Nog even, en niets herinnert meer aan het bestaan van n.v. 't Dingetje. Na de stille afgang van het beatclub instituut gaat ook het gebouw, dat vroeger deel uitmaakte van de zogenaamde "Kokseschool", van het toneel verdwijnen. Ook zijn de slopers begonnen met de afbraak van de voormalige groente- en fruithandel van de heer van Barneveld, zodat binnenkort op de hoek Hoogstraat - Hoofdstraat een belangrijke ruimte zal vrijkomen. Wat de uiteindelijke bestemming van de grond zal worden is nog niet bekend. Voorlopig zal het terrein als parkeerruimte worden ingericht.
Een klacht van deze tijd is, dat de hedendaagse jeugd weinig of geen interesse of enthousiasme meer weet op te brengen voor muziekbeoefening. Muziekverenigingen doen al het mogelijke om tenminste nog een kleine jeugdgroep bijeen te brengen en in stand te houden om zodoende het voortbestaan van de vereniging nog enigzins te verzekeren. Harmonie- en fanfaregezelschappen worden tegenwoordig wel ontbonden, maar niet meer opgericht en het lijkt erop, dat we voor het beluisteren van de onsterfelijke muziek in de niet al te verre toekomst alleen op de zwarte schijf of op de toonbank zullen zijn aangewezen. Met de moderne muziek liggen de zaken wat anders. Beatgroepen schieten als paddestoelen uit de grond en van een stad als Den Haag is het bekend, dat er meer dan duizend beatgroepen zijn. Veenendaal doet het wat dat betreft wat rustiger aan. De beatgroepen in Veenendaal en naaste omgeving zijn te tellen op de vingers van een hand. De bekenste is zo langzamerhand aan het worden The Royal Rockers, die zijn domicilie heeft ten huize van de familie Kraft van Ermel aan de Westersingel. Merkwaardig genoeg hebben de liefhebbers van de beat in Veenendaal nog maar weinig kennis kunnen nemen van de verrichtingen van The Royal Rockers. Zij zijn in Veenendaal - evenals de profeet die in eigen land geen gezag geniet - nog niet veel aan bod geweest, maar ook dat is aan het veranderen, want hun fanclub heeft al bijna 200 geregistreerde leden in Veenendaal.
Jong en enthousiast kwartet speelt veel buiten de deur
Beter dan The Royal Rockers zelf, weet de heer Kraft van Ermel - indische nederlander en vader van één van de Rockers - het verhaal te doen over deze beatgroep. De geboorte van de groep had ongeveer anderhalf jaar geleden plaats (begin 1964 -ed.), toen Ernst Kraft van Ermel (16) zelf al jarenlang enthousiast gitarist, een drietal jongens om zich heen verzamelde en zo een beatgroep in het leven riep. Thans is deze groep als volgt geformeerd: - Leider is de 16-jarige Ernst Kraft van Ermel (gymnasiast), die met zijn zang en gitaarspel de ruggegraat van de groep is. - Verder Harry Rondeau (17), die het slagwerk voor zijn rekening neemt. Hij is electriciën en nog niet zo lang bij The Royal Rockers. - Begeleidingsgitarist is Jan Koehoorn (18), van beroep magazijnbediende. - Als laatste completeert de 17-jarige Gerard Sukkel de groep op basgitaar.
Hawaiians en Rockers
Oefenen en nog eens oefenen is het devies van de heer Kraft van Ermel senior, die wel geen technisch en zakelijk leider van de groep is, maar aan wie de jongens op muzikaal terrein al heel wat te danken hebben. De jonge Ernst heeft zijn uitgesproken muzikale aanleg niet van een vreemde. Zijn vader was, voordat hij in 1958 naar Nederland kwam, van beroep Hawaiian gitarist en 10 jaar lang leider van de Royal Hawaiians, een ensemble, dat in Indonesië en speciaal op Java veel lauweren heeft geoogst.
Goochelschool
De heer Kraft was tevens directeur van een goed bekend staande goochelschool, die in Nederland misschien weinig opgang zou maken, maar in Indonesië tal van leerlingen telde. Hij trad met zijn muzikale groep regelmatig op in Garden Hall, het Lido en de nieuwe Tjilintjing, het bekende badrestaurant bij Djakarta. De Royal Hawaiians waren 10 jaar geleden een graag gezien gezelschap op gezellige avonden en parties in Djakarta en omgeving. Foto's vormen nu alleen nog een tastbare herinnering aan een tijd, waaraan de heer Kraft met vreugde en vaak ook met weemoed aan terugdenkt. Een compensatie van hetgeen hij in 1958 in Indonesië moest achterlaten heeft hij gevonden in het tot voor kort geven van muzieklessen - speciaal gitaarles - aan een Veenendaalse muziekschool en in zijn bemoeienis met The Royal Rockers. Als hij in gedachten Rockers vervangt door Hawaiians gaan zijn eigen gouden jaren weer leven, waarover hij uren kan vertellen. Zijn vroegere liefde voor muziek is overgegaan op The Royal Rockers, maar landschappelijk en klimatologisch kan hij Indonesië moeilijk vergeten.
Studie
Als één van de voornaamste oorzaken waarom de beat-muziek het wint van bijvoorbeeld de Hawaiian-muziek noemt de heer Kraft de heel wat eenvoudiger wijze waarop de beatmuziek kan worden aangeleerd dan de Hawaiianmuziek. Alsof hij hiermee iets zeer onvriendelijks van de beatmuziek heeft gezegd haastte de heer Kraft zich om op te merken, dat er veel studie voor nodig is om de Hawaiianmuziek volledig onder de knie te krijgen. Dit komt voornamelijk omdat de Hawaiian-gitaar een heel wat moeilijker te bespelen instrument is, dan de doorsnee gitaren die de beatgroepen gebruiken. Toch is er met name in Amerika en in Duitsland een tendens waar te nemen dat de Hawaiian-muziek weer terreinwinst boekt.
Om terug te komen op The Royal Rockers vertelt de heer Kraft, dat zijn zoon reeds op achtjarige leeftijd op een viool "Menuet" van Beethoven feilloos ten gehore bracht. "Ernst heeft deze gave van zijn grootvader, die jarenlang eerste violist van de Java Kunstkring is geweest", zo vertelt de heer Kraft.
Als kind van deze tijd trok Ernst ook de eigentijdse muziek meer aan en hij besloot hierin door te gaan. Voor hem heeft de elektrische gitaar nog maar zeer weinig geheimen en het is duidelijk dat hij de ruggegraat van The Royal Rockers is. Niet alleen muzikaal, maar ook uiterlijk is hij de opvallende figuur van deze beatgroep, met zijn lange ravenzwarte Beatle-kapsel. Zijn plan is beroepsmusicus te worden en na zijn gymnasiumtijd het conservatorium te bezoeken.
Aanbiedingen
De jonge Kraft van Ermel heeft al verschillende aanbiedingen gekregen om samen met een andere Royal Rocker een band van naam te komen versterken, maar tot dusver blijft het viertal elkaar door dik en dun trouw; overigens zeer tot vreugde van de bijna 200 fanleden - die voornamelijk in Veenendaal wonen en niets liever willen, dan hun favorieten zo gauw mogelijk ook eens op een Veenendaals podium te zien. Met het optreden in Veenendaal van The Royal Rockers is het namelijk heel bijzonder gesteld. Ten eerste liggen de gelegenheden, waarover men kan beschikken in Veenendaal nu niet direct voor het opscheppen en ten tweede heeft een andere beatgroep, die inmiddels ter ziele is gegaan, de pas altijd afgesneden door over de enige voor dit doel ter beschikking staande zaal te beschikken. Nog maar kort geleden traden The Royal Rockers voor de eerste maal in Veenendaal op en wel vorige week in het Jeugdgebouw aan de Industrielaan (7 augustus 1965 -ed.) voor de oudere deelnemers van de Jeugdvierdaagse. De jeugdige wandelaars en vele anderen hebben zich toen kostelijk vermaakt en wilden de beatgroep maar nauwelijks laten gaan. Voor het eerstvolgende optreden van The Royal Rockers moet men morgen -zaterdag 14 augustus- naar Ommeren, waar de Veenendalers ongetwijfeld weer door een grote schare supporters zullen worden opgewacht. Er wordt dan zoals al eerder is geschied, gespeeld in De Roskam, waar ongetwijfeld weer tal van beatliefhebbers uit de Betuwe acte de presence zullen geven.
Eigen stijl
Een belangrijk deel van het succes dat zij oogsten schrijven de, overigens bescheiden Royal Rockers, zelf toe aan hun streven naar een eigen stijl. The Beatles en The Rolling Stones die bij iedere beatliefhebber bekend zijn, hebben bijvoorbeeld ook hun eigen, zogenaamde Liverpool -stijl, maar hebben hun bekendheid meer te danken aan een handige publiciteitspolitiek, uitzonderlijke haardracht en kleding, dan aan hoge muzikale begaafdheid. The Crazy Rockers daarentegen spelen beatmuziek met een eigen stijl, die - in tegenstelling tot die van The Beatles - bijna niet te kopiëren is. Ook The Royal Rockers streven dit na en dat zij hard op weg zijn om de beste beatgroep uit onze omgeving te worden bwijst hun toenemende populariteit. Zij staan pas aan het begin van hun amateuristische carrière en dat brent met zich mee, dat zij zich ook moeten behelpen met een minder soort apparatuur, dan hun grote broers, die hun naam op dit terrein al gevestigd hebben, en over muziekinstrumenten en geluidsinstallaties beschikken, die een waarde vertegenwoordigen gelijk aan een bedrag waarvoor men ook een klein huis kan laten bouwen. The Royal Rockers hebben deze pretentie niet en zouden met goede apparatuuur - die echter altijd nog zo'n slordige zevenduizend gulden kost - al dubbel en dwars tevreden zijn.
Royale verdiensten
Is het een wonder dat The Royal Rockers met jaloerse blikken kijken naar andere beatgroepen die regelmatig bij onze oosterburen optreden en daarvoor per zaterdagavond zo'n 300 tot 400 marken per persoon verdienen? Ook The Royal Rockers hebben een dergelijke aanbieding ontvangen uit Duitsland, maar voorlopig komt daar door studie en werk nog niets van. Overigens zou enige maanden in Duitsland optreden de aangewezen weg zijn om de kas te spekken en zo in het bezit te komen van eerste klas materiaal. Bovendien zou dit de nodige ervaring geven in het optreden voor publiek. Aan de andere kant zou een optreden in het buitenland gedurende veel achtereenvolgende zaterdagavonden de populariteit van de beatgroep in deze streek niet ten goede komen. Overal waar The Royal Rockers éénmaal zijn opgetreden vraagt men hen weer zoals in Geldermalsen, Tiel, Velp, Ommeren en Lienden. Omdat alle bandleden nog geen achttien jaar zijn, huurde Henk van Voskuilen een bus bij van Wakeren en reed hij The Royal Rockers naar hun optredens. Het grootste succes oogstte men laatst in Arnhem waar de Veenendaalse beatgroep samen met de bekende Silver Kings in het K.A.B. gebouw ongeveer duizend tieners kostelijk vermaakte. The Royal Rockers waren in Arnhem op verzoek van de bekende Cosy Corner Club.
Koran
Wekelijks wordt er geoefend waarbij de heer Kraft van Ermel èn als muziekpedagoog èn als man van ervaring het beatkwartet tot steun is. Niet zelden wordt dan het schrift met het zwarte omslag gehanteerd, dat voor deze groep als een soort Koran is. De heer Kraft van Ermel heeft tal van regels en geboden hierin opgetekend, waar men voor een niet onbelangrijk deel het succes aan te danken heeft. Het sprekende voorbeeld van dit succes is wel dat het niet uitgesloten is, dat de beatgroep binnen niet al te lange tijd op een auditie zal verschijnen van een grammofoonplatenmaatschappij.
(Veenendaalsche Courant, 13 augustus 1965) Dank aan Kees van Voskuilen die het artikel uit de archieven opdook.
Hierboven de huidige band waar Ernst in speelt: The Red Strats. Opgenomen in het Jacobi Theater in Utrecht op 18 december 2011. (Let op, het ravenzwarte Beatlekapsel van Ernst is nu zwanen-wit geworden)
In het rustige Gelderse dorpje Ederveen sloeg ook eind jaren '50 de verandering toe in de muziek. Er woonden daar een paar jongens die die "nieuwe muziek" wel interessant vonden. Daar ontstond de band The Blue Sharks, maar dat ging niet zonder slag of stoot.
Hier volgt een kleine impressie over deze legendarische groep.
De band kwam in 1959 tot stand doordat verschillende jongens uit het dorp aan het musiceren sloegen. Aan één kant van het dorp woonde Cees van Beek. Hij kreeg een gitaar in handen en ontwikkelde een zelfgemaakte stemming. Hij ging, samen met zijn twee jaar jongere broer Boy, liedjes zingen van Jan & Kjeld en The Everly Brothers.
De buurjongen, Cor Lagerwey, raakte daardoor geïnteresseerd, schafte een gitaar aan en sloot zich bij Kees en Boy aan.
Aan de andere kant van het dorp woonden twee vrienden, te weten Gert Hardeman en Wouter Sukkel, die beiden deel uitmaakten van een band in Lunteren. Maar in die band zat weinig schot. Gert zat ook bij de Fanfare in Ederveen, waar ook Kees deel van uit maakte. Tijdens onderlinge gesprekken van Kees en Gert, werden plannen gemaakt om samen een band op te richten.
Onder leiding van Wouter Kampert begonnen de eerste repetities, later voortgezet door één van de jongelui zelf: Gert Hardeman.
De gemiddelde leeftijd van de bandleden was 16 jaar. De band had niet echt voorbeelden, ze maakten voornamelijk hun eigen muziek. Op een gegeven moment hoorden ze The Shadows, die muziek sprak hen aan. De nummers schreven de jongens zelf, samen. Kwestie van wat uitproberen en dan kreeg het uiteindelijk wel vorm. Wekelijks werd er gerepeteerd in de Eierhal, de zolder van de Hervormde school in Ederveen, en ergens in een schuur. Er ontstond zo een hechte groep vrienden. "'s Zomers speelden we achter Floor voor de toeristen. Boet Floor zorgde voor de ruimte en Ton Patat voor de snacks", aldus Wouter Nievers. Er wordt vanzelfsprekend moderne muziek gemaakt en er wordt veel geïmproviseerd, eigen bewerkingen uitgevoerd, en eigen composities, welke ook nog door andere ensembles gespeeld werden. Toch moeten we ons er niet al te veel van voorstellen. Noten lezen ging niet, Op één snaar een melodie spelen, van accoorden hadden ze nog nooit gehoord.
De band bestond uit de volgende personen, Kees en Boy van Beek, Cor Lagerwey, Gert Hardeman, Wouter Sukkel en Rien Veldhuizen. Later is er ook nog een tweede drummer bij gekomen, Jan van Leuven. In deze bezetting hebben ze een aantal optredens in onder meer Ederveen, Veenendaal, Amersfoort, Zeist en Ede (hun tweede) verzorgd, waar de groep tijdens een festival waar 14 bands aan meededen, de eerste prijs in de wacht sleepten. Ook werd er opgetreden op het voetbalveld van Advendo en in het marktgebouw aan de Schras. Ze speelden niet op grote versterkers, maar gebruikten oude buizenradio's en zelfgemaakte versterkers als geluidsinstallatie. Cor was de technische man en weet daarom heel goed hoe een schok voelt van een buizenversterker.
Gaandeweg stapten er een aantal mensen om verschillende redenen op en The Blue Sharks bleven over als kwartet.
Op drums: Gert, Kees: zang en ritme gitaar, Cor: bas en op de sologitaar Wouter.
In deze formatie hebben ze menige beker in de wacht gesleept op z.g. Teenagershows, die in die tijd erg in trek waren bij het jeugdig publiek.
Maar ze misten nog wat in de band en kwamen tijdens zo'n teenagershow Folkert Schuurman uit Opheusden, alias Jack Miles, tegen. Folkert zong Country en met zijn warme stem en perfecte uitspraak werd hij opgemerkt door de Sharks. Dit was de man die het presteerde om enige malen van de Sharks te winnen op Teenagershows. De Sharks bedachten dat, als zij hem konden inlijven bij hun band, dit probleem achter de rug zou zijn en dat zij ook beter te voorschijn zouden komen. Zij zochten contact en na wat gesprekken gevoerd te hebben werd overeen gekomen dat hij zich als zanger bij de jongens uit Ederveen aansloot.
Vanaf dat moment waren The Blue Sharks een begrip. De populariteit van de groep nam snel toe en kende geen grenzen. Naast instrumentale Rock & Roll werd er ook Country muziek gespeeld.
Op veel festivals waren zij te bewonderen, en de schare fans groeide in grote getale. Als je in die tijd veel wilde optreden moest je bekende nummers spelen. Ze wisselden ze dat werk af met een eigen repertoire. Je moest allround zijn.
De jongeren dansten de quickstep tijdens de concerten van The Blue Sharks, tussen acht en elf uur 's avonds.
Er was in de hele omtrek veel rivaliteit onder de verschillende bands. Maar The Blue Sharks waren zeer geliefd en stonden vaak vooraan met hun optredens. Dit was hun beloning voor zeer veel oefenen, waarbij zelfs de schoolvakanties werden opgeofferd. Voor de optredens stonden de mensen rijen dik voor de deur te wachten.
In die tijd kende Veenendaal een levendige jeugdcultuur. Groepen als The Strangers, The Rubies en ook The Blue Sharks traden regelmatig op. Alleen al in Veenendaal waren er zes clubs van jongeren waar rock- en beatgroepen te beluisteren waren: het N.V.V. gebouw, Het Keldertje, De Zolder, N.V. 't Dingetje, De Ruif en De Soos. In de Hoofdstraat reden jongeren op zaterdagavond stoer op hun brommers heen en weer, voordat ze zich naar één van de clubs begaven.
Ze traden op tijdens het eerste Lampegietersavond feest in Garage Schoonhoven, georganiseerd door jeugdwerk De Instuif, om de rellende jeugd uit het centrum te houden.
Ook op Koninginnedag in Ede, in de Eder Kuil (Openluchtheater), samen met René & The Alligators,je kon het zo gek niet bedenken. Benefiet optredens werden niet geschuwd, op 13 juni 1963 zamelde de band geld in voor het toekomstige Dorpshuis De Zicht in Ederveen.
Het met hun zelf georganiseerde optredens en klusjes doen verdiende geld staken The Blue Sharks in de aankoop van instrumenten. Tevens werd de muziekapparatuur gesponsord door de Veenendaalse platenzaak Van Hees. Hun instrumentarium bestond uiteindelijk uit: 2 Fender Stratocaster gitaren, Sonor drumstel, Schaller buizenecho, 2 Egmond buizenversterkers, 1 Multitone buizenversterker, 1 Sennheiser microfoon, 2 Beyer microfoons en een zelfgebouwde basgitaar als 'vreemde eend in de bijt.' "De zang ging samen met de sologitaar via de Egmond gitaarversterker en Schalle echo", weet Wouter zich nog te herinneren. Het werd al snel serieuzer: De Ederveense popjongens kregen onder meer een contract bij circusbaas Toni Boltini. Een jaar lang drie avonden in de week. Ze speelden samen met andere artiesten als Rob de Nijs en zijn Lords en Johnny Lion and the Jumping Jewels, in de winterresidentie El Paradiso van Boltini in Soesterberg, dichtbij het vliegveld. De zaal puilde uit van de Amerikaanse militairen, die in de buurt gelegerd waren. Mooie tijd. Prachtig ook hoe de soldaten reageerden op de country van The Blue Sharks. Dat was toch wel hun favoriete genre. The Blue Sharks hebben nooit platen gemaakt, maar wel radio opnamen in 1964. Ook een TV optreden voor de NCRV, waarvoor ze een auditie in studio Concordia in Bussum deden.
In 1965 kwam er een einde aan The Blue Sharks, vanwege het vervullen van de militaire dienstplicht. Een doorstart was niet aan de orde, dat krijg je als je al vroeg vader wordt.
Bij het 35 jarig bestaan van Het Bergbad (omstreeks 1966) werd er een openlucht optreden van The Sharks gegeven, die toen voor het eerst sinds tijden weer bij elkaar kwamen. In 1985 deden ze het nog eens dunnetjes over tijdens de Ederveense zomermarkt, met in het voorprogramma Saskia & Serge. Daarna volgde er in 1989 nog een optreden in de plaats waar ze het populairst waren: Veenendaal, tijdens de Braderie in de Hoofdstraat.
Toen ze in 2002 gevraagd werden voor een reünie optreden in De Lampegiet in Veenendaal werd de band nieuw leven ingeblazen. Het reünieconcert was een bijzondere ervaring. Met de muziek, was ook de sfeer van toen helemaal terug. Er waren zo'n vierhonderd personen op af gekomen, een mix van de jongeren van toen, en jongeren van nu. Na afloop hebben we tegen elkaar gezegd dat we weer verder wilden gaan als band, en zo werd The Blue Sharks heropgericht.
Niet alle vijf de bandleden van destijds nemen opnieuw deel aan de band. Wouter Nievers: "Drie van de vijf bandleden van toen doen nu weer mee, twee uit Ederveen en een uit Opheusden. Die laatste woonde indertijd ook al in Opheusden. We zijn wel weer op een sterkte van vijf man, want er zijn twee nieuwe leden bijgekomen." Net als veertig jaar geleden speelt Wouter leadguitaar. De bandleden zijn inmiddels geen jonkies meer. Hun leeftijd varieert thans tussen de 60 en 70 jaar.
De band heeft wisselende samenstellingen gehad en is uiteindelijk weer opgehouden te bestaan. Tot aan de laatste officiële bezetting hebben Wouter, Kees en Folkert deelgenomen, alleen de rhythm gitarist en drummer wisselden.
Tevens is een live CD en DVD van de optredens op de braderie in Veenendaal en in theater De Lampegiet gemaakt.
Na veertig jaar werd er een eerste CD(r) uitgebracht: FORTY YEARS AGO.
Soms, heel soms, wordt er een 'Rembrandt' op een stoffige zolder gevonden. Een 'Rembrandt' vond ook Wout Nievers, zij het dan een unieke collectie van opnamebanden met 40 nummers van The Blue Sharks.
De opnames dateren uit de beginjaren van de legendarische Ederveense band, die eind jaren 50 begin 60 van de vorige eeuw furore maakten. "Ik wist helemaal niet meer dat die banden er waren. Toen we een zolder op gingen ruimen, kwam ik ze tegen, met een bandrecorder uit de jaren zestig. En met het microfoontje waarmee de opnames zijn gemaakt. Er stonden zo'n veertig nummers op de band, die was uitgerekt en veel ruis bevatte. Ik was heel verbaasd ze tegen te komen." In de eigen studio hebben Wout en z'n bandleden de beste nummers op CD gezet. Het unieke geluid van 'toen' is zo te beluisteren, waaronder een aantal zelf gearrangeerde nummers. Met recht merkt Wouter op det de CD een echt Collector's Item is. Nog nimmer heeft de band een eigen plaat uitgebracht. "Daar was toen geen geld voor. Het was te duur voor ons. Het verdiende geld investeerden we in muziekinstrumenten."
De opnamen stammen uit 1962, de instrumentale nummers werden opgenomen in hun toenmalige oefenruimte, een magazijn op de zolder van de Hervormde school in Ederveen. De gezongen nummers werden live opgenomen in het N.V.V. gebouw in Veenendaal, een toendertijd bekende dansgelegenheid. Alle opnamen zijn gemaakt met een simpele 2-sporen bandrecorder met bijbehorende microfoon. De nummers zijn zonder bewerkingen rechtstreeks op CD gezet, de kwaliteit is dus beslist geen studio kwaliteit. Echter, historisch gezien een belangrijk erfstuk, het geeft duidelijk de sfeer en de mogelijkheden van die tijd weer, zeker de moeite van het beluisteren waard.
De nummers zijn:
Ain't She Sweet; F.B.I.; Adios Muchachos; Secret Love en Valencia wat de demo's betreft, en
Chin, Chin; J'Attendrai; Secret Love; Quizas; Spanish Harlem en He's Got The Whole World voor de livenummers.
(Dank aan Wouter Nievers voor de informatie, en Jan Slagman die ook materiaal leverde).
In De Cultuurfabriek in Veenendaal is van 6 september tot en met 29 oktober de tentoonstelling 'Back to the Sixties' te zien met interieurspullen, kleding en fotomateriaal uit de jaren zestig. Een groot deel van de materialen is bijeen gebracht door publiek uit Veenendaal en omgeving en geeft een goed beeld van de roerige jaren zestig. De jaren 60 staan bekend als de protestjaren: voor het eerst is er sprake van een jongerencultuur die zich op allerlei verschillende manieren afzet tegen hun ouders. Het is het decennium van de flower power, de hippies, de happenings en de provo´s. Een periode van bevrijding, democratisering, verzet en ontwikkeling. Maar ook de tijd van Twiggy, de minirok, Dolle Mina's, Beatmeisjes en de opkomst van massaconsumptie.
Onlangs bezocht ik deze tentoonstelling in het fraaie gebouw aan het Kees Stipplein in Veenendaal. De uitstalling besloeg een hoek van de begane grond, en bestond uit een aantal vitrines met daarin allerlei voorwerpen uit deze periode. Leuk dat er eindelijk serieus aandacht geschonken wordt aan deze jaren met de nadruk op het lokale gebeuren. Dries van de Bovenkamp leverde een aantal van zijn fraaie foto's, die verderop op Veens Lawaai ook te zien zijn. Hopelijk is dit de aanzet voor een wat ruimer overzicht van de gebeurtenissen in onze streek. Een mooi onderwerp zou "de Utrechtse Heuvelrug" zijn, met informatie over de aktiviteiten van de Hamadcha groep uit Amerongen, zij organiseerden een aantal optredens in de lokale gymzaal, het verhaal van Beatclub De Weerwolf in Leersum, de optredens in jeugdherberg De Eikelenkamp in Elst, misschien kan Direction nog een keer spelen, en de jeugdaktiviteiten in Ede zijn ook nog altijd in het duister gehuld.
De sluiting van de expositie op zaterdag 29 oktober belooft een happening te worden met de volgende aktiviteiten:
Sixties expositie Op de begane grond van De Cultuurfabriek is een compleet Sixties interieur ingericht. De expositie brengt u terug in die tijd, met oranje meubels, een heuse jukebox en zelfs behang met de bekende geometrische figuren.
Op de foto in een Sixties interieur! Het publiek kan zich op 29 oktober gratis laten fotograferen in het interieur van de Sixties tentoonstelling door fotograaf Gerard van Engelenburg. De foto's zijn vanaf 5 november te downloaden vanaf de website van De Cultuurfabriek http://www.cultuurfabriek-veenendaal.nl Fotoactiviteit: 10.00-16.00 uur
Muziekruilbeurs Op de begane grond vindt de hele dag een muziekruilbeurs plaats met lp's en singles uit de jaren zestig. Men kan kopen, verkopen en/of ruilen met en van medeverzamelaars.
Een feest der herkenning Wie staan er allemaal op de oude schoolfoto's uit de jaren zestig? Het publiek kan zelf op de foto's aangeven wie wie is. Zo helpt het de Historische Vereniging Oud Veenendaal aan aanvullende informatie. Een feest der herkenning: 10.00-16.00 uur Luisterliedjes door Michel van Meijer Kom luisteren naar de luisterliedjes in de sferen van de jaren zestig door Michel van Meijer, singer songwriter, kunstschilder, dichter en schrijver uit Veenendaal. Met o.a. nummers van Bob Dylan, Pearls Before Swine en Leonard Cohen. Luisterliedjes van 13.40-14.00 uur en van 15.00-15.20 uur
Lezing over the Roaring Sixties door Peter Schipper Gratis lezing over the Roaring Sixties door Peter Schipper, streekconservator stedelijke musea Culemborg, Tiel en Zaltbommel. De jaren zestig. Tijd van rebellerende jeugd, Provo, happenings, de pil, de eerste man op de maan, protesten tegen de Vietnam oorlog, hippies en flower power. Deze tien jaren, die grote veranderingen brachten op maatschappelijk, cultureel en artistiek gebied, zijn het onderwerp van deze lezing. Lezing van 14.00- 15.00 uur Brozems op het plein Van 13.15 tot 14.00 uur staat op het Kees Stipplein een groep echte brozems van de M.A.V.- Veenendaal. Zij nemen hun Sixties bromfietsen mee en creëren zo de juiste entourage voor deze Sixties dag!
Hier staat een uitgebreid foto overzicht van deze dag. CULTUURFABRIEK
Welkom in de wereld van de obscuriteiten! NEDERBIET Op 30 mei, in ons eerste programma in Sociëteit De Kring in Amsterdam lieten we een selectie zien van bekende en minder bekende Nederlanse groepen uit de periode 1963-1970. Het programma was opgedeeld in twee stukken, eerst de echt relevante voorbeelden en daarna eveneens obscure clips, die niet direct een relatie hadden met R&B. De avond werd goed bezocht, en de reakties waren positief.
Hieronder de tekst van het boekje wat na afloop van het eerste deel beschikbaar werd gesteld.
Gerard Davelaar, Hans Kesteloo, Johan Visser, Glenn Minderman en Paul Vriens.
Light My Fire Het lijkt erop dat ieder nieuw decennium wat moeizaam op gang komt. De meest kenmerkende gebeurtenissen vinden meestal halverwege of in de tweede helft van een decennium plaats. Als een oude buizenversterker die eerst warm moet worden om daarna met vol vermogen het geluid de ruimte in te jagen. Zeker voor wat de muziek betreft vormen de 60’s geen uitzondering. Bekijken we de hitlijsten uit de beginjaren van die periode dan moeten we ons eerst worstelen door een aantal jaren met noteringen voor Gert Timmerman, Willeke Alberti, Anneke Grönloh, Freddy Quinn of Gerhard Wendland. Jawohl, Duitse liedjes zowel in de oorspronkelijke taal als in een Nederlandse vertaling waren hot! (of 'heiss' zo u wilt). Pas in 1964 komen we The Beatles tegen met “I want to hold your hand”.
Teenage Wasteland 1964 blijkt op muzikaal gebied cruciaal te zijn in de ontwikkeling van de Nederlandse popmuziek. Op 5 juni van dat jaar zetten The Beatles voet op Nederlandse bodem. “Er ging een siddering door het land”, zo omschrijft Veronica deejay Joost den Draayer hun aankomst, en de enthousiaste volgelingen stonden te trappelen om de muzikale woestenij die The Beatles hier aantroffen in rap tempo te ontginnen. De “lichte muziek” (alles wat niet klassiek was) moest stevig op de schop worden genomen, en voor de enkeling die wakker was gebleven kwam het niet echt onverwacht. De voorafgaande jaren hadden wel degelijk een aantal voortekenen laten zien.
The Times They Are A'Changing De zonen van Indonesische emigranten, de Indo’s, introduceerden de Rock ’n’ Roll in Nederland. Hun invloed op de popmuziek in Nederland mag niet worden onderschat. Zo schrijft George Lipsitz (Professor in Etnische Studies aan de Universiteit van California in San Diego) in zijn boek Dangerous Crossroads (1997) o.a.
...“the Tielman Brothers stole the show with their wild rock'n'roll songs and acrobatic antics. They tossed guitars across stage, played the guitar and bass with their toes and teeth, and played their instruments behind their heads and upside down. Popular everywhere in Europe, they developed a particularly enthusiastic following in Hamburg, Germany where they may have been an important early influence on the Beatles.” Mede onder invloed van Indorock bands als The Javalins, The Black Dynamites, The Crazy Rockers en natuurlijk The Tielman Brothers bombardeerde Peter (en zijn Rockets) Koelewijn met “Kom van dat dak af” de eerste originele en tot dan toe ruigste Nederlandse productie van vaderlandse bodem tot een enorme hit.
Neerlands eerste popmagazine Tuney Tunes kreeg concurrentie van Muziek Express dat haarfijn de veranderde tijdgeest aanvoelde. Het blad ging een nauw samenwerkingsverband aan met Radio Veronica dat in 1960 vanaf de Noordzee zijn eerste uitzendingen verzorgde. Radio Luxemburg & AFN (American Forces Network) deden dat vanaf het vasteland. Van alle kanten werd de nieuwe beatmuziek gepromoot. Er was geen ontkomen meer aan!
Young, Loud & Snotty Er is helaas nooit gedocumenteerd hoe Joost den Draayer het optreden van The Rolling Stones op 8 augustus 1964 in het Kurhaus getypeerd heeft. Maar was er bij The Beatles sprake van een siddering dan was de reactie op het optreden van The Rolling Stones toch aanzienlijk heftiger. Het heilige vuur ontstoken door de vonk die The Beatles hadden veroorzaakt begon nu pas echt op te laaien. Het gereedschap (gitaren, drums en versterkers) werd veelal op afbetaling bij de plaatselijke muziekhandel aangeschaft en houding en mentaliteit werden definitief bepaald. Het produceren van Beat van eigen bodem kon van start gaan. De beatgroepen schoten als paddestoelen uit de grond (volgens bronnen telde Den Haag midden jaren 60 zo’n 2000 bandjes). Met een gemiddelde leeftijd van 17 jaar zouden deze jonge luidruchtige snotneuzen met hun voortvarende aanpak de komende jaren het muzikale beeld bepalen.
Hieronder de HAIGS uit Den Haag, met twee nummers: That's The Way She Is en Never Die.
Nederbiet Hitweek (zelfverklaard weekkrant voor jongeren, vakblad voor twieners) heeft de eer om de beat van eigen bodem van een eigen naam te hebben voorzien; Nederbiet. Niet alleen een pakkende term maar ook een naam die in de loop der jaren aan inhoud gewonnen heeft. Halverwege de jaren tachtig ontdekten we hier dat o.a. Amerikaanse neo sixties bandjes als The Lyres en The Tell Tale Hearts nummers van o.a. The Outsiders en Q65 niet alleen live coverden, maar ze ook op hun platen hadden vastgelegd. Ze noemden het Nederbeat alsof het een genre betrof. In een uitgebreid artikel in Bomp! (herfst 1975) werd nog geschreven over Dutch Rock. Ken Barnes schreef in dat artikel enthousiast over een “personal discovery of one of the most exciting mid-60’s rock scenes anywhere”. Series compilatie platen als Pebbles en Rubble hebben aparte volumes ingeruimd voor Nederbeat, waaruit blijkt dat Ken Barnes niet alleen stond in zijn ontdekking. De invloed van The Beatles en The Rolling Stones is duidelijk (maar dat was in andere landen niet anders het geval). Barnes noemt echter nog een aantal, en in één geval niet zo voor de hand liggende namen die de Nederbeat hebben beïnvloed, zoals The Pretty Things, Them en The Scorpions(!). De laatste groep niet zozeer vanwege hun beatversie van de rock ’n roll klassieker “Hello Josephine”, maar meer omdat ze als een van de eerste op het Europese vasteland in 1966 Gloria van Them coverden (The Gants en natuurlijk The Shadows Of Knight waren hun in Amerika al in 1965 voorgegaan) en daarna had ieder zichzelf respecterend beatbandje in den lande dat nummer binnen een mum van tijd ook op het repertoire staan. Overigens kreeg Them’s originele versie (1964) pas in juli 1967 een eerste hitnotering in Nederland. The Pretty Things waren in Nederland populairder dan in eigen land. Zo werd hun cover van Roadrunner alleen in Nederland als single uitgebracht. Van Morrison leende The Blizzards (van Cuby) om hem bij een aantal optredens te begeleiden. En ook van Them werden platen uitgebracht die exclusief voor de Nederlandse markt bestemd waren (o.a. Them One More Time). Zowel de houding als het rauwe geluid waarmee Them en The Pretty Things tijdens optredens het publiek te lijf gingen was zo aansprekend dat ze door de meest ruige beatbandjes werden gekopieerd. En gelet op de reacties op optredens van The Outsiders en Q65 op een behoorlijk indrukwekkende manier.
Beyond The Beat Generation De televisie had nog even tijd nodig om het veranderende muzikale landschap in beeld te brengen. Er waren weliswaar jongerenprogramma’s als Rooster en Twien die de tijdgeest probeerden te volgen, maar de muziek speelde in die programma’s een ondergeschikte rol. Er was natuurlijk Top of Flop dat wèl alleen om muziek draaide, maar dit flauwe aftreksel van het Engelse Jukebox Jury was in de presentatie zo blijven hangen in een vervlogen tijd dat de geïnteresseerde beat liefhebber het nauwelijks serieus kon nemen. Bewegende beelden van de aanbeden beatgroepen kon je bij dit programma al helemaal vergeten (er werden plaatjes gedraaid). Had je de mazzel dat je binnen het uitzendbereik van de Duitse of Engelse televisie woonde, dan had je al kunnen genieten van een programma als Beatclub (eerste uitzending september 1965) Top Of The Pops (eerste uitzending januari 1964) of Ready Steady Go (eerste uitzending augustus 1963), waarin de groepen gewoon in levende lijve te zien waren. Bovendien had Beatclub de prettige gewoonte om ook afleveringen van Amerikaanse muziekprogramma’s als Hullabaloo en Shindig uit te zenden. Pas in oktober 1966 werd voor het eerst Moef Ga Ga uitgezonden. Eindelijk een programma waarin de muziek wel een centrale rol had. Al snel volgden Fanclub (later omgedoopt in Fenklup), Waauw en Twien, maar die behandelden ook andere aspecten van de jongerencultuur, zoals mode en film. Geen wonder dat oorspronkelijk beeldmateriaal uit de vroege periode van de beatboom schaars is.
Veel te laat zijn de diverse omroepen ook gaan inzien dat het in veel opzichten de moeite waard is om beeldmateriaal van vroeger te archiveren. Zoals vaker het geval is, waren verzamelaars al veel eerder tot dat inzicht gekomen. Ze onderhielden een levendige correspondentie, en probeerden zeldzame opnamen met elkaar te ruilen. Met de komst van het internet en You Tube is het zoeken naar archiefmateriaal een stuk eenvoudiger geworden. Nadeel is echter dat de het te versnipperd is. Natuurlijk worden er allang pogingen gedaan om al dat beeld materiaal onder één noemer te brengen. Maar exclusief gericht op muziek uit de beat periode, dát wordt nog maar door weinigen gedaan. Eén van hen is Hans Kesteloo van Beyond The Beat Generation (1964-1968 Music Library, The Undiscovered Area of 60’s Underground). Hij heeft besloten om zijn gigantisch (maar lang niet complete) archief aan geluid- en beeldmateriaal te ontsluiten, en zijn kennis over deze periode met iedereen te delen. Samen met andere verzamelaars heeft hij zich ten doel gesteld is om al het beeldmateriaal onder te brengen bij Beyond The Beat Generation. Het gevolg is een schier oneindige speurtocht, en gelijk zijn slogan Saving the world – one clip at the time gebeurt dat wereldwijd.
The Beat Goes On Momenteel is Beyond The Beat Generation actief als een 24 uur non stop radiostation op het internet (www.beyondthebeatgeneration.com). Daarnaast bevat de site ook een groeiend archief aan beelden van de meest obscure beatbandjes uit die periode. Naast een uitdijende groep passieve luisteraars, wordt de site steeds meer bezocht door bezoekers die door middel van hun verhalen veel ontbrekende informatie aanvullen waardoor nieuwe bronnen aangeboord kunnen worden. Zo dragen ze actief bij om het archief zo volledig mogelijk te maken.
In het programma van vanavond hebben we slechts een kleine greep gedaan uit het beeldmateriaal archief van Beyond The Beat Generation. We hopen dat voor de aanwezigen de Soundtrack van hun leven door de beelden van een film is voorzien. Een film die hopelijk duidelijk maakt dat deze periode, hoe belangrijk en opwindend ze ook geweest mag zijn slechts een aflevering is uit een veel uitgebreidere serie. Of zoals in de woorden van de onvolprezen hoofdredacteur van Bomp! Greg Shaw (God bless),
“The point of a music revolution is not to replace today’s pop stars with a new slate; it is to kick out the jams! Riot in the streets! Do it now! Etc.
It’s about direct engagement, and the result of all that activity should be a better time for all, a party that will everyone coming back to do it some more. This is what rock ‘n roll at its best can provide, leading to the idea that perhaps rock ‘n roll itself should be seen not as a genre, not as a mere noun or even a verb, but also a process”.
On to the next revolution!
Picks & Chicks, Fixed in a Mix (Een greep uit het programma)
Aan de hand van beeldmateriaal hebben we geprobeerd de ontwikkeling van de Nederbiet voor u te schetsen. Helaas kunnen we u de beelden niet mee naar huis geven (we hadden het u graag gegund) en daarom hierbij een korte samenvatting van wat vanavond vertoond is.
In het begin waren er de instrumentale combos. Van virtuoos, maar gewoon instrumentaal (The Hot Fighters) tot aan instru-MENTAL (The Tielman Brothers). Onder aanvoering van The Beatles en The Rolling Stones wordt de beat geïntroduceerd. Van oorsprong instrumentale bandjes gaan samenwerken met zangers (ZZ & De Maskers, Aart Brouwer met Johnny And His Cellar Rockers). Anderen laten zich niet zo snel van de wijs brengen en maken ondanks hun oubollige imago moeiteloos een ommezwaai naar de beatmuziek (The Torero’s, die met hun single “Come” een klassieker in het genre produceren). Reputaties worden opgebouwd (Jan Akkerman, Hans Hollestelle, The Golden Earrings). De laatste in Versie 1.0., dus nog met Frans Krassenburg (zang), Jaap Eggermont (drums) en Peter de Ronde (gitaar). De opvolger van de debuutsingle “Please Go” zou “Lonely Everyday” worden. Door de grammaticale fout op de B-kant (“Not To Find”) werd de single teruggetrokken. En tegenwoordig “only to find” op volume 25 van de Pebbles serie. “That Day” werd dus de officiële opvolger, maar ook afgebroken: The Haigs leveren met hun eerste single “Never Die” een van de beste Nederbiet singles af. Door o.a. excessief drankgebruik gaat het echter snel bergafwaarts met de band en zullen ze jammer genoeg vooral herinnerd worden als de groep waarin Barry Hay korte tijd zanger was).
Bands als The Pretty Things, Them en The Who blijken minstens zo’n grote invloed te hebben als The Beatles en The Rolling Stones. De Nederbiet zuigt al deze invloeden als een spons op en de bandjes schieten muzikaal gezien alle kanten op. Bijvoorbeeld Linda van Dijck (heden ten dage vooral bekend als actrice) die met de groep Boo & The Booboo’s de single “Stengun” uitbracht. Het door haar zelf geschreven nummer zou later bestempeld worden als freakbeat. Onder invloed (punt!) doet ook Psychedelia (Dragonfly, Groep 1850) voorzichtige zijn intrede, maar eigenlijk is dat weer een verhaal apart.
Nieuwsgierig geworden, en wilt u een aantal van de beelden terugzien?
Surf dan naar www.beyondthebeatgeneration.com
Glenn Minderman
Call Up The Search Party Deze avond is opgedragen aan alle leden van de Search Party, maar met name
GREG SHAW (1949-2004), die het Dutch Rock artikel van KEN BARNES in zijn BOMP! magazine plaatste, en zo voor het eerst de Nederbiet serieus nam. Tevens stelde hij enkele van ons in de gelegenheid om PEBBLES Volume 15 (The Continent Lashes Back; The Netherlands 1965-1968)(AIP Records/1984) samen te stellen en zo Nederbiet op de kaart te zetten.
ALAN BETROCK (†), die met de fanzines JAMZ en Rock Marketplace Amerikaanse en Europese verzamelaars met elkaar in contact bracht.
DAVE GIBSON van het MOXIE Label waarvoor twee volumes “Flight To Lowland’s Paradise” (Moxie /1986) platen werden samengesteld met behulp van de singles verzameling van HANS SEEGERS.
BOUDISQUE (†2008) kwam met het verzoek om een beatselectie te maken uit de archieven van het Philips label. Zo ontstond de elpee “The V-Lips Greatest Hits” (Frizzbee/1986), met een cartoonhoes, getekend door Jan de Boer.
WILLEM de RIDDER. Één van de oprichters van HITWEEK (wees lullig, koop Hitweek) dat verantwoordelijk kan worden gehouden voor de term Nederbiet, en de eerste was die de jeugd in staat stelde om hun eigen geluid te laten horen.
FRANS STEENSMA. Startte al eind jaren zestig het fanzine THE ROARING SIXTIES. De plek waar voor het eerst overzichtsverhalen met discografieën gepubliceerd werden. Onder zijn leiding werd de Encyclopedie van de Nederlandse Popmuziek 1960-1990 samengesteld (Bonaventura/1990). Helaas is dit slechts bij één editie gebleven
HANS JÜRGEN KLITSCH. Zijn in de late jaren 70 in Duitsland uitgegeven, engelstalige fanzine GORILLA BEAT (Strictly Sixties) vond ook hier onder de liefhebbers gretig aftrek, en zorgde voor een schat aan informatie. In Nederland volgden gelijkgestemden GEORGE EVERS en ROELAND BAJEMA met hun fanzine FLASHBACK hetzelfde spoor. Ze zouden later samen met ROBERT BRIEL ook verantwoordelijk worden voor het boek NEDERPOP, 25 Jaar Popmuziek In Nederland (Het Spectrum/1982).
RICHARD GROOTHUIZEN. Zijn jarenlange speuren in de archieven van de Nederlandse Televisie omroepen heeft uiteindelijk geresulteerd in een standaard naslagwerk; POP OP TV 1960-1975 (Boek+DVD) (Universal/Avro, 2009).
MICHEL TERSTEEGEN. Bewijst dat de jonge luidruchtige snotneus - houding van alle tijden is. Als wereldwijd gerespecteerd verzamelaar, deejay, platenbaasje (KELT), zanger van THE OTHERSIDE, organisator van 60’s party’s, fanzine uitgever en eigenaar van platenzaak DA CAPO in Utrecht is hij in de geest van Greg Shaw altijd het spoor blijven volgen. Hang On In There, Michel!
De Clips:
Hoofdprogramma:
The Tielman Brothers - Bossa Nova Baby
The Toreros - Fried Eggs
Aart Brouwer & The Cellar Rockers - Vies
The Rolling Stones - Not Fade Away
The Kinks - You Really Got Me
The Pretty Things - Midnight To Six Men
The Haigs - That's The Way She Is + Never Die
Johnny Kendall and The Heralds - Hoochie Koochie Man
Cuby & The Blizzards - I'm So Restless
The Golden Earrings - That Day
The Outsiders - Rothaanhuis 1966
The Outsiders - Lying All The Time
The Zipps - Kicks and Chicks
The Hamlets - Look Into Her Eyes
The Zipps - LSD 25
The Motions - Every Step I Take
Shane - Gotta Hold On
Linda van Dijck – Stengun
Group 1850 - I Know, La Pense
Group 1850 - I Want More
The Bintangs - Please Do Listen
Dragonfly - Celestial Empire
Tweede deel "Voor de liefhebber".
– Na de pauze voor diegene die meer wil.
The Beatles - Some Other Guy
The High Numbers - Dance, To Keep from Crying
The Hot Fighters - Fighting
ZZ & De Maskers
The Toreros - Yeah Baby
Het - Keije Nagaan
Shane - Lady Bountifull
Roek Williams and The Fighting Cats - A Star
The Sparklings - Now, It's Your Turn To Cry
John Hatton & The Devotions - I Should Have Gone Away
The Sandy Coast - Sorry She’s Mine + May I Belong To You
Armand - Eén Van Hen Ben Ik
Johnny De Selfkicker - Magistrale Stralende Zon
Speciale dank aan Rhys Davelaar voor de beeld- en geluidbewerking van de oorspronkelijke opnames, en Marieke en Sies van De Kring voor de organisatie en technische uitvoering. Ook Feddo Renier met zijn vloeistofdia's leverde een belangrijke bijdrage aan het gebeuren.
Foto's: Ernst Kraft van Ermel
BTBG is een website die al sinds 2003 de reeds lang vergeten rauwe klanken uit de jaren zestig archiveert en publiceert, via internet radio en sinds begin 2007 ook TV.
Het zwaartepunt ligt in de jaren 1965-1969, toen er ontelbare parels op de plaat gezet werden door ontelbaar veel groepen over de hele wereld.
24 uurs non-stop uitzendingen belichten Hippie muziek, Underground, jaren-zestig Punk, Flower Power, MOD, Garage, Teenbeat, Psychedelica, Beat, het beste, slechtste, krachtigste en gemeenste muziek ooit opgenomen.
Tijdens de jaren zestig waren alle tieners geobsedeerd door muziek, maar slechts een relatief klein aantal groepen brak door. Vrijwel alle bands wilden klinken als en eruitzien als The Beatles, The Rolling Stones, Pink Floyd, The Doors of The Velvet Underground.
Muziek was een beweging.
Muziek was een levenshouding.
Muziek was politiek.
Muziek was protest tegen het Establishment, de oorlog en de samenleving.
Op de website tref je een alsmaar uitdijende collectie aan van jaren zestig clips, concerten en allerlei andere muziek gerelateerde opnames.
Iedere stad en ieder dorp had zijn eigen beatgroep en clubs. Op iedere school speelde een schoolband covers van de nieuwste nummer uit de hitparade, zakgeld ging op aan platen en clubs. De meeste nummers werden op 4 sporen opgenomen en afgemixed in mono, het hoogst haalbare was een achtsporen opname. Een ander typisch verschijnsel was de leeftijd van de zangers, meestal zo tussen de veertien en negentien jaar.
Bezetting:
Rein Kuijer - Gitaar / Zang 1967-1973
Wim Kooi - Basgitaar 1967-1973
Huib Hendriks - Gitaar / Orgel 1967-1970
Pieter van de Schans - Dwarsfluit 1970-1973
Jan de Jong - Drums 1967-1968
Dick van Doorn - Drums 1968-1973
Kees Broekhuizen - Orgel / Piano 1972-1973
Repertoire:
De groep had een eigen geluid: Beat, Rock en Blues getinte nummers, soms muziek waar je je tijdens het dansen eens lekker op uit kunt leven en soms pure luistermuziek.
Er werden nummers gespeeld van o.a. Wishbone Ash, John Mayall, Fleetwood Mac en Jethro Tull, natuurlijk ook eigen nummers en in het begin wat soul zoals Mustang Sally, Knock on Wood en nog wat titels die veel bandjes speelden in die tijd.
Ook werden Eight Miles High (oorspronkelijk van The Byrds, maar in een bewerking van Golden Earring) en Song of a Devil’s Servant ook van Golden Earring gecoverd.
Optredens:
De band debuteerde in 1967 in Beatclub De Schuur, gelegen achteraan de Dijkstraat bij de ijsbaan.
Daarna wat lokale optredens o.a in De Ruif en op een personeelsavond van de SKF, maar al snel door het hele land, o. a. in Rotterdam, Den Haag, Delft en Utrecht.
Zip Fastening had in de grote steden meer bekendheid als in de eigen omgeving, en trad twee à drie maal in de week op, en werd ook vaak teruggevraagd.
Er werd over een topgroep installatie gespeeld, met een waarde van zo'n 20 mille, en men reed in een Mercedes bus naar de locaties.
Op 24 november 1972 vond de finale plaats van de Radio Noordzee/ Muziekparade Talentenjacht in de Nardinc sociéteit in Naarden, waar negen acts streden om de bovenste plaats.
De jury bestond uit Tony Berk en Ferry Maat van Radio Noordzee, John Brands namens muziek uitgeverij Basart, Eric Boom van Purple Eye Productions en Hans de Ruyter van Muziek Parade.
De inzet was een plaatopname bij Purple Eye, een artikel in Muziek Parade en de volledige steun van Radio Noordzee bij het verschijnen van de eerste plaat.
Bij de voorselectie, die 's middags gehouden werd, werd Zip Fastening ook uitgekozen voor de finale 's avonds, samen met een aantal duo's.
De jury omschreef de groep als een band die niet puur commercieële muziek speelt, maar zich de luxe van een geheel eigen sound kan veroorloven.
Na kort beraad werd Zip Fastening op de tweede plaats gekozen, na het Amsterdamse duo Bart van Schoonhoven & Ed van Toorenburg, die met algemene stemmen de talentenjacht wonnen en inderdaad ook een plaatopname realiseerden.
In 1973 probeerde de groep het nog een keer, met een aanmelding voor het AVRO programma 'Nieuwe Oogst', maar helaas werden ze niet uitgekozen voor een auditie.
Ook werd er in Duitsland opgetreden.
Zoals in het voorprogramma van een concert van de Britse blues-rock band Steamhammer, in Halle Münsterland in Münster.
Er werd gespeeld als invaller voor Livin’ Blues, maar daar kwam de band pas later achter.
Dat was wel schrikken, het was een concertzaal gevuld met stoelen.
Het verliep allemaal succesvol, ondanks dat Steamhammer ruim een uur te laat kwam, en Zip Fastening het publiek bezig en kalm moest houden!
Verder werd er gespeeld in Dortmund en de Ratskeller in Dannenberg.
Ook speelden ze op Popfestivals met o.a. Golden Earring, Cuby & the Blizzards, Rob Hoeke, Focus, Brainbox en The Bintangs.
In 1970 werd er in Arnhem een talentenjacht gewonnen, met als prijs een proefopname in de Phonogram studio.
Er werden drie nummers opgenomen, waaronder een versie van Bourée van Jethro Tull, te vinden op hun tweede album 'Stand Up'.
De platen manager wees Zip Fastening af omdat ze niet commercieël genoeg waren.
Een andere producer wilde wel, maar dan moest er voor meer eigen nummers gezorgd worden.
Zip Fastening had als één van de weinige groepen een vrouwelijke manager, de zus van gitarist/zanger Rein Kuijer, Coby.
Ze stelde de contracten op en reisde stad en land af voor optredens.
In het begin speelde ze zelfs af en toe basgitaar tijdens optredens.
"Toen Rein, samen met een paar vrienden een groep formeerde en intensief begon te oefenen, werd, wanneer er eens wat geregeld of opgeknapt moest worden, dit naar mij gedelegeerd. Op den duur rol je dan zo in het managen", aldus Coby in een interview.
(met dank aan Rein Kuijer)
DOWNLOADS:
Onlangs dook er een cassette op met daarop vijf nummers van de band, opgenomen in 1972.
Je kunt deze hier downloaden.
Een inlay en hoes zit er ook bij.
Het zijn fraaie nummers en de kwaliteit is prima, in feite de eerste goed klinkende opnames van een band uit de regio, die boven water is gekomen.
22 augustus:
Tijdens het opruimen vond ik nog een oude band met een live opname van Zip Fastening.
De band was in slechte conditie, al na 10 seconden zaten de koppen van mijn recorder dicht.
Maar ik kon nog net horen wat erop stond.
De tape zat aan elkaar geplakt, liep constant vast en werd opgegeten door de spindel.
Na een paar maal heen en weer spoelen en vuil verwijderen kon de band weer afgespeeld worden.
Nadat ik een nog goede recorder van een compagnon heb geregeld kon ik de opname nog digitaliseren.
Ik denk dat het een opname is uit 1970 of 1971, in ieder geval zonder Kees.
Het is opgenomen, herinner ik mij nu, met een van de eerste cassetterecorders uit die tijd van Coby, die al heel snel stuk ging.
Daarom hoor je op de band veel gekraak, vervorming en weinig Zip Fastening.
Ik heb alvast een stukje kunnen redden en digitaal bewerkt van het intro van “Song Of A Devil’s Servant” en dat uitgefaded toen het gekraak begon.
De rest van het nummer is verloren.
Veel plezier met deze m.i. leuke aanvulling van bijna 5 minuten.
Hieronder nog een stuk veilig gestelde Zip Fastening.
Opgekrikt uit het bijna niets.
(gemiddeld geluidsniveau was 10 tot 20dB voor de kenners onder ons, terwijl 89dB normaal is).
In het begin slaat de recorder helemaal dicht en heb ik toch nog door van bepaalde stukjes het volume te manipuleren het als geheel opgenomen.
Niet mooi maar wel compleet.
Verder heb ik het voorlopig zodanig geremasterd dat de drums er aardig uitspringt.
Zo was het toen op dat moment.
Zelfs nog met een beetje applaus.
Jethro Tull was toch iets beter!
Een hoop herrie van een paar jongens van rond de twintig die een leuke tijd hebben gehad.
Rein speelde op een Epiphone Casino gitaar, net als John Lennon.
Epiphone was een duur topmerk, dat later werd overgenomen door Gibson.
Nu is Epiphone een B-merk van Gibson, voor zo ver Gibson nog zal bestaan.
De gitaarhals is gebroken tijdens een optreden in Ede door omvallen, net als bij zoveel gitaristen in die tijd.
In de Weerwolf (1968/69) zag ik de Gee-Bros uit Apeldoorn.
Ik was toen helemaal stuk van de Gibson SG Standard, want met de half-akoestische kon je niet hard spelen, die ging “rondzingen”
Jan de Hont van de Maskers had er later ook één.
Toen verkocht alleen De Vreng in Amsterdam Gibsons.
Een bestelde gitaar werd bij je thuisbezorgd.
Mijn gitaar had nummer 3.
Het serienummer verwijst naar 1968.
Ik bezit deze oude SG Standard nog steeds en dat blijft ook zo ongeacht de waarde.
1975, het gaat niet erg goed met de Veense Wereldwinkel. Een nieuw initiatief is de verschijning van Turf & Sigaren, een maandblad vol kritische verhalen over het Veense. Het eerste nummer werd groots welkom geheten, niet in het minst door een artikel over voetbalvereniging DOVO, waar zelfs het Utrecht Nieuwsblad een artikel aan wijdde. Ook werd een grote brand bij de Boxal beschreven, waar volgens bronnen een politieke partij achter zou zitten. Hierboven een collage van de aankondiging en het eerste en tweede nummer. (opklikken voor een leesbare afbeelding)
EEN GOEDE START „Naar ik onlangs heb vernomen, zal er binnenkort een Veenendaals maandblad verschijnen dat zich tot taak heeft gesteld een wat kritischer blik te geven op het reilen en zeilen van het huidige Veenendaal. Met groot enthousiasme juich ik dit idee toe, daar naar mijn mening de plaatselijke kranten af en toe wel eens wat te vlug over bepaalde zaken heenlopen. Tevens wil ik vanaf deze plaats u waarschuwen voor een teveel aan kritiek in uw maandblad. Dit is naar mijn idee namelijk een van de grootste gevaren waaraan u bloot zult komen te staan. Niet dat een teveel aan kritiek op zich erg zou zijn maar de stap van teveel kritiek naar roddel is slechts klein. En u zult het met mij eens zijn, dat het zeer jammer zou zijn, wanneer dit unieke experiment voor Veenendaal een ordinair roddelblaadje zou worden waar totaal geen kracht meer vanuit zou gaan”. (C.A. te V.) Zo begint een ingezonden brief in het eerste nummer van „Turf en Sigaren”. Dat is een nieuw maandblad van de Wereldwinkel Veenendaal, dat zich kritisch wil opstellen met betrekking tot het Veenendaalse gebeuren. Zonder meer een lofwaardig streven, want een regelmatige stroom van opbouwende kritiek is nooit weg. We leven tenslotte in een land met persvrijheid en het zal de eerste keer niet zijn dat een kritische beschouwing of begeleiding duidelijk invloed heeft op de gang van zaken. Tot zover kunnen we volledig met de initiatiefnemers mee gaan. Toch verdient de waarschuwing die verpakt is in bovenstaande ingezonden brief ook alle aandacht. Inderdaad is de stap van teveel kritiek naar roddel slechts klein. De grote vraag is of de samenstellers van „Turf en Sigaren” dat gevaar in volle omvang beseffen. Bij de uitgave van het eerste nummer is het te vroeg om hierover een oordeel te vellen. De praktijk zal moeten leren of de inhoud van het maandblad blijft stoelen op zuivere feiten of dat de samenstellers puur persoonlijke visies gaan uitdragen. Dat laatste zou jammer zijn, want -zoals al eerder is opgemerkt- er kan in Veenendaal best een kritisch c.q. opiniërend maandblad bij. Eén ding moet ons wel even van het hart. Als „Turf en Sigaren” schrijft dat Veenendaalse kranten zich niet kritisch durven opstellen, dan leest de redactie blijkbaar niet alle dagbladen die in Veenendaal verschijnen. Dat is een zwakke schakel als het gaat om een gemotiveerd persorgaan op de markt te brengen. Afgezien daarvan is de eerste uitgave van „Turf en Sigaren” een goede start. Hopelijk blijft de kwaliteit het winnen van de kwantiteit en gaat kritiek niet over in roddel. (Gezellig Winkelen, 5 november 1975)
SUZIE Q Veenendaal ligt nog steeds in de provincie
Middenstanders zijn nijvere lieden, die regelmatig het interieur van hun pand vertimmeren in de hoop meer klanten te trekken en zodoende de winst te vergroten. De eigenaars van de Veenendaalse bar-dancing Suzie Q hadden ons via de plaatselijke bladen al uitgebreid geïnformeerd over de verbouwing van hun bedrijf. Op donderdag eerste Kerstdag vond de heropening plaats. Er werd nog geen entree geheven en Alexander (Truus) Curly trad er op. Jaren lang was er voor de jeugd in Veenendaal niets te doen. Enige jaren geleden kwam hierin verandering. Met de steun van een gemeentelijke subsidie werd Suzie Q van de grond geholpen. Er volgden gouden jaren voor de eigenaars. In de jaren 1972 en 1973 kwam het regelmatig voor dat er meer dan 1000 bezoekers waren. De beste popgroepen van Nederland traden er op. Vorig jaar (1974) waren er nog optredens van Alquin en Kayak. Toch kwam er de klad in. Wilde Suzie Q een zeer winstgevende onderneming blijven, dan moest het in de smaak blijven vallen van het grote publiek en dat publiek wilde opeens geen betonnen vloer meer. Het wilde een luxe inrichting en de mogelijkheid tot stijldansen. Vandaar de verbouwing. Op eerste Kerstdag was het resultaat van enige weken hard werken te zien. Men was er in geslaagd om de herinnering aan de fabriekshal, die Suzie Q oorspronkelijk was, weg te werken. De vloer bleek te zijn voorzien van een laagje parket. En de wanden waren afgedekt met een soort Desso-tapijt. Door de verbouwing zijn twee ruimtes ontstaan: een diskotheekruimte en een zaal waar showorkesten zullen optreden. Op eerste Kerstdag stond daar Alexander Curly in een wit satijnen hemd te zweten. Het was zo donker als in een tunnel met noodverlichting. De ventilatie was nog net zo slecht als vroeger. De eigenaars gokken op de komst van een ander publiek. Door middel van een hoge entree voorkomt men, dat scholieren-met-alleen-zakgeld er te veel zullen komen en door de semi-luxe inrichting trekt men die mensen aan, die van mening zijn, dat het woord "Pop" de afkorting is van populaire muziek. Het geheel lijkt op een bier- en danstent in het Oosten of Zuiden van ons land. En daarmee wordt dat smoesje van "Veenendaal is Randje Randstad" weer eens doorgeprikt. Veenendaal ligt gewoon in de provincie. Wat is het gevolg van dit alles? Naar het zich laat aanzien een vette winst voor de eigenaars van Suzie Q en het einde van een plaats waar men naast dronken ook stoned kon worden en waar naast kommerciële muziek ook plaats was voor optredens van Neerlands beste popgroepen. Zonder de vaak agressieve sfeer van deze dancing te willen verheerlijken is er toch weer een stukje 'stad' in Veenendaal verloren gegaan.
Turf & Sigaren, Nr. 3 - Januari 1975
BAH!
In Veenendaal is uitgaan een rare zaak. Wie 's zaterdagsavonds eens wil kijken wat er te koop is in het plaatselijke uitgaansleven, valt van de ene verbazing in de andere. Let vooral op bij de cafe's in de buurt van de Zandstraat. Twee vallen daarbij erg op: Old Inn en Valley Inn. Die gebouwen zijn als een vesting uitgerust. Je kunt niet zomaar binnenlopen, maar je moet aanbellen. Dan verschijnt er een uitsmijter, en hij geeft je een bon. Daar worden al je consumpties op aangestreept. Bij je vertrek moet je dan afrekenen. Ben je de bon kwijt dan kost je dat vijftig gulden. Bah, wat een wantrouwen. Maar pas op: reken er niet te vast op dat u binnengelaten wordt. Je hoeft echt geen neger of gastarbeider te zijn: als je eruit ziet als iemand die niet al te veel geld gaat uitgeven, dan verzucht de uitsmijter zwetend: "Sorry, maar het is helemaal vol, je kunt er niet meer in". "Dank u wel", maar de deur is al weer dicht. Op een zaterdagavond hielden we een kort onderzoek bij Valley Inn. Daar mochten we niet naar binnen, "want het was hartstikke vol". Maar toen we een poosje in de regen bleven staan kijken, werd de één na de ander wel binnengelaten. Bij voorkeur zgn. 'stelletjes'. Na een tijdje buitenstaan probeerden we het weer. Nu vlak achter een prachtig stel: de jongen met fijne witte boorden, ver over zijn colbertkraag, het meisje rook heel lekker. Zij konden zo doorgaan, maar toen wij dat ook wilden doen, herinnerde de uitsmijter zich weer: "alles is vol, probeer het maar een andere keer". "Jawel, mijnheer". Na een uur voor de derde keer geprobeerd, maar, zonder blijk van herkenning: "sorry, helemaal vol, alleen vaste klanten". Hoe kun je op zo'n manier ooit vaste klant worden?
Turf & Sigaren, Nr. 3 - Januari 1975
Een paar redactieleden van Turf & Sigaren op de nieuwjaarsreceptie van de burgemeester in 1975:
vlnr: Rein Bijkerk, Wim Bos, Arie van de Kraats
Zijn er lezers die meer informatie over Turf en Sigaren kunnen geven?
Dit 'mei' festival, gehouden op zaterdag 7 mei 1966 werd door een aantal Veenendalers bezocht.
Met de trein vertrokken ze naar Utrecht, om al vroeg in de Jaarbeurs aan te komen.
Voor een toegangsprijs van fl. 2,50 hadden Hans Hiensch, Elly Dorrestein, Dick Vink, Jan Slagman en Gerard Davelaar (en waarschijnlijk nog een aantal mensen) urenlang entertainment in alle Jaarbeurs hallen.
Veel bekende koren, orkesten en artiesten zouden optreden.
Voor de jeugd: The Golden Earrings The Motions The Torero's The Low Down Blues Group 65 Boudewijn de Groot
en nog vele anderen.
Als hoofdact staan The Kinks geprogrammeerd!
Rond deze tijd staan The Kinks hoog in de Nederlandse Top-40, met het nummer "Dedicated Follower of Fashion".
Ook de 'Kwyet Kinks' EP vond gretig aftrek.
Er was veel publiek aanwezig, uiteindelijk zo'n 30.000 bezoekers, waarvan ruwweg tweederde jongeren.
In eerste instantie viel er weinig te beleven.
Het was voornamelijk wachten op de aangekondigde bands.
Het blijkt dan men weinig ervaring heeft met het organiseren van popconcerten.
Er staan houten klapstoelen voor het publiek en verder valt de combinatie van toespraken door PvdA kopstukken als Joop den Uyl en minister Vrolijk en optredens van Nederlandse artiesten als Karin Kent met ‘Dans je de hele nacht met mij’ niet erg in de smaak bij de festivalbezoekers.
De sprekers werden van het podium geschreeuwd en ook de smeekbeden van Henk van Stipriaan ("Als je van die stoelen flikkert, breek je je poten jongens") mochten niet baten.
De jongelui lieten luidruchtig merken dat zij niet waren gekomen om zich tot de PvdA te laten bekeren, maar voor de optredende beat bands.
Doordat in eerste instantie alles door elkaar, in verschillende zalen geprogrammeerd stond, werd er veel heen en weer gerend, om zo niets van de bands te missen.
Bij het optreden van The Motions in de Irenehal doorbraken enthousiaste jongeren de dranghekken.
Ze bestormden het podium, liepen microfoons en decors omver en zakten tenslotte met zijn allen door de vloer. Meisjes vielen The Motions om de hals
De instrumenten van The Motions werden ernstig beschadigd en hun elektrische installatie werd vertrapt. Op veel plaatsen ontstonden vechtpartijen.
De 180 ordebewakers van de PvdA konden deze excessen niet voorkomen.
Het podium was half ingestort, en lag een groot gedeelte van de decors achter het podium.
Ze waren afgeknapt, waarbij sommige jongeren een lelijke val hadden gemaakt.
De ongeregeldheden waren zo ernstig, dat de radio uitzending onderbroken moest worden.
De VARA man in de studio zette maar een plaatje op: 'Shame and Scandal in the Family'.
Uiteindelijk besloot de organisatie alle beat bands in de Irene hal op te laten treden.
Gelukkig was het podium daar een stuk steviger, en zorgde de politie ervoor dat het redelijk vrijgehouden werd.
Met flinke tafels werd het podium gebarricadeerd, met zo'n vijftig agenten erachter, om in geval van nood direct te kunnen ingrijpen.
Er werden piramides van stoelen gebouwd, brandkranen opengedraaid en veel bezoekers werden kletsnat gespoten. The Clungels en The Golden Earrings werden luid toegejuicht.
Tijdens de optredens waren er zo'n 12.000 mensen in de hal toegestroomd, waardoor het gedrang zo groot werd dat er een aantal mensen flauw vielen.
Die werden meegenomen achter het podium waar ze wat opgefrist werden.
Tussen de optredens door waren lange pauzes, en er werd met bierflessen en stokken gegooid.
Toen er werd gedreigd dat The Kinks niet zouden komen als het niet ordelijk werd, begon het publiek te scanderen: "We want The Kinks".
Herman Stok ging de maat slaan, maar toen werd de tekst gewijzigd in "Weg met Stok!".
Het hoogtepunt was toch het Kinks optreden. (Ray Davies mèt snor!).
De manager eiste dat er voor hun veiligheid werd ingestaan, en na een uur vertraging werd de band via een haag van veertig politieagenten naar het podium geleid.
Vandalen hadden in de tussentijd de bordkartonnen kleedkamers afgebroken, stoelen vernield en een brandkraan in werking gesteld.
Tijdens hun optreden was het publiek te moe om de zaak nog verder te ontwrichten. De GGD onderhield een pendeldienst om de tientallen lichtgewonden af te voeren, de EHBO kwam handen te kort om de flauwgevallen jongens en meisjes weer bij kennis te brengen.
Na afloop bood de Irene hal de aanblik van op hopen gesmeten en voor een deel vernielde klapstoelen, verbogen hekken en massa's papier.
Partijsecretaris Eibert Meester zei, starend naar de puinhoop:
"Zo doen we het niet meer. Liever vijftienduizend gedisciplineerde bezoekers, dan dertigduizend op deze manier".
Hieronder een krantenverslag.
Het PvdA-festival dat zaterdag in Utrecht werd gehouden is een beetje een rommel geworden.
Dat wil zeggen in de Irenehal.
Deze ruimte was het strijdperk van politie, opgeschoten jongelui en beatmuzikanten.
In totaal zijn echter maar zes jongelui gearresteerd, maar de GGD moest wel een pendeldienst tussen de Jaarbeurs en het ziekenhuis organiseren, doordat tientallen jongelui lichte verwondingen opliepen.
In totaal 30.000 mensen van alle leeftijden hebben de 20-jarige verjaardag van de PvdA bijgewoond.
Het begon allemaal keurig.
In vier hallen werd een programma gegeven, maar ongelukkig genoeg wisselden politieke sprekers en beatbands elkaar af.
Dit was voor 12.000 jongelui aanleiding 'om rotzooi te trappen', zoals de organisator, de heer E. Meester verklaarde.
Oorzaak van de wilde tonelen was voornamelijk het optreden van de Britse beatgroep The Kinks.
Daar hadden de jongelui zich op verheugd en de band moest dan ook beschermd worden door 110 Utrechtse politiemannen en 180 ordebewakers.
Doordat het in diverse hallen al een rommel werd, besloten de organisatoren de Irene hal voor de rest van de middag voor de tieners te reserveren.
Alle beatgroepen zouden daar dan gaan optreden, terwijl in de andere hallen, de volwassenen feest konden vieren.
Een misser voor de organisatie was om de stoelen in de Irenehal te laten staan.
Deze werden al snel op elkaar gestapeld zodat men een goed overzicht op het strijdtoneel had.
Want dat strijdtoneel kwam er.
Voor het podium waren wel enkele stevige dranghekken gezet, maar de duizenden tieners hadden daar geen moeite mee.
Ze sprongen op het, drie meter hoge podium, om hun enthousiasme voor hun muzikanten te betuigen.
Ook op de twaalf meter hoge richels langs de muren van de Irenehal stonden honderden tieners, die langs brandslangen naar boven waren geklommen.
Ruim een uur moesten ze wachten op de Kinks, want de manager vond het optreden niet verantwoord.
'Ze zijn tienduizend pond waard, en ik laat ze niet spelen in zo'n bende', riep hij steeds.
Toen dan eindelijk toch besloten werd, om de steeds maar 'We want Kinks' schreeuwende massa haar zin te geven, was de band verdwenen.
Na lang zoeken werden ze gevonden.
Ze moesten toen de Irenehal worden binnen gebracht.
Intussen waren de bordpapieren kleedkamers al door de tieners afgebroken, terwijl ook de vier brandslangen in werking werden gesteld.
Er kwamen nog zestig agenten in de hal, die een vervroegde nachtdienst kregen.
Tegen vijf uur speelden de Kinks dan eindelijk een paar nummertjes, maar doordat vele technische installaties waren vernield, viel er weinig te genieten. Rondom het podium ontstonden af en toe vechtpartijen.
Er liepen constant broeders van de GGD in de hal om de gewonden per brancard af te voeren.
De politie onder leiding van hoofdcommissaris H. W. Offers oogstte niets dan lof van de PvdA-organisatie.
Zij heeft uiterst tactisch opgetreden en ook vele jongelui hebben er van versteld gestaan.
Zij konden de politie met hun scheldpartijen maar niet kwaad krijgen en waren daar zeer verwonderd over.
Hitweek:
Er zijn enkele gouden regels die elke organisator van een groot beat concert zonder meer dient toe te passen, anders loopt het onherroepelijk uit de hand.
Stoelen om op te zitten luisteren zijn uit de tijd. - Het publiek staat en danst. - Het podium dient zeker drie (ja, drie) meter hoog te zijn.
Omdat veel meisjes op de schouders van jongens gaan staan (resp. zitten) kunnen veel betalende bezoekers alleen maar ruggen zien bij een lager podium.
Om dit drie meter hoge podium is een anderhalf meter hoog podium gebouwd, waarop de ordedienst het opdringende publiek op een afstand kan houden, zonder dat zij het uitzicht op de muzikanten ontnemen.
Als het podium in het midden van de hal staat, is er een soort leeuwengang naar het podium toe gemaakt, zoals dat ook in circussen gebeurt.
Op het bovenste podium mogen alleen maar figuren komen die er thuis horen, zodat het publiek de artiesten voor zich alleen heeft.
Hitweek stelt voor dat zo'n (ideaal) podium door iemand gebouwd wordt en voor ieder te huur is.
Het Kinks concert in Utrecht was fantastisch.
Dat wil zeggen, de muziek die we hoorden was erg lekker.
We hebben jammer genoeg geen Kink gezien.
Alleen maar ruggen. (Hitweek, 13 mei 1966) Voor mij was het de eerste keer dat ik zo'n grootschalig evenement bezocht.
Ik heb mij er prima vermaakt en vooral The Motions en The Kinks gaven een goed optreden.
De houten stoelen waren allemaal veranderd in hoge stapels brandhout. (GD)