfeld hebben voorgedaan als de hoofdinspecteur niet binnen was.
Toch?
Het geschamper over langharigen deed hij af als ‘discriminatie’.
Hij relativeerde het tot een tijdverschijnsel.
En we hadden toch ook de helden uit de Gouden Eeuw leren bewonderen met hun lange haardossen die vaak genoeg pruiken waren.
‘Onbekend maakt onbemind’, stond als kop boven het verhaal met Dekker.
Hij was binnen geweest, hij kon goed oordelen, kende ook het verschil tussen
De Instuif en 't Dingetje.
De Instuif stond onder leiding van ouderen. ‘Dat geeft een element van dwang,’ meende Dekker.
In 't Dingetje zag hij iets anders: daar maakte de jeugd het zelf uit.
Verlicht opvoeder als hij bleek te zijn beschouwde de hoge politiefunctionaris deze beatclub als de gelegenheid waar de jeugd zichzelf kon vormen, met onderlinge hulp, samen in gesprek komen over de maatschappij, in een kleine excentrieke gemeenschap.
Onder de excentrieke jeugd zelf ontstond ook die stemming: ‘Wie gaat er nou naar de Instuif?’
Hoofdinspecteur Dekker zag hoe onder de oudere Dingetjes het inzicht groeide.
‘De jeugd is zelfstandig geworden,’ betoogde hij in die herfst van 1967, ‘ze zijn volwassen geworden en kunnen zich niet meer met de gedragingen van de beatjeugd verenigen.
Hun naïeve gedragingen moeten worden gezocht in het zogenaamd artistiek zijn van de jongens en meisjes, het na-apen van grote idolen en het afwijzen van alles wat op ‘raad van ouderen’ lijkt.’
Dekker, voort redenerend: ‘Langzaam komen deze jongeren tot de ontdekking dat die ‘burgerlijke’ wereld niets is om zich voor te schamen. Dat het mooi is om iets te presteren. Als ze zover zijn, zie je ze niet meer in een beatclub.’
De Instuif en 't Dingetje hebben de Sixties niet lang overleefd.
Het pand van 't Dingetje werd afgebroken.
Er kwam een parkeerplaats voor in de plaats, met de eerste Veenendaalse ALDI.
As2O3, maart 1967 op de markt, graties optreden ter gelegenheid
van de geboorte van Willem-Alexander
Van voor 't Dingetje dateert een legendarische Veenendaalse beatgroep: As2O3.
Hij werd in 1965 opgericht door Hans Hiensch en Jan van der Wolf.
Ze ontleenden de naam aan de chemische verbinding Arsenium Trioxide ofwel rattengif.
Hun eerste optreden was in ´De Soos´, bij de Brugkerk.
Ze hebben in totaal vier jaar bestaan, in wisselende bezetting met IJnze den Hengst, Cees van Hardeveld, Karel Helder, Ernst Kraft van Ermel, Jacob Brederveld, Ruurd Nijdam en Dirk van Doorn.
Ze plakten leuke stickers met de bandnaam op alle lantaarnpalen aan de Kerkewijk.
Het repertoire was heel erg beat en heel erg van de tijd, met nummers als Paint it Black en Play with Fire van de Rolling Stones, Don’t Bring me Down van The Pretty Things, All Day and All of the Night van The Kinks, Touch van de Outsiders, Hey Joe van The Jimi Hendrix Experience en Dancing in the Street van Martha & The Vandellas.
Ze speelden ook eigen werk.
Ernst Kraft van Ermel schreef The Sound of You and Me en The World was Mad Today.
Jan van der Wolf schiep Guitar Piece.
Hij had de naam dat hij kon spelen als Eelco Gelling van Cuby & The Blizzards.
De band trad op bij Toni Boltini, maar ook op een paar roemruchte, legendarische Veenendaalse festivals.
Ver buiten Veenendaal ontwikkelde Amsterdam zich tot de Europese Hippie/hoofdstad van de Wereld, met poptempels als Paradiso en Fantasio.
Dichter bij huis werden in de Utrechtse Jaarbeurs The Flights to Lowlands Paradise georganiseerd.
De eerste was op 28 december 1967, met Gloria, de Jan Hekert Experience, Op/Sounds, Porvocation en The Tykes, u weet wel. Het duurde achttien uur.
De entree was een tientje, met ontbijt.
De tweede, een jaar later had een veel indrukwekkender affiche: Pink Floyd, The Zipps, Cuby & the Blizzards, The Bonzo Dog Doo-Dah Band en Tyrannosaurus Rex.
De grote afwezige was de wel aangekondigde Jimi Hendrix.
Daar hebben ze het nóg over, in Utrecht, dat Jimi er niet was.
Er kwamen 18.000 mensen.
In Veenendaal bleven ze niet achter. In het jargon van nu ging de jeugd bezig met cultureel ondernemen.
Het bestuur van Circuit ´67 was de Utrechtse organisatie zelfs voor met het grote Garage Beatfestijn in de werkplaats van Hoogendoorn aan de Nieuweweg.
Ik citeer De Vallei van 17 april 1967:
´Ongeveer 600 tieners, al dan niet geminirokt, bezochten het beatevenement en hun hippe verschijningen zorgden al spoedig voor een gepaste sfeer in de immense ruimte.
De Utechtse band Wo?W exalteerde ´t jonge publiek vrijwel onmiddellijk en de meest vreemdsoortige dansen –identiek met de laatste beatmode- werden vol vuur en verve gedemonstreerd.´
Ster van de avond was de Brabantste zanger Armand, legendarisch geworden met zijn Ben ik te Min. Het beviel hem maar matig dat het biervolk achterin telkens luidkeels ´Já!´ riep als hij zijn beroemde vraag zong.
Er kwam nog een Festival, het moest het grootste worden tot dan toe.
Het beatfestijn werd georganiseerd in de Eierhal, met als hoofdattractie The Small Faces, de Engelse band met Steve Marriott, Ronnie Lane, Kenny Jones en Jimmy Winston.
Het festival vond plaats op 21 oktober 1967, na de historische Summer of Love, waarin The Small Faces hun psychedelische Itchycoo Park uitbrachten.
Het brein achter de organisatie was de dan 23-jarige droger op de Hollandia Wolfabriek:
Fred Bruitsman.
AVRO Beat girls
Hij moest 5000 gulden betalen voor een optreden van 35 minuten.
Er moest ook betaald worden voor onder andere Dirty Underwear, Les Baroques, Exception en de AVRO/beatgirls.
Bruitsman had geen sponsors, er waren geen commerciële activiteiten.
Hij moest vooraf toegeven dat het een gok was. Er moesten 1500 mensen komen om quitte te spelen.
Bruitsman hoopte ook op volk van buiten Veenendaal.
Hoofdinspecteur Dekker –daar is hij weer- was heel sceptisch.
Hij verwachtte hooguit 500 mensen. Bruitsman droomde al over een festival met The Kinks en Manfred Mann en zei langs zijn neus weg ook al contact te hebben met Jimi Hendrix, maar die was ziek en kon niet komen.
Het Beatfeest Eierhal werd een ramp. De hoofdinspecteur kreeg gelijk. Er kwamen te weinig fans.
Spencer Davis was woest na het optreden, omdat Bruitsman hem te weinig betaalde.
Zo was het ook met de andere groepen.
De mensen die er wel waren hebben wel goede optredens gezien, kregen waar voor hun geld.
´De Spencer Davis Group bewees wel, dat ze hun roem niet alleen aan hun naam te danken hebben,´ zo stond in de recensie.
Hoofdinspecteur Dekker was tevreden over het uitblijven van relletjes. Uit het krantenverslag: ´Het publiek bestond voornamelijk uit tieners'.
Het grootste gedeelte kwam van buiten Veenendaal, zelfs uit Limburg en Noord-Holland.
In hun vaak bloemrijke kleren dansten, zaten of lagen de hippe vogels in de eierhal, of gingen in de Achterkerkstraat een luchtje scheppen.
Daar werden ze door een aantal nieuwsgierigen met gemengde gevoelens bekeken.
Verwonderd, geïrriteerd en hoofdschuddend werd het hippe gevogelte gade geslagen als ´die jeugd van tegenwoordig´.
Die jeugd vatte dit op als een eer en om nog meer op te vallen ging men zich nog vrijer gedragen. Het bleef gelukkig allemaal bij deze onschuldige geldingsdrang.
Grote moeilijkheden deden zich niet voor. De hippies konden het best vinden met hoofdinspecteur Dekker, die tevreden achter in de eierhal zat om een oogje in het zeil te houden.´
Meneer Dekker had de smaak te pakken.
In 1968 werd hij lid van de Veenendaalse jeugdraad in oprichting en liet hij zich enthousiast uit over een nieuw festival in de Eierhal: Stick to Sticks, op 31 mei 1968.
Het werd georganiseerd door Mik Thoomes, Hedda Buijs en de heer Van Pijpen, een zogenaamde man achter de schermen.
Het festival moest de nieuwe jeugdraad een gezonde financiële basis opleveren.
De entree was 4 gulden. ´Echt niet veel voor zo´n evenement,´ meende Mik Thoomes.
Hij rivaliseerde met Fred Bruitsman die zich eigenlijk de koning voelde.
Harry Dukker kwam met zijn fameuze lichtmachine die exotische vormen en vloeistofdia´s op de kale muren ging projecteren.
Helemaal uit Veenendaal opende As2O3 het programma.
Op het affiche stonden verder Full House uit Utrecht, zanger Theo Snijders uit Amsterdam en The New Acoustic Swing Duo van de jazzy broers Peter en Han Bennink.
De 17-jarige Bert Jansen kwam de blues zingen en mondharmonica spelen.
Dragonfly uit Vlissingen sloot de avond af.
Voor Jansen werd het een sof. Het publiek pruimde hem niet. Het optreden stopte na zeven minuten. Jansen schreef er later over in Aloha. Stick to Sticks is ook niet uit de kosten gekomen.
Dat was het wel zo´n beetje met de Veense variant van de Sixties.
Saai was het woord niet, weet je wel?
Het was een stuk minder heftig dan in de hoofdstad, met Provo-happenings en straatrellen.
Het was de Veenendaalse jeugd zelf die iets maakte van de nieuwe jeugdcultuur, compleet met een eigen blad, Perfume Garden en steeds het wakend oog van hoofdinspecteur Dekker.
Suzy Q was de naam van een nummer van Creedence Clearwater Revival.
Gert Schoonderbeek vond het de beste naam voor een dancing in een oude fabriekshal van de VSW, aan de Nieuweweg.
De Sixties waren voorbij. Samen met Hennie Bruitsman, Hans Slotboom, discjockey Jan Hoogerdijk, bestuurslid Frank van der Veen en portier Frans Peters bouwde Schoonderbeek aan één van de beroemdste disco´s uit heel de regio.
In de jaren zeventig werd het ondernemen, popzaken doen.
Zo was het met Suzy Q. De alternatievelingen konden naar de Pomp.
Ik zei het al: je kon in die tijd in Veenendaal beter aan je trekken komen dan in Utrecht.
Het liep ook af.
Suzie Q en de Pomp bestaan al lang niet meer.
Ik herinner me het festival Zomerpop nog, van 28 juni 1980. We waren terug in het stadspark.
Gert Schoonderbeek was één van de organisatoren.
Ze hadden een geweldige band staan, wat mij betreft de grootste die ooit in Veenendaal heeft gespeeld: The Cure, de band rond Robert Smith, bekend van hits als 17 Seconds en Killing an Arab.
Het regende. Het was sfeerloos. De magie was verdwenen.
Stef Bos, van 12 juli 1961, houdt als zanger en muzikant de naam van Veenendaal hoog.
Op 8 oktober presenteerde Theater de Lampegiet de British Pop Invasion, met de beste Engelse popmuziek uit de jaren zestig.
Dat is leuk voor de nostalgie, net als een avond als deze.
Als ik naar een band wil kan ik al lang in Utrecht blijven.
Ik vraag me af of de Veenendaalse jeugd van nu eigenlijk wel met een Dingetje bezig is.
Tot zover mijn college.
Leuk om te doen, en al die herinneringen op te halen.
Vooral om meer te weten te komen over de Sixties die ik in Veenendaal niet heb meegemaakt, eenvoudig omdat ik nog te jong was.
Ik baseerde me voor een deel op Veens Lawaai, het geweldige blog van Gerard Davelaar.
Ook voor jullie een plezier om na te lezen.
Jeroen Wielaert (Veenendaal, 1956) is een Nederlands verslaggever, columnist en auteur.
Hij is vanaf 1984 werkzaam bij Radio 1, achtereenvolgens voor Veronica, NOS, VPRO, NPS en RVU als verslaggever, presentator en columnist op het gebied van kunst, cultuur, natuur & milieu, politiek en sport.
Hij versloeg voor Veronica Nieuwsradio de Val van de Berlijnse Muur en de nasleep daarvan.
Vanaf 1992 reist hij in verkiezingstijd de VS door voor de Mood of the Nation.
Bij Veronica was hij presentator van Sportradio en Cultuurradio.
Bij de NPS presenteerde hij Radio Uit, de voorloper van Kunststof en afleveringen van Spotlight (Radio 6).
Eind september 2012 begon hij als co-presentator van NTR's Lijn 1.
In 1986 was hij voor het eerst in de Tour de France. In 2013 voltooide hij zijn negentiende hele Ronde.
Naast het radiowerk schrijft hij onregelmatig voor Vrij Nederland, de Volkskrant, literair wielertijdschrift De Muur en maandelijks WielerlandMagazine.
Het was veruit de grootste bar dancing in de wijde omgeving (capaciteit van 1100 bezoekers) en trok overal bezoekers vandaan.
Van harte welkom bij een bezoek aan de eerste Suzie avond sinds 1979!
Een typische Suzie Q advertentie uit 1973
De avond vindt plaats op 26 oktober 2013 in de Veenendaalhal aan de Nijverheidslaan in Veenendaal.
In de hal zal de inrichting en sfeer van Suzie Q zoveel mogelijk worden nagebootst.
De DJ van toen: Jan Hoogerdijk, waar als volgt over geschreven is: 'Je hebt zo'n rappe bek, je moet ook eens achter dat ding gaan staan', zegt Radio Noordzee disc jockey Peter Hollander ruim 35 jaar geleden tegen Veenendaler en toen nog broekie Jan Hoogerdijk.
Hij is samen met een vriend uit in discotheek de Lindenboom te Druten.
Niet veel later krijgt hij achter de draaitafel elk weekend duizend tot twaalfhonderd man op de dansvloer van Suzie Q, de beroemdste discotheek die Veenendaal ooit heeft gekend.
Hij zal ook aanwezig zijn, net als portier/uitsmijter Frans Peters.
Een stempel op de hand zorgt voor het jaren zeventig gevoel.
Bandleden van The Royal Rockers, Quibus 5 en As2O3 voor restaurant De Beproeving
Het tot nu toe laatste reünie optreden van de Veenendaalse beatgroep As2O3 vond plaats in Escape in Veenendaal op 28 april 2007.
De eerste reünie was op 16 september 2001 in de Lampegiet in Veenendaal, net als het tweede optreden, op 9 maart 2003.
De concerten werden georganiseerd door Jan Slagman en Sjerrie Nijenhuis onder de naam 60's Revival Veenendaal.
Deze optredens werden verzorgd door Hans Hiensch, zang en orgel, Kees van de Klift, gitaar en zang, Ernst Kraft van Ermel, gitaar en zang, Cees van Hardeveld, bas en Karel Helder, drums.
Het derde optreden werd gegeven in Restaurant De Beproeving op 18 september 2005.
Ernst Kraft van Ermel werd vervangen door Arjan van Gestel (gitaar, zang).
Dit is ook de bezetting van dit laatste optreden in de Escape, waar Peter van Tuil (Snowy Wood) een paar nummers als gast drumde
Natuurlijk wist ik dat ik dit optreden op video vastgelegd had, maar ik had de tape niet goed opgeborgen en vond hem onlangs pas terug.
Hieronder het complete optreden.
Tevens weet ik dat een ander persoon dit ook heeft gefilmd.
Wil die contact opnemen?
Dan kunnen we misschien een multicam van de twee opnames samenstellen.
Sixties Revival in Escape
Jan Hoogerdijk, Sjerrie Nijenhuis en Gerard Davelaar in de Lonestar Studio, 2001
Zaterdagavond 10 mei (2008) wordt de vijfde editie van Sixties Revival Veenendaal gehouden in Escape.
In 2001 namen Sjerrie Nijenhuis en Jan Slagman het initiatief en tilden het spektakel van de grond.
Het festival heeft zich inmiddels een vaste plaats veroverd tussen jaarlijks terugkerende evenementen zoals het Bokbierfestival en het Jazzfestival.
De Veenendaalse band Relax maakt straks weer zijn opwachting.
Beatgroep Relax begon in 1967 met onder anderen Frans Davelaar, Han op de Woert, Henk Stoffer en Jim van Egdom.
Er werd geoefend in een schuur achter het huis van één van de bandleden; de buren waren beduidend minder enthousiast.
Frans: "Ons eerste optrede was in De Instuif, waar wij zelf regelmatig kwamen voor een drankje en op zoek waren naar vrouwelijk vertier."
Later waren er diverse optredens in Veenendaal en omgeving.
In de loop van 1968 kwamen we er achter dat de kosten hoger waren dan de baten.
Ook kregen de verschillende bandleden verkering en andere interesses, dus was dat het (tijdelijke) einde van Relax.
Dansavonden
Toch bleven de bandleden betrokken bij de muziek.
Ze organiseerden dansavonden bij de Eikelenkamp in Elst en popfestivals in Veenendaal met onder anderen Golden Earring, The Bintangs en Rob Hoeke.
Ook waren zij betrokken bij de oprichting van Suzy Q, een discotheek in de Oranjestraat.
Maar werken, trouwen en een gezin stichten werd toch belangrijker gevonden dan de muziek, Relax leek definitief verleden tijd, maar een balletje kan raar rollen.
Frans: "In 1990 ontdekte ik een oefenruimte waarin de apparatuur al gereed stond. We zochten contact met elkaar en zijn weer begonnen met repeteren, uit pure hobby en als uitlaatklep voor de dagelijkse beslommeringen. We vulden de band aan met een organist en een sologitarist. Daardoor werd de muzikale invulling nog completer".
Reünie
In 1993 was er weer een eerste optreden, met heel veel succes. Het plan werd opgevat om regelmatig een reünie te houden voor leeftijdgenoten, en voornamelijk voor oud-leden van de Instuif.
Nagenoeg ieder jaar werd er vanaf dat moment een reünie gehouden, met muziek uit de sixties.
Henk Stoffer: "Vorig jaar hebben we opgetreden in Escape, tijdens het vierde Sixties Revival. Dat was ons laatste optreden, maar Escape stond op z'n kop en de sfeer was niet te evenaren. Het wat oudere publiek, dat normaal niet in Escape komt, werd meegesleept door onze muziek en het dak ging er af. Dat gaf voor ons de doorslag om verder te gaan met onze muziek en een volgend optreden te plannen." (Co Keulstra - 29 april 2008)
Brainbox, een van Neerlands bloedeigen top-popgroepen komt op Nieuwjaarsdag naar Veenendaal om op te treden in de bar-dancing Suzie-Q. Zij brengen er, vanaf 2 uur 's middags hun repertoire. Om even wat te noemen van de oudjes: "Down Man", "Sea Of Delight", "Dark Rose", "Summertime", "To You", "Between Alpha and Omega" en natuurlijk de nieuwste: "Doomsday Train", en "The Smile".
Brainbox beschikt over een sologitarist die wel eens de beste in zijn genre in ons land is genoemd: John Schuursma, die vroeger bij Rob Hoeke speelde. Zijn maats in de muziek zijn Caz Lux (zang), Rudy de Queljoe (sologitaar), André Reijnen (bas) en Frans Smit (drums).
Over Suzie Q gesproken, vanavond worden speciaal ouderen en ouders verwacht, evenals de leden van de Veenendaalse gemeenteraad. Kunnen ze ook eens zien wat daar in het omgetoverde KVSW-atelier gebeurt. Nog wat: op Nieuwjaarsdag is Suzie-Q open tot twee uur 's nachts.
(De Vallei, 30 december 1970)
De Veenendaalse Top Tien was toen:
1. George Baker Selection - Over and Over 2. Tee-Set - She Likes Weeds 3. George Harrison - My Sweet Lord 4. Sandra en Andress - Love is all Around 5. The Who - See Me, Feel me 6. The Bee Gees - Lonely Days 7. Shocking Blue - Hello Darkness 8. The Beach Boys - Tears in the Morning 9. The Jimi Hendrix Experience - Voodoo Chile 10. Les Humphries Singers - To My Father's House
En de best verkochte LP's in Veenendaal: 1. Corrie en de Rekels - 2e LP 2. John Woodhouse Festival 3. Ekseption - Ekseption 3
Het "Garage" beatfestijn, dat het jonge bestuur van Circuit '67 zaterdagavond had gecreëerd in de grote garage/werkplaats van de firma Hoogendoorn aan de Nieuweweg, is bepaald een succes geworden.
Ongeveer 600 tieners, al dan niet geminirokt, bezochten het beatevenement en hun hippe verschijningen zorgden al spoedig voor een gepaste sfeer in de immense ruimte.
De Utrechtse beatband Wo?W exalteerde 't jonge publiek vrijwel onmiddelijk en de meest vreemdsoortige dansen — identiek met de laatste beatmode— werden vol vuur en verve gedemonstreerd. Hoofdschotel van de avond was het optreden van protestzanger Armand, die in totaal ruim veertig minuten voor het (afwezige) voetlicht verscheen. In de pauze stond Armand — alias Herman George van Loenhout — ons een interview toe.
Toen de succesvolle Eindhovenaar de zaal betrad, quasi-onverschillig met een sigaret in zijn mondhoek, toonden de tieners zich bijzonder enthousiast. Dat was dan ook de grootste ovatie, welke Armand in ontvangst kon nemen, want het publiek beloonde de nummers die hij ten gehore bracht maar matigjes, waarschijnlijk overrompeld door zijn sterk realistische teksten.
Armand
In de pauze beantwoordde Armand onze eerste vraag — hoe hij het Veenendaalse publiek vond — als volgt:
"Ik vind het een fijn publiek. Het feit, dat ze bijna niet applaudiseren is voor mij een teken, dat er wordt geluisterd. De groep joelende bietenbouwers achterin (een vrij grote menigte achterin de garage, die gedurende zijn tophit "Ben Ik Te Min" 'n oorverdovend "ja" liet horen wanneer Armand de gelijknamige passages zong, red.) snapt er niets van."
Armand toonde zich een weloverwogen spreker, waarvan een grote sympathie uitgaat. Zijn teksten voor de songs schrijft hijzelf en zijn in veel gevallen werkelijk schokkend. "Men heeft mij voor het optreden gevraagd mijn teksten te kuisen, maar daaraan heb ik geen gehoor gegeven. In totaal heb ik één couplet weggelaten, dat was wel érg gewaagd, voor dit jonge publiek. Ik heb overigens een hekel aan de betiteling "protestzanger". Folksinger zou ik genoemd willen worden, want dat ben ik. Ik zing waarheden en ik zing ze onverbloemd. Wanneer men dat protest wil noemen …"
Armand gaat op korte termijn naar Amerika om Bob Dylan te bezoeken, zijn grote idool. Boudewijn de Groot vindt hij een verdienstelijk zanger, maar hij betreurt, dat de teksten van zijn nummers niet door hemzelf geschreven zijn. Over drie weken verschijnt er een LP van Armand en de single die ongeveer tegelijkertijd van de pers komt is een vervolg van "Ben Ik Te Min". "Wanneer het publiek mij beu is, ga ik verder als componist en daarin bouw ik dan mijn toekomst op. Wat eer rotwoord: toekomst!"
Armand, een eenvoudige knaap, die de laatste tijd opmerkelijke successen boekt. Zijn songs zijn soms wat wreed en sterk realistisch. Hij bezit een zeer aparte stem, en begeleid zichzelf op gitaar.
(De Vallei, 17 april 1967), met dank aan Henk Roor, die dit artikel ter beschikking stelde. Te min...?
Naar aanleiding van het optreden van de gitarist-zanger Paul Armand op zaterdagavond j.l. in garage Hogendoorn, wilde ik gaarne in onderstaande ingezonden stuk mijn visie geven op de m.i. voorgewende verontwaardiging van het jeugdige publiek over voornoemd zanger.
In de ruime werkplaats van een bekend garagebedrijf te Veenendaal hadden zich zaterdagavond j.l. enkel honderden jongeren verzameld om te dansen op de door de beatgroe W.O.?W. geproduceerde geluiden. Ik ben van mening, dat deze groep, naar mate de avond vorderde, meer succes had, dan de van radio en t.v. bekend zanger Paul Armand, die vooral de laatste tijd door zijn lied "Ben ik te min?" in het nieuws gekomen is.
Deze, aanvankelijk met stormachtig gejuich ontvangen protestzanger, werd aan het eind van zijn repertoire nauwelijks een applaus gegund.
Zeker, Armand heeft zijn best gedaan. Velen hebben ervan genoten uit zijn mond het vuil te horen, dat ze zelf slechts in groepsverband op straat en in automatieken spuien.
Wanneer ze het dan iemand voor de microfoon ten overstaan van een groot publiek horen doen, verloochenen ze zich, en fluiten hem uit, omdat hen de spiegel voorgehouden wordt.
Ze hebben van Armand genoten, die, terwijl hij alle "heilige huisjes" omver trapte zijn "programma", onder luide protesten uit de zaal, vergenoegd voortzette en, omdat hij nu toch eenmaal bezig was 'en passant" ook maar even de godsdienst een knauw meende te moeten geven.
Het publiek wist wie er kwam en het was besloten zijn fatsoen ten toon te spreiden en bij zijn tweede optreden had het zich dan ook volkomen op de gore taal afgestemd, waarbij de waarheden, die toch onmiskenbaar in zijn songs verborgen zitten, aan de oren voorbij gingen.
Natuurlijk kan men niet iedereen over één kam scheren en er waren er genoeg, die oprecht verontwaardigd de zaal verlieten, toen hij in zijn lied tegen het Christendom hun God op een gruwelijke manier lasterde.
Als hij maar een greintje respect voor wat velen heilig is in zijn lijf had, had hij deze songs achterwege gelaten, hoewel ik ervan overtuigd ben, dat hij hiermede geen godslastering voor had.
En-fin al met al was het een avond vol sensaties en ik kan met de beste wil van de wereld niet begrijpen, hoe men er toe komt uitgerekend deze knaap voor de jeugd van Veenendaal te laten optreden.
Armand zal nu elders de schenen beurs trappen, maar in Veenendaal zal hij na zijn afgang van zaterdag nimmer weer voor het voetlicht verschijnen.
Dat blijft voor hem voor altijd gedoofd en daar heeft hij dan ook om gevraagd.
Ondanks alles mag ik hem wel, die Armand. Hij Is eerlijk en staat tenminste niet te huichelen.
Wat dat betreft kunnen velen nog wat van hem leren P.J. de Vries, Rhenen, 19 april 1967
"Onbekend maakt onbemind", zegt de hoofdinspecteur van de Veenendaalse politie, de heer W.C.H. Dekker.
Hij gebruikt dit oude gezegde in verband met de vele fantasierijke verhalen rond de beatclub N.V. 't Dingetje.
Al deze roddelpraatjes zouden nu eindelijk eens uit de wereld geholpen moeten worden. "Als de Veenendalers 's zondagsmiddags langs 't Dingetje komen, en ze zien daar die jongelui staan, zeggen ze: "Moet je daar die langharigen zien met hun gekke kleren. Daar zal zich binnen wat afspelen!"
En dat is wat volgens de hoofd-inspecteur van politie het begin is van een nieuwe, venijnige roddel over de beatclub.
"De één zegt: "Daar zal zich wat afspelen", de ander: "Daar speelt zich wat af',en een derde dikt het verhaal nog wat aan en daar is dan een nieuwe story geboren waar de mensen tijdens een verjaardagsfeestje zo heerlijk van kunnen genieten", aldus de heer Dekker, die tijdens zijn regelmatige contrôle-bezoeken aan het trefpunt voor de Veenendaalse beatjeugd nog nooit dingen heeft meegemaakt die ergens als basis voor die verhalen kunnen dienen.
Ruimte waar de jeugd eens zichzelf kan zijn
De heer Dekker heeft al heel wat wilde verhalen over het Dingetje nagetrokken, van striptease tot drankmisbruik, maar nog nooit bleken ze gegrond te zijn. "Altijd als ik bij de bron van deze verhalen uitkwam gaf men mij als reden: "Ik zag daar die langharigen staan en toen dacht ik …"
De heer Dekker vindt dit echter discriminatie.
Hij betreurde het dat men naar aanleiding van het uiterlijk van de jongeren zo denigrerend over hen spreekt. Hij spreekt over zijn jeugd, toen de plusfours in de mode waren: "Als je dat droeg keken de ouderen je met scheve ogen aan. Dat is nu hetzelfde met het lange haar. Met eerbied kijkt men naar een portret van Frederik Hendrik of Michiel de Ruyter en die hadden nog wel pruiken op. Waarom is dan nu de weelderige haardracht te min? Het is toch allemaal maar een tijdsverschijnsel".
Zelfstandig
Dat lang haar een tijdsverschijnsel is kan de hoofd-inspecteur duidelijk merken in de beatclub zelf. Niet alleen wordt de haardracht korter: "een jongen met al te lang haar gooien ze er zelfs uit," aldus de heer Dekker.
Dit is volgens hem een gevolg van het feit, dat de jongeren elkaar beïnvloeden.
Hij ziet 't Dingetje als een gelegenheid waar de jeugd zichzelf kan vormen, met onderlinge hulp.
De jeugd is er volgens hem bezig zelfstandig te worden. "Dat is duidelijk te zien aan het oude bestuur"' aldus de heer Dekker.
"Over hetgeen zij eerst hebben opgebouwd spraken zij nu hun misnoegen uit. Dat komt alleen omdat het oude bestuur volwassener is geworden en zich niet meer met de naïeve gedragingen van de beat jeugd kan verenigen. Die naïeve gedragingen moeten worden gezocht in het z.g.n. artistiek zijn van de jongens en meisjes, het naäpen van de grote idolen en het afwijzen van alles wat op "raad van ouderen" lijkt. Langzaam komen deze jongeren tot de ontdekking dat die "burgerlijke wereld" niets is om zich voor te schamen. Dat het mooi is, iets te presteren. Als we zover zijn, zie je ze niet meer in een beatclub".
Maar voor ze zover zijn, moeten ze volgens de hoofd-inspecteur van politie met elkaar leven en praten in een kleine excentrieke gemeenschap om tot die ontdekking te komen.
Daarvoor is 't Dingetje juist zo geschikt.
Dwang
De heer Dekker wijst op de begintijd van De Instuif.
"Hoeveel ouders zeiden toen niet: "Voordat ik m'n kinderen naar die verderfelijke troep stuur". Nu is daar gelukkig al veel verbetering in gekomen. Zo zal het ook wel met 't Dingetje gaan."
De heer Dekker ziet trouwens meer in een gelegenheid als 't Dingetje dan in De Instuif. "In 't Dingetje kan de jeugd zelf tot de ontdekking van de werkelijkheid van de maatschappij komen. In De Instuif is er de leiding van ouderen: dat geeft een element van dwang."
Hierbij is het opmerkelijk, dat men onder de jongeren vaak kreten hoort als:
"Wie gaat er nu naar De Instuif".
Dan is er volgens de heer Dekker nog de verandering van de tijden.
Hij gaat terug naar zijn jeugd en herinnert zich dat er zich toen ook wel eens iets afspeelde, waar de ouders niet tevreden over waren: "Maar vroeger trapte men iemand niet zo gauw op de tenen en door de overbevolking van nu gebeurt dat tegenwoordig vrij snel," zegt hij.
Daarom moet er volgens hem een ruimte zijn, waar de jeugd zichzelf kan zijn.
Bovendien moet men volgens hem kijken waar de schuld ligt.
Hij noemt het voorbeeld van een hond die niet uitgelaten is.
Als dat beest dan wat in de keuken doet kan men het hem niet kwalijk nemen, maar moet men zeggen: "Uilskuiken dat ik ben! Had ik die hond maar even uitgelaten."
Zo moet men volgens hem ook de jeugd "uitlaten" en ze niet dwingen stiekem haar praktijken uit te laten oefenen. "Men moet niet de jeugd, maar de gemeenschap voor hun daden blameren".
Portieken
Dan noemt de heer Dekker nog een ander voordeel van een vrij jeugdcentrum.
Voor de tijd van 't Dingetje crosste de jeugd op brommers door de Hoofdstraat.
Zij had geen ruimte om samen te komen.
In steegjes en portieken van winkels voerde zij duistere praktijken uit. "Het was zelfs zo erg, dat winkeliers in de Hoofdstraat 's maandagsmorgens zorgden vóór het personeel bij de zaak aanwezig te zijn om dingen op te ruimen, die voor het vrouwelijk personeel aanstootgevend zouden kunnen zijn", aldus de hoofd-inspecteur.
Nu is naar zijn zeggen meer dan de helft van deze jongeren in 't Dingetje te vinden waar ze zich met een flesje limonade en wat muziek vermaken; "Natuurlijk zijn het geen lieve jongetjes en meisjes. Gelukkig niet!" vindt de heer Dekker.
Hij is maar wat blij, dat hij de jeugd aantreft in de beat club en niet in cafés.
Voor een café zijn ze volgens hem nog veel te jong.
Waarheen
Naar alle waarschijnlijkheid zal het huidige gebouw van Beat club N.V. 't Dingetje half 1968 worden afgebroken.
Waar moet de jeugd dan naar toe?
Weer naar de straat? "Ik hoop het niet"' zegt de heer Dekker. "Hopelijk is er voor hen een plaats te vinden waar ze een nieuwe ruimte kunnen opbouwen. De jongens van 't Dingetje werken hier hard voor. Ze vroegen mij zelfs of het niet beter zou zijn dan meteen de naam van de club te veranderen, omdat die zo besmet is. Ik zei echter dat ze dat niet moesten doen. Gewoon volhouden. Proberen die blaam van je af te werpen door een goed gedrag. Dan komt het vanzelf wel goed. Veenendaal zal er toch wel een keer aan wennen…"
(De Vallei, 11 oktober 1967) Een reaktie (van de gevestigde orde) liet niet lang op zich wachten. Op 14 oktober 1967 stond onderstaand artikel in de Vallei.
VERWONDERING OVER VISIE VAN HOOFDINSPECTEUR
Predikanten willen eens poolshoogte gaan nemen
Tijdens de laatste vergadering van ons convent hebben enkele predikanten gezegd, dat er bij hen klachten van ouders binnengekomen waren over de beat club 't Dingetje.
Wij hebben toen gesteld dat het aan te bevelen zou zijn als een paar predikanten er eens een kijkje gingen nemen.
Als je over iets gaat oordelen moet je tenslotte weten wat er gebeurt.
Trouwens, je moet zelf wel gaan kijken, want er is geen enkele instantie bij wie je een klacht in kunt dienen.
Enkelen van ons willen er dus eens poolshoogte gaan nemen, ook al weten we niet of we er wel inkomen..."
Dit is de reactie van ds. C. G. Vijzelaar, secretaris van het convent van predikanten, op de uitspraken van de hoofdinspecteur, W. C. H. Dekker, die hij tijdens een interview over de beat club het Dingetje deed.
Hij is nogal verbaasd over hetgeen de inspecteur bij die gelegenheid heeft gezegd.
Een aantal personen, die nauw bij het jeugdwerk in Veenendaal, in welke vorm dan ook, betrokken zijn, deelt deze verwondering.
Men is van oordeel dat de heer Dekker, die van het begin af aan veel voor de jongelui - die het bestuur van de beat club vormen - heeft gedaan, hen nu ook in de krant min of meer de hand boven het hoofd houdt.
De heer L. van Treijen jr., voorzitter van de jongerenorganisatie Circuit '67, die regelmatig dansavonden in De Ruif aan de Nieuweweg organiseert zegt hierover: "Wij gaan deze zaak in ons bestuur bepraten. De inspecteur heeft zonder meer onwaarheden vertelt. Ik heb er bewijzen van dat er in 't Dingetje LSD gebruikt is. Ik snap niet waar hij met dit verhaal naar toe wil. Wij gaan erover vergaderen en zuilen dan zeker reageren."
De eerste lidmaatschapskaart
De man die wellicht het meest teleurgesteld is door de uitlatingen van de heer Dekker, is jeugdleider G. v. d. Schee. "De inspecteur suggereert dat er alleen maar slap-hannessen naar de Instuif gaan. Dat kan hij nooit weten want hij komt hier nooit. Bovendien is de Instuif natuurlijk niet met het Dingetje te vergelijken. Dat slaat als een tang op een varken. Wie de wezenlijke inhoud van ons werk kent, zal dit begrijpen. Wat de heer Dekker zegt is onjuist en vervelend. Hij laat het voorkomen of de jeugd geen prijs stelt op een organisatie als de Instuif. Laat ik hem dan bij dezen vertellen dat wij 600 leden hebben, die de Instuif samen per week 700 keer bezoeken. Ook de bestuursleden van het Dingetje zijn lid van de Instuif en komen hier regelmatig. Ik heb niets tegen de jongens die in het Dingetje komen, dat weet iedereen wel, maar we moeten de zaken wel stellen zoals ze zijn."
Mevr. H. Buddingh-de Vries Lentsch, raadslid voor de VVD, zegt kort maar krachtig over de opmerkingen van de heer Dekker: "Ik snap niet hoe hij zoiets kan zeggen. Ik sta stomverbaasd. Vooral in het begin is er door de politie heel weinig gecontroleerd, dat staat niet in de krant. De heer Dekker zegt dat de jeugd iets heeft opgebouwd. Volgens mij hebben ze de zaak daar alleen maar afgebroken."
Het gemeenteraadslid heeft al van verschillende kanten reacties gehoord op de naam Het Dingetje, die volgens haar duidelijk een dubbelzinnige betekenis heeft.
"Mij als raadslid interesseert het natuurlijk of op dit alles straks een vervolg komt. Het gebouw wordt afgebroken, en ik ben benieuwd wat er dan gaat gebeuren."
Mevr. Buddingh gelooft zeker dat er straks in de gemeenteraad bij de algemene beschouwingen nog wel meer noten over de gang van zaken rond de beatclub zullen worden gekraakt.
Opvattingen
De gemeenteraad draagt ten opzichte van de gebeurtenissen in Het Dingetje geen verantwoording, hoewel de club in een gemeentelijk gebouw is ondergebracht.
De raad heeft de verhuur ervan aan het college van B&W gedelegeerd en dit college kan dus ook weer een eind aan de huurovereenkomst maken.
In dit opzicht heerst er verdeeldheid in het college, want de opvattingen van de heer Dekker worden niet unaniem gedeeld.
Wethouder C. N. van Kuyk wenst zich in dit opzicht afzijdig te houden van commentaar.
Hij zegt alleen: "Als blijkt dat het toezicht van de politie daar voldoende is, sta ik er wel garant voor".
't DINGETJE IN DE RAAD
Het jeugdcentrum N.V. 't Dingetje heeft ook de belangstelling van de vroede vaderen gehad.
Onder meer is gevraagd, wat de plannen van het college zijn met Het Dingetje na afbraak van het schoolgebouw aan de Nieuweweg en of bij die gelegenheid door het stellen van strenge voorwaarden niet een meer bevredigende oplossing kan worden verkregen.
Het college is van mening, dat enkele leden van de raad het voortbestaan van Het Dingetje als een feit beschouwen. Het college ziet het als noodzaak ook verdere pogingen te steunen om deze groep jongeren, die los staat van andere verenigingen of bewegingen op te vangen.
Het hoe en in welke vorm is nog bij het college in studie.
Men had ook nog vragen over de brandveiligheid in Het Dingetje.
Hierop antwoordt het college, dat op 27 oktober een controle naar de brandveiligheid is ingesteld (dus na het stellen van deze vraag, want die kan uiterlijk op vrijdag 20 oktober gedaan zijn - red.) waarbij bleek, dat de elektrische installatie niet aan de eisen voldoet. De PUEM heeft daarop op verzoek van het gemeentebestuur een onderzoek naar de toestand van de installatie ingesteld en deze afgekeurd.
De huurders moeten deze nu naar genoegen van de PUEM herstellen.
Een zoldertje, waarop ongeveer 20 jongelui kunnen verblijven, en dat door de huidige huurders is aangebracht moet afgebroken worden, terwijl de brandweer tevens als eis gesteld heeft dat er een aantal emmers met zand geplaatst wordt, waarin men brandende stukken sigaret en dergelijke moet deponeren. (11 november 1967)
In Perfume Garden 7 (17 juli 1969) schreef Marco van Bergen onderstaand stukje over de HAMADCHA groep in Amerongen.
Ik wil van dit uitstekende orgaan gebruik maken om iets te lullen over het pas in Amerongen opgezette "Ludiek Centrum Hamadcha".
Eerst wil ik even de initiatiefnemers voorstellen:
- Ruud van de Veer
- Charles van Issenhoven
- Marco van Bergen
- Martin van Keken.
Deze laatste is er uitgestapt i.v.m. het "Full Spectrum Light Circus", wat hij nu samen met Coen Dell heeft.
Hij is vervangen door Frank van Amerongen.
Het plan om iets Provadya?-achtigs te doen hadden wij al lang.
Toen de Weerwolf echter om belachelijke redenen moest sluiten, durfden wij dit niet-commerciële project aan.
We hebben vier muziekavonden achter de rug met Groep 1850, Direction, Cuby's Bluesband en The Bintangs, dit alles met lichtsjoos, vloeibare dia projectie en films.
Er zijn meer dan duizend bezoekers geweest.
We willen in september weer gaan beginnen, en er zijn al onderhandelingen geweest met de Utrechtse groep Free Feeling en het experimenteel theater Scary Sally.
De grootste mislukking van Hamadcha is tot nu toe het Rijn Feest geweest, na afloop van de avond met The Bintangs.
Er waren precies twee mensen aanwezig.
Verder wil ik nog even zeggen dat het niet de bedoeling is dat wij vieren alles organiseren en beslissen.
Iedereen met goede ideeën en suggesties is van harte welkom.
Ikzelf zit in het luisterkorps van Aloha/Hitweek, dus je ziet maar.
Een suggestie:
Kan er geen voetbalwedstrijd georganiseerd worden tussen Amerongen en het Veense tuig (zie Aloha)?
Tot ziens in Hamadcha in september, dan Provadya?-Amerongen.
Zaterdag 21 oktober (1967) wordt in de Eierhal te Veenendaal een groot beatfestijn gehouden
met als attractie de Engelse beatgroep van wereldnaam THE SMALL FACES.
Naast nog vijf andere topbands zullen ook de AVRO-Beatgirls hun medewerking aan dit gewaagde festijn verlenen.
Het festival is georganiseerd door het bestuur van de beatclub N.V. 't Dingetje, in samenwerking met het grootste impresariaat van de Benelux: Wasscherij Productions uit Eindhoven.
De grote man achter dit waagstuk is echter de 23-jarige Fred Bruitsman uit Veenendaal.
Van hem komt het initiatief.
Hij legde de contacten en hij durfde de grote gok te doen.
Fred Bruitsman
The Small Faces voor fl. 5.000,- geëngageerd
Het is inderdaad een grote gok, dat beatfestival.
Alleen al voor het optreden van 35 minuten van The Small Faces moet de heer Bruitsman fl. 5,000,- neertellen.
Dan engageerde hij nog een andere Engelse (Is een Belgische) beatgroep Adam's Recital, die hem
fl. 1,500,- kost.
Daar komen nog bij de honoraria van Dirty Underwear, Les Baroques, Test, Exception en de AVRO-Beatgirls.
Zonder de onvermijdelijke onkosten, die aan een dergelijk evenement zijn verbonden is Fred Bruitsman, van beroep droger op de Hollandia Wolfabriek, al duizenden guldens kwijt aan de gages van de beatgroepen alleen.
"'t Is een grote gok", geeft hij kalm toe.
Uit zijn uitlatingen kan men niet opmaken of hij domweg een grote stunt wil uithalen, ongeacht in wat voor narigheden hij dan ook kan geraken, of dat hij een pientere knaap is, die alles tot in de puntjes heeft uitgekiend.
Hij beweert geen enkele financiële steun achter zich te hebben. Ook wordt dit festival niet gebaseerd op commerciële activiteiten: "Ik heb geen zin alle zaken in Veenendaal af te lopen om te vragen of ze reclame in de eierhal willen maken tijdens het festival", aldus de amateur-impressario.
Voorschot
Hoe komt hij dan aan al dat geld? 'Tja", lacht hij geheimzinnig.
Hij verzekert dat alles goed zit. "Ik heb aan The Small Faces al een groot voorschot moeten betalen. En het is allemaal al in kannen en kruiken", vertelt hij met zekere trots.
Dirty Underwear
Toch moeten er ongeveer 1500 mensen naar de eierhal in Veenendaal komen, wil hij zich zonder schulden door dit evenement heenwerken.
Als hij aan het festival geld wil overhouden moeten er zelfs nog heel wat meer komen.
Maar Fred gelooft dat die 1500 tieners er in ieder geval wel zullen zijn: "We zijn tenslotte niet alleen op Veenendaal aangewezen".
Hoofdinspecteur van politie te Veenendaal, de heer W.C.H. Dekker, staat sceptisch tegenover het festival.
Volgens hem mogen de organisatoren blij zijn als ze vijfhonderd man in de zaal krijgen.
Op grond hiervan treft de hoofd-inspecteur dan ook geen bijzondere maatregelen wat de politie betreft: "Het zal allemaal wel loslopen", zegt hij, "Toen die jongens mij vroegen of ze dat festival mochten organiseren zei ik: "Da's best".
Als ze er maar voor zorgen dat ze de boel in de hand houden.
Want mocht het fout lopen, dan begrijpen ze wel, dat het de volgende keer moeilijker zal zijn om aan een vergunning te komen".
Gewoon
Fred Bruitsman heeft nu geen enkele moeilijkheid gehad om een vergunning te krijgen.
Ook de eierhal werd hem zonder enige moeilijkheden van gemeentewege aangewezen.
Men schijnt het allemaal maar heel gewoon te vinden.
"Als er onder het publiek individuen zijn die de boel in de war willen schoppen, worden ze er resoluut uitgezet", verzekert Fred.
Hij ziet geen enkel probleem in het festival.
Hij denkt zelfs al aan de toekomst: "Als het lukt haal ik ook The Kinks en Manfred Mann naar Veenendaal". "Ik heb trouwens al een contract lopen met Jimi Hendrix, maar door ziekte is zijn optreden uitgesteld".
Bruitsman vertelt dit allemaal rustig vanuit zijn gemakkelijke stoel.
Hij loopt niet te koop met zijn grote contacten in de showwereld.
Hij weet wel die contacten op een juiste wijze te gebruiken.
Daar lijkt het althans op; 21 oktober weten we hier meer van.
Beatgirls
In de Eierhal zal een laag podium worden gebouwd van ongeveer twintig meter.
Hierop zullen de beatgroepen optreden; al of niet opgeluisterd door de dansende AVRO-Beatgirls, bekend van het televisie-programma Moef Ga Ga.
Bij alle invalswegen van Veenendaal worden pijltjes geplaatst waar op 'Small Faces' te lezen staat.
Deze pijltjes moeten de mensen van buiten Veenendaal naar de plaats van het festival leiden.
Verder maakt Fred er niet veel werk van. "Ik ga geen decors bouwen", zegt hij.
TEST
De verkoop van frisdrank en versnaperingen besteedt hij uit.
Sterke drank wordt er niet geschonken, "ook geen zwak-alcoholische dranken".
Voorlopig bemoeid hij zich meer met het optreden van de topgroep uit Amsterdam The Outsiders, dat zondagmiddag om twee uur in beatclub 't Dingetje zal beginnen.
Hysterisch
Dan is er nog de vraag hoe mensen als The Small Faces en Adam's Recital op het provinciale publiek zullen reageren.
Als men bedenkt dat bijvoorbeeld een groep als Adam's Recital heeft opgetreden tijdens het enorme Twin Festival in London en in L' Olympia in Parijs, waar ze binnenkort weer op het podium zullen verschijnen, vraagt men zich af of deze mensen zich voor dit publiek thuis zullen voelen.
Voorlopig ziet het er echter naar uit dat de oude, rustige Achterkerkstraat in Veenendaal 21 oktober zal veranderen in een rumoerige, door langharigen bevolkte wijk.
In en rond de Eierhal, een plaats waar men de sfeer van het oude Veenendaal nog zo goed kan proeven, zal dan de beat de muren doen schudden.
Misschien maken The Small Faces ook in Veenendaal het publiek hysterisch.
Dansende jongens, gillende meisjes.
Maar om elf uur 's avonds zal het allemaal weer afgelopen zijn.
Dan is de Achterkerkstraat weer dat typisch Veenendaalse straatje.
Maar 't blijft de vraag hoeveel jongeren fl. 7,50 voor het evenement over hebben.
(De Vallei, 12 oktober 1967)
Eerste flyer
Hiernaast de eerste flyer die verspreid werd.
De grote tent zou opgezet worden aan het einde van de Bergweg op een veld wat gebruikt werd voor voetballen.
De aankondiging dat The Small Faces zouden komen optreden werd met enige scepsis ontvangen, naar later bleek terecht.
Vlak na deze actie werden er ook lantaarnposters geplakt met vrijwel dezelfde informatie.
Ik heb hem ergens in de opslag, maar nog niet kunnen traceren.
Dank aan Hans Hiensch die de flyer als notitieblad voor een songtekst in zijn plakboek had zitten.