maandag 17 maart 2014

WONEN IN VEENENDAAL

Kunstenaar moet binnen drie maanden z'n onbewoonbaar verklaarde atelier ontruimen

BLIJ MET 'N KROT

"lk ben met een oude rotte ruimte al tevreden. Als ik er maar werken en slapen kan", zegt Do Hogenboom. Hij is beeldend kunstenaar en woont en werkt momenteel in een onbewoonbaar verklaarde woning aan de Prins Bernhardlaan te Veenendaal.
Hij is bijzonder tevreden met zijn krotje en zou er maar wat graag blijven zitten.
Over drie maanden moet zijn huis echter ontruimd zijn. Binnen drie maanden moet hij een ander onderdak zien te vinden.
Do Hoogenboom
Voor Do Hoogenboom is dat een moeilijke zaak. "Ik kan niet veel betalen. Momenteel woon ik gratis. Bovendien moet het natuurlijk een geschikte ruimte zijn. Een flat is voor mij belachelijk. Ik heb helemaal geen bezwaar tegen een slecht huis, dat ik zelf moet opknappen, als ik er maar goed kun werken. Maar het valt niet mee om zoiets ze vinden".

Do Hoogenboom: Noem me liever een vakman
Do heeft het best naar zijn zin in zijn huidige woning. Hij heeft de hele zaak schoongemaakt, het mos van de muren gehaald en een en ander vertimmerd. In de achterkamer heeft hij zijn atelier gemaakt; de voorkamer is eenvoudig doch bijzonder smaakvol ingericht en veranderd in een gezellige woonruimte. De elektriciteit heeft hij zelf aangelegd, maar het gas moet nog komen.
Het enige dat ontbreekt in de woning, is een toilet.
Maar ook dat is voor Do geen probleem: "Ik ga gewoon bij de buren".
Of zij er wel van gediend zijn?
  "O, het zijn heel aardige mensen. Ze vinden het helemaal niet erg. Ze kijken wel elke avond vreemd op als er weer andere mensen komen aankloppen. Ik heb altijd visite en ze kennen mijn vriendenkring nog lang niet", aldus de jonge Veenendaalse kunstenaar.
Do Hoogenboom wordt liever niet "kunstenaar" genoemd: "noem me maar "vakman", of zo. "Kunstenaar" heeft zo'n rare bijsmaak gekregen van protesteren en slecht gedrag". "Vakman" is inderdaad geen gek woord. Do heeft met succes vijf jaar lang gestudeerd aan de Academie voor Beeldende Kunsten en Kunstnijverheid, afdeling Monumentaal te Arnhem.
Daarna ging hij in militaire dienst. "Ik was veelal in Duitsland gelegerd".
In februari van dit jaar trok hij zijn uniform uit en trad hij weer in de burgermaatschappij.
 "Ik kreeg toen een grote opdracht in Utrecht en daar teer ik nog steeds op", aldus Do.
Na het uitvoeren van die opdracht kwam hij weer naar Veenendaal, waar hij geboren en getogen is. Hier is hij begonnen met het maken van een geheel nieuwe collectie.
Als die gereed is hoopt hij weer opdrachten te krijgen. Hij speelt dat overigens heel handig.
"Als mijn collectie klaar is, laat ik er drie series dia's van maken", vertelt Do.
"Daar stuur ik er een van naar Frankrijk, een naar Engeland en een houd ik zelf".
Als er in Engeland of Frankrijk een nieuw gebouw komt, stellen zijn relaties daar zich in verbinding met de betreffende personen, om de dia's van Do te laten zien. Zo hoopt hij opdrachten te krijgen. Hij gaat voor zichzelf op dezelfde manier in Nederland te werk.
"Op deze wijze help ik ook mijn buitenlandse relaties hier in Nederland", licht Do toe.
Hij heeft zijn relaties leren kennen tijdens zijn academie-opleiding in Arnhem.

Toekomst
Do moet over drie maanden uit zijn woning. Hij doet zijn uiterste best om een andere woning in Veenendaal te vinden. "Als het moet ga ik natuurlijk naar een andere plaats, maar ik blijf liever hier". Dankzij de centrale ligging van Veenendaal gelooft hij hier een toekomst te kunnen opbouwen:
"Ik kan gemakkelijk overal komen en ik ben gemakkelijk voor iedereen te bereiken".
Verder werkt hij ook op andere terreinen in Veenendaal, die hem min of meer noodzaken hier te blijven. Do werkt mee aan de jeugdraad-in oprichting en is bezig met een toneelgroep.
Wat die toneelgroep betreft: "Het is de bedoeling, dat we slechts eenmaal, misschien tweemaal een opvoering geven van een stuk. Liever geen lolstuk. Dat is natuurlijk wel leuk, maar je hebt er verder niets aan. Als het mogelijk is willen we doorgaan met dit werk. Desnoods zonder voorstellingen, als we fijn samen kunnen werken vind ik het al prachtig".
Do zal het betreffende toneelstuk, een titel is nog niet bekend, regisseren.
De regie is bij hem in goede handen. Hij heeft een jaar lang gestudeerd aan de avondschool van de Toneelschool te Arnhem en een jaar de cursus pantomime aan de Volksuniversiteit te Arnhem gevolgd.

Do Hoogenboom is een tevreden jongeman met een opgeruimd karakter. Dit vindt men ook terug in zijn werk en zijn werkwijze. Zijn mozaïeken, glas-in-lood en houtreliëfs zijn vrolijk boeiend.
Als hij een ontwerp maakt, gaat hij niet uit van ingewikkelde theorieën.
"Ik maak gewoon wat. Als het leuk, geinig of gek is en bovendien fijn om te doen vind ik het goed. De mensen moeten zelf proberen er iets uit te halen. Dat is veel beter dan wanneer ik zeg:"Het is een groene koe" en een ander ziet er alleen maar een blauw paard in".
Do Hoogenboom werkt uitgebalanceerd. Eerlijk naar vorm en kleur.
Het moet voor hem goed in elkaar zitten, zijn werk moet "kloppen". Het predikaat "mooi" stelt hij secundair. "Als iemand mijn werk mooi vindt is dat meegenomen. Mooi is voor mij geen basis. Wat Jan lelijk vindt, vind ik mooi en andersom".

Do vindt het vervelend, dat veel kunstenaars volkomen pretentieloze geintjes uithalen, die op zich wel leuk zijn maar waar een enorme waarde aan wordt gegeven.
"Ik maak zelf ook wel eens hele gekke dingen. Maar die laat ik dan ook voor gekke dingen doorgaan". Wat Do nog meer vervelend vindt is het opgelegde hippe gedoe van veel jongeren.
"Een echt hip feest is wat anders. De mensen moeten samen vreugde maken met gekke dingen. Als je iets geks wilt doen, moet je niet bang zijn voor de buren. Je moet doen wat bij je past". 
Hip zijn vindt Do mooi, hip doen naar.
De onbewoonbaar verklaarde woning is een ware Instuif.
"Het zit hier altijd vol met allerlei vrienden en kennissen. Er staan vaak ook vaak vreemde mensen door de ramen naar binnen te kijken. Die mogen van mij ook binnen komen. Iedereen mag hier komen kijken. Als ze zelf maar wat te eten en te drinken meenemen, dat kan ik natuurlijk niet allemaal zelf betalen".
Do Hoogenboom heeft nog maar drie maanden de beschikking over zijn ideale, onbewoonbare atelier. Of hij daarna weer zoiets zal krijgen is de vraag.
"Nogmaals, het hoeft niet mooi te zijn. Als ik er maar kan slapen en werken. En ik moet ook geen gezeur met de buurt hebben. Dat is hier ook al zo fijn", besluit hij.
(De Vallei, 6 juni 1968)

RAADSLID SIGNALEERT LUDIEKE FEESTJES IN LEEGSTAAND HUIS

"In een onbewoonbaar verklaarde woning aan de Achterkerkstraat worden tijdens de weekeinden ludieke feestjes gebouwd. Er wordt op seksueel gebied maar aan gerotzooid. De feesten betekenen voor de buurtbewoners, dat ze uit hun slaap worden gehouden".

Deze onthulling deed gisteravond het K.V.P.-raadslid de heer M.G.H. Hendriks naar aanleiding van een voorstel van B&W de ontruimingstermijn van enige onbewoonbaar verklaarde woningen in het oude hart van Veenendaal te verlengen.
"Ook is er een van de woningen aan de Achterkerkstraat gekraakt", zo wist de heer Hendriks te vertellen. Hoewel de voorzitter de K.V.P.'er het woord dreigde te ontnemen omdat hij buiten de orde ging kreeg raad en publieke tribune ruimschoots uit zijn mond te horen wat er zoal op zaterdag- en zondagavonden voor toestanden heersen.

De heer Hendriks had zelf buurtonderzoek gepleegd en wat hij noemde "de restanten van de seksuele uitspattingen" op de bovenverdieping van het pand Achterkerkstraat 68 aangetroffen. Hij wist ook dat de buurtbewoners hun klachten ter kennis van de politie hadden gebracht. "Wat doet de politie ertegen, hoe is in algemene zin het toezicht op soortgelijke woningen in de gemeente en zijn er nog meer woningen gekraakt", zo wilde de heer Hendriks weten.

De voorzitter was niet helemaal onbekend met de situatie. Hij vertelde de raad dat hij nog wacht op een rapport van de korpsleiding van de politie, die intussen het bewuste pand in de Achterkerkstraat nauwlettend in de gaten houdt. Het kraken van een pand in de Achterkerkstraat noemde hij geen eigenlijke kraak in die betekenis zoals in grote steden recent is voorgekomen. Ook van andere kraakgevallen was hem niets bekend.

Wethouder F. C. Diepeveen zag in het feit dat er inmiddels al weer vijf woningen zijn ontruimd het beste bewijs dat het college diligent is om het verlengen van ontruimingstermijnen zo veel mogelijk te beperken.
(De Vallei, 22 mei 1970)

"'s Avonds niet meer op straat..."
ACHTERKERKERS ZIJN 'T NU ZAT

In de Achterkerkstraat heerst angst en verontwaardiging. De bewoners van de oude panden bezinnen zich op actie. Ze zijn het nu zat: een groep jongelui maakt van tijd tot tijd de straat onveilig, en met de openbare zedelijkheid wordt het ook niet zo nauw genomen. Daarvan getuigde deze week ook KVP-raadslid Hendriks, die ter plaatse een privé onderzoek instelde.

De kern van de gevoelens der Achterkerkers moet worden gezocht in een van de leegstaande onbewoonbaar verklaarde huisjes. Buren en overburen weten te vertellen dat dit een trefpunt is van jongens en meisjes, die zich er vermaken op een manier die de buurt niet zint. Des avonds laat nog signaleert men jonge tot zeer jonge meisjes die in gezelschap van jongens in en om het huis rondzwerven.
Raadslid Hendriks beweerde donderdagavond in de gemeenteraad sporen te hebben aangetroffen van seksuele activiteiten.
Met enige terughoudendheid praten de Achterkerkers over hun ervaringen: jongelui die half naakt over straat lopen en met bierflesjes smijten. Auto's die worden omgekiept en drinkgelagen die zich gedeeltelijk buiten het pandje afspelen. Sommigen zeggen meermalen de politie te hebben gebeld om te vragen een eind te maken aan de onhoudbare toestand, die hun reden geeft te vrezen dat de straat voorgoed als achterbuurt zal worden gerubriceerd.
"Maar de politie doet niets", verklaarde een der bewoners, "ze doen het gewoon in hun broek". Zoals de meeste der verontwaardigden wil hij onder geen beding zijn naam vermeld zien en daarvoor noemt hij een gegronde reden. Een der "leiders" van het jeugdige gezelschap dat inmiddels ook al als een "terreurbende" wordt betiteld, heeft een middenstander in de huurt gedreigd diens winkel in brand te steken, als hij het nog eens zou wagen bij de politie zijn beklag te doen.

ACTIE
Na de openbaring van de heer Hendriks in de raad schijnt de lont, die al maandenlang in het kruitvat steekt, nu ook daadwerkelijk te worden aangestoken. De buurt is het zat en overweegt een handtekeningenactie te organiseren om een jong gezin, dat als mede-verantwoordelijk wordt beschouwd voor de toeloop van de ongewenste jongelui, uit de straat weg te krijgen.
"Het is zo niet vol te houden", zegt 'n andere Achterkerker, "het is nu al zover dat sommige vrouwen 's avonds de straat niet meer op durven en dat is te gek."
Zijn buurman weet nog te melden dat de hele geschiedenis niet bepaald van vandaag of gisteren dateert, maar al een jaar of twee aan de gang is. Merkwaardig is overigens wel, dat bijna niemand concreet kan zeggen op welke wijze men zich benadeeld of bedreigd voelt.
"Persoonlijk hebben we er geen last van", zegt men, maar onmiddellijk volgt dan de ongerustheid voor de toekomst: "maar als het zo doorgaat wordt het hier een complete achterbuurt."
In diezelfde Achterkerkstraat is bijna veertien dagen geleden een pandje "gekraakt", en ofschoon er nauwelijks aanwijsbare argumenten voor zijn, legt de buurt verband tussen dit feit en de gebeurtenissen in de onbewoonbaar verklaarde woning er schuin tegenover. Toch wordt nadrukkelijk gesteld, dat men van de krakers "helemáál geen last" heeft, ofschoon men zich nu ook niet bepaald volledig op z'n gemak voelt.
"Met goed fatsoen kan je straks niet eens meer een paar dagen weg, onder het risico te lopen dat een ander in je huis kruipt", beweert een Achterkerker, die voorts laat weten het van harte toe te juichen "dat er nu eindelijk eens ruchtbaarheid aan wordt gegeven."
Het is moeilijk om te voorspellen of de aangekondigde handtekeningen actie inderdaad wordt georganiseerd, ook al omdat in de gemeenteraad is gezegd dat de politie "de zaak scherp in 't oog houdt". Desondanks maken de bewoners er geen geheim van dat ze zullen optreden, als ook maar het minste of geringste gebeurt dat hen persoonlijk raakt. "Als ze mij of mijn kinderen te na komen zal ik mijn handen goed gebruiken", is een algemene stelling.
Verontwaardiging en angst in oud-Veenendaal, en een groep buurtbewoners die paraat is, en hoopt dat de politie de reden van de vrees snel zal wegnemen, zodat men van een lange hete zomer verschoond zal blijven.
Het standpunt van de politie: bij navraag in de buurt kon eigenlijk niemand precies zeggen wat er te klagen valt. Er is begin mei inderdaad wel iets voorgevallen, maar dat was een familietwist, waarbij geen sprake was van strafbare feiten. De politie ziet dan ook voorshands geen reden om met loeiende sirenes de Achterkerkstraat te ontzetten. Er wordt normaal gesurveilleerd. zoals overal elders, en van enige terughoudendheid om op te treden als dat nodig is, is aldus korpschef Huiskamp geen sprake. "We zouden niet weten waarvoor we bang zouden moeten zijn', zegt hij.
(De Vallei, 25 mei 1970)

MIK THOOMES: EINDELOZE VERVELING IN NIEUWE WOONWIJKEN
"IK BLIJF ERBIJ DAT DE FUNCTIE UIT DE VORM MOET KOMEN..."

Rubber tegels en tapijten op speelplaatsen een schandaal

"Het is schandalig, dat men nu door middel van rubbertegels en het beplakken met tapijt de kinderspeelplaatsen veiliger wil maken. Dit is de oplossing niet. En eigenlijk is zo'n kinderspeelplaats maar een facet uit het gehele complex leef-, en woonbeleid. Er gaat een eindeloze verveling uit van architecten, die nieuwe woonwijken creëren. Ondanks bet feit dat een architect een mens moet zijn om het leven vorm te geven, blijkt hij in vele gevallen er niet capabel voor te zijn".

Mik Thoomes
Het is de 23-Jarige Mik Thoomes, die een ruwe por tegen de huidige vorm van leefbaarheid wil geven. Mede door zijn afgeronde studie aan de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem voelt hij een betrokkenheid bij het ontwerpen van een leefklimaat voor het verschijnsel MENS.
Zelf wil hij zich absoluut niet een (monumentaal) ontwerper of architect noemen. Integendeel zelfs. "Dergelijke benamingen vind ik van minder belang".

Het onlangs gelanceerde experiment van Firet door onder speelwerktuigen op een kinderspeelplaats tapijt te leggen, was voor Mik Thoomes de eerste aanleiding om te ageren.
Het lijkt gewoon nergens op. Het zijn allemaal noodoplossingen, die men voor het probleem van kinderspeelplaatsen geeft. Die rubbertegels of dat tapijt zal nog geen garantie zijn voor een veilig spel van kinderen.

VERSCHILLEN
"Ik houd werkelijk mijn hart vast voor de ontwikkeling van de kinderspeelplaatsen. Geen enkele architect schijnt er aan te denken, dat het kind op zoek is naar verschillen. Nu biedt men het kind onmogelijke mogelijkheden aan met die klimrekken. Het kind kan er niets mee doen, niets mee vormen. Het kind heeft verschillen nodig om te spelen. Het spel is immers nodig voor zijn exploratie, maar het vindt in de aanwezige speelwerktuigen geen uitdaging".
Aan deze verkrampte situatie is zeker de huidige woningbouw mede debet.
De uniforme opstelling van woonelementen geeft aan de bewoner geen enkele kans op afwisseling.
Mik Thoomes ergert zich aan de passieve houding van de bewoners van verveeld-uitziende flatgebouwen. "De mensen slikken het maar allemaal. Denken kennelijk niet dat ze in een rothok zitten. Vanuit hun flatje zien ze alle dagen hetzelfde: de autootjes. dezelfde grauwe flats en dezelfde mensen door dat één en hetzelfde raam. De architect en de aannemer vergeten de wensen van de toekomstige bewoners. Wonen is ten eerste ervaringen opdoen en beleven. Leven is weer het zien van je vrouw, je kinderen en de verschillen ontdekken van je ervaringen. Nee, het lijkt maar moeilijk te zijn om mensen een ruimte aan te bieden waarin te LEVEN valt"

VERBOD
Regelmatig neemt hij poolshoogte hij de bewoners van flats. Daarbij doet hij dan de constatering, dat de aanwezige groenstroken (de "restruimten") totaal niet functioneel zijn.
Westersingel
"Waarom grasvelden aangelegd, die op krampachtige tijden geschoren en geknipt moeten worden? Waarom vijvers, die lekker diep zijn uitgegraven, om er kinderen in te laten verdrinken. De indeling van die restruimten is vaak erg seniel. Pas op, als je je op het gras begeeft. kijkt uit wanneer het kind met een vlotje in de vijver dobbert. Aan alles wordt een verbod verbonden"
Hoe hij het zelf ziet, om tot verbetering van een leefmilieu te komen?
"Dit probleem kan niet snel opgelost worden. Over een tiental jaren zat men er nog wel mee worstelen, Ik heb wel een idee om de huidige vorm op te heffen. Een meer ideale speelplaats voor kinderen zou zijn door het kind zelf mee te laten bepalen. Dus niet, dat de gemeente gaat experimenteren met een stunt als het laten beplakken van tapijt op deze speelterreinen.
Ik wil het absoluut niet gaan dramatiseren, maar men moet meer denken aan het samengaan van natuurlijke en cultuurelementen op deze speelplaatsen.
Het kind heeft water, zand, steen en beschutting nodig. Beschutting in die vorm, dat het een hutje mag maken in een heg of een struik. Het moet zich kunnen afzonderen, het wil even alleen zijn, in zijn diepgegraven kuil. Zijn behoefte is groot aan een zelf geschapen beschermend wereldje".

Hierna wordt een opsomming gegeven van landen en plaatsen waar men het kind tegemoet komt in zijn verkenning naar de wereld.
Zo wordt in Zweden veel gewerkt met de zogenaamde "prefab-elementen", waar het kind mee bezig kan zijn. In Utrecht worden op een bepaalde plaats in de stad hout, spijkers en hamers aan de kinderen aangeboden. Gedeeltelijk kan het kind hierdoor zijn mogelijke agressie afreageren en het hutten bouwen blijkt dagelijks het eindresultaat te zijn

VERVELING
"Het kind moet meer tot een beeldende uitdrukking kunnen komen. Zijn creativiteit mag niet in de klem worden gesmoord op de speelplaats of in de woning. Daarom begrijp ik ook niet dat, men niet op een verdieping in een flat een soort recreatie-ruimte maakt. Tevens fungerend als ontmoetingsplaats voor
Middellaan
de bewoners, dus een ruimte waarin de socialiteit naar voren komt.

En waarom zie je ook nergens het plan gerealiseerd van een brug (luchtcorridor) tussen twee flatgebouwen?
Over tien jaar zijn volgens mij de in aanbouw zijnde woningen van nu weer onbewoonbaar".
Het indertijd geponeerde plan van "New Babylon" van Constant Nieuwenhuis bleek ook voorzien te zijn van gemeenschappelijke recreatieruimten.
Komt dat overeen met wat jij bedoelt?
"Nee, hij legt meer de nadruk op de homo ludens. de spelende mens. De momenteel gehandhaafde  woningbouw, manifesteert zich in een onduidelijke bouw van sigarendozen.
Zo wil men uit de functie een vorm halen. Dat is waardeloos. Het wordt een eindeloze verveling. Ik blijf erbij dat de functie uit de vorm moet komen".

Hierop volgt het soortement excuus, dat het zo een-twee-drie niet makkelijk is ons alles zo duidelijk mogelijk te formuleren. Het is nu eenmaal moeilijk om een grens te maken tussen het beeldende en het constructieve. Na een korte spreekpauze, waarin een slok whisky wordt genomen en een sigaret wordt aangestoken, vertelt hij over zijn komende werkzaamheden. Voorlopig blijft het bij een assistentschap bij Peter Struyken, docent aan de Arnhemse Academie voor Beeldende Kunst (tevens verbonden aan de Utrechtse universiteit als lector en zich druk bezighoudend met computerart).
Hoe denkt hij dan de feitenlijke onmondigheid van de bewoners op te heffen?
"De mensen moeten zelf met plannen komen. Samen moeten de mogelijkheden nagegaan worden welke factoren mee kunnen werken aan een goede leefbare omgeving. Hierbij moeten betrokken worden een stedebouwkundige, de bewoner, politie, een socioloog, een psycholoog en noem maar op. In teamverband kan men dan een totaalbeeld scheppen. Een ieder kan dan komen met zijn ervaringen. Al die ervaringen zijn gebonden aan een uitdrukking. Samen kan men nagaan en checken wat er van zo'n beeld overblijft".
Mik Thoomes toont ook zijn ontevredenheid ten aanzien van de aannemer en het beleid van de gemeente.

Hopeloos
"Men weet gewoon niet wat men doet. Het gemeentebestuur lijkt gevormd te worden door koekebakkers en textielmannen. Men meent de mensen in kale hokken te kunnen plaatsen. 
Larikslaan
Met en calvinistische blik in hun ogen, nemen ze plaats in de schoonheidscommissie. Als je nagaat dat zeker 80 procent niet wil blijven zitten in hun woningen dan vraag ik mij weleens af .. Gewoon hopeloos. De overheid meent elke dag maar weer haar goedkeuringen te moeten geven aan de zoveelste verordening om het leefgenot maar zoveel mogelijk te beperken. En verder denken ze maar aan het glas sherry en de vette Jaguar voor de deur".

De visuele ontwerper vindt overigens de activiteiten van de Stichting Nieuwe Woonvormen ook niet daverend. Hij is van mening dat de toegepaste bouw in Hoevelaken niet erg lang mee zal gaan.
"Het is gewoon een cliché van het al bestaande"

Mik Thoomes zou liet geweldig vinden, wanneer er reacties bij hem binnenkomen.
"Ik hoop vooral van mensen die er tegen zijn. Want nogmaals, ik kan het niet duidelijk genoeg stellen: de mens moet de mogelijkheid hebben om in een ruimte te leven, te werken en te spelen  waarin men ervaringen, ontdekkingen kan hebben en bescherming kan ontvangen. Kortom een benaderde vorm van goede leefbaarheid.
Nog steeds begrijp ik niet waar de overheid de brutale overmoed vandaan haalt om tapijten te leggen op speelplaatsen en verordeningen maakt ten nadele van het leefmilieu om zo de belachelijke confrontatie met hun eigen onvermogen te handhaven".
(De Vallei, 31 juli 1970)

Reakties bleven niet lang uit, hieronder twee voorbeelden:

GRAAG EEN DUIDELIJK ALTERNATIEF
R. Koppenberg daagt Mik Thoomes uit.

"Ik doe m'n uiterste best om Mik Thoomes in z'n gedachtengang te volgen.
Soms lukt me dat bij het lezen van zijn ideeën, maar dan raak ik het spoor weer volledig bijster".
Dat zegt de heer R. Koppenberg, een van de raadsleden wie in het interview in de Vallei van vrijdag 31 juli met Mik Thoomes wordt verweten, dat in de nieuwe woonwijken van Veenendaal "het leefgenot zoveel mogelijk wordt beperkt door allerlei verordeningen". Hij daagt de jonge kunstenaar uit om een alternatief te geven voor de door hem gewraakte "eindeloze verveling" en nodigt Mik Thoomes uit om ten gemeentehuize eens te komen praten.
"Misschien is het hem dan mogelijk om zonder excuus z'n plannen eens wat duidelijker te formuleren", zegt Koppenberg.

Uniforme constructie, is noodzakelijk
"Vooral de laatste zin van het artikel is mij niet duidelijk waarin hij spreekt over de brutale overmoed van de overheid, die tapijttegels neerlegt op speelplaatsen en tegelijkertijd verordeningen maakt ten nadele van het leefmilieu om zo de belachelijke confrontatie met hun onvermogen te handhaven.
De functie van tapijt onder een klimrek heeft niets te maken met andere mogelijkheden voor de jeugd, het is alleen een veiligheidsmaatregel".
Desondanks gaat de heer Koppenberg serieus op de ideeën van Thoomes in, omdat hij er toch wel elementen in ziet die 'ergens' juist zijn.

KOEKEBAKKER
"Ik heb begrip voor de wens om creatief speelmateriaal aan te schaffen maar het moet nu ook weer niet zo zijn dal de overheid een leverancier van gratis speelgoed wordt, net zo min als zij koekebakker of textielhandelaar is. De ouders zullen zelf moeten zorgen voor creatief speelgoed en dan pas kan de overheid ruimte en of mogelijkheden beschikbaar stellen.
Inderdaad zijn de nieuwe woonwijken wat eentonig en gelijkvormig. Dat is veroorzaakt door de dringende behoefte om zoveel mogelijk woningen in zo kort mogelijke tijd te bouwen (woningnood), waarbij bovendien de "grote" overheid (Den Haag) maar een bepaald bedrag per woning accepteert voor grondkosten. Daardoor heeft de plaatselijke overheid beperkte middelen en zullen woningen zo efficiënt en voordelig mogelijk moeten worden gebouwd. Een uniforme constructie is dan mogelijk."

TE DUUR
"Het onderbrengen van speelruimte in flats zou misschien in de toekomst mogelijk zijn als de bewoners bereid zijn een hogere huur te gaan betalen. Steeds weer klaagt men er echter over, dat de nieuwe woningen te duur zijn.
Ik zou graag een duidelijk alternatief willen hebben van Mik Thoomes, om daarvoor een oplossing te vinden. Volgens de beer Thoomes hebben alle gemeentebestuurders een calvinistische blik in hun ogen en een vette Jaguar voor de deur, maar als hij eerst eens rustig met beide benen op de grond gaat staan en precies aangeeft waarin de plaatselijke overheid zo hopeloos faalt en ook zegt welke verordeningen zijn gemaakt ten nadele van het leefmilieu, dan valt er mogelijk met hem ook nog wel eens zinnig te praten.
Schrijverspark 1968
Hij mag best eens bij me op 't gemeentehuis komen, dan kan ik hem óók als wethouder met de problemen confronteren. Wellicht kan hij helpen om iets beters te vinden, vooropgesteld dat hij zich van dezelfde middelen moet bedienen".
(R. Koppenberg)

Wonen in "die rothokken" valt over het algemeen mee

Vrijdag jI. werd mijn aandacht getroffen door een fors artikel in de Vallei, waarin aan ene Mik Thoomes ruimschoots gelegenheid gegeven werd om zijn kunstzinnig gevormde inzichten te spuien over de leefbaarheid en de eindeloze verveling, die er naar zijn mening heerst in de nieuwe woonwijken. Hoewel de heer Thoomes zich mateloos ergert aan de "passieve houding" van de bewoners in de verveeld uitziende flatgebouwen, zij alles maar slikken en kennelijk niet denken dat zij in een "rothok" zitten, heb ik mij uit de door hem toebedachte passiviteit losgewurmd en met aandacht zijn verhaal zitten lezen.
Ik hoop dat de redactie van De Vallei, die bewondering verdient voor de manier waarop zij aan het begrip vrijheid van meningsuiting inhoud geeft, en daarvoor haar kolommen openstelt, mij dezelfde vrijheid wil bieden om hier en daar wat kanttekeningen te maken bij de door Thoomes gemaakte opmerkingen.
De inhoud en de strekking ervan slaan kennelijk op de Veenendaalse leefbaarheid, althans die conclusie heb ik uit mezelf proberen te trekken.
Laat ik voorop stellen, dat ik de heer Thoomes persoonlijk niet ken en hem nimmer heb ontmoet: ik weet ook niet of hij zelf in Veenendaal nog woonachtig is. Wel weet ik, dat de naam Thoomes in Veenendaal een bepaald begrip is om welke reden dat ook.
De heer Thoomes heeft in zijn verhaal te kennen gegeven graag reacties te ontvangen op hetgeen hij heeft gezegd.
Van die gelegenheid wil ik gebruik maken.
Ik heb gelezen, dat hij onlangs een studie heeft afgerond aan de Academie voor Beeldende Kunst en dat hij een grote betrokkenheid voelt bij het ontwerpen van een leefklimaat voor "het verschijnsel mens". Omdat hij een "wel gevormd persoon" is - hetgeen men mag afleiden op grond van de door hem voltooide studie - doet het wat vreemd aan, dat hij zijn hele visie bouwt op"het verschijnsel mens".
Er zitten interessante opmerkingen in zijn betoog voor wat de speelmogelijkheden betreft wan het kind. Zijn kunstzinnige benadering hierover roept niettemin toch wel wat vraagtekens op.
Ik vraag me in alle ernst af, hoe betrokkene tot een in algemene zin vrij verwrongen en zeer eenzijdig beeld komt, niet alleen in de benadering van het kind, maar bovendien in de hele benadering van het door hem behandelde onderwerp.
Aannemend dat de heer Thoomes de Veenendaalse situatie goed kent gezien de door hem gedane uitlatingen betwijfel ik het sterk - mag toch van een dergelijk geschoold persoon verwacht worden, dat hij de feitelijke gegevens juist weergeeft.
Ik proef uit zijn hele verhaal een brede onvrede met de bestaande maatschappijverhoudingen - hetgeen op zich niet onjuist behoeft te zijn - en transponeert dan het één en ander met de toestanden hier ter plaatse.
Zijn hele betoogtrant is voor wat de zakelijke kant betreft niet alleen onjuist, maar zijn schenen-schopperij raakt naar mijn mening kant noch wal.
Waar de heer Thoomes in de nieuwbouwwijken en bij wie hij regelmatig zegt te komen om poolshoogte te nemen, is mij een raadsel. Ik heb in de afgelopen jaren nogal wat contacten gehad met vele flatbewoners, maar ik heb hierbij nimmer zijn naam horen noemen; ik heb hem nimmer op bijeenkomsten van flatbewoners gezien en ik heb ook nog nimmer iets gehoord, dat hij plannen had om tot een betere leefbaarheid van de nieuwbouwwijken te komen.
Weet de heer Thoomes eigenlijk wel dat het in algemene zin best meevalt met die "passiviteit" van de flatbewoners; is hij er wel zo vast van overtuigd, dat de mensen er onder gebukt gaan "dat ze in die rothokken moeten wonen?"
Heeft de heer Thoomes wel eens iets gehoord van het bestaan van de diverse wijkgemeenschappen in Veenendaal?
Duidelijk geeft hij blijk op meer gebieden zijn zaken niet te kennen! Wat te denken van de uitlatingen, die hij richt aan het adres van de gemeentebestuurders? Het zijn een stelletje koekebakkers en textielmannen. "De overheid meent elke dag maar weer haar goedkeuring te moeten geven aan de zoveelste verordening om het leefgenot maar zoveel mogelijk te beperken. En verder denken ze maar aan het glas sherry en de vette Jaguar voor de deur".
Wel, wel: daar kunnen ze het mee doer nietwaar? Weet u, heer Thoomes, ook ik ben hiervoor medeverantwoordelijk in mijn functie van gemeenteraadslid. maar de manier waarop u dergelijke onzin uitkraamt, laat ik graag voor uw rekening. Eén ding is zeker: u geeft heel duidelijk inhoud aan uw eigen stelling, dat de functie uit de vorm moet komen. Ook al schuift u ons allen een groot onvermogen in de schoenen, ik ben blij dat u zo eerlijk voor uw mening durft uit te komen.
Immers, u en ik, wij hebben allen de taak om van deze wereld een bewoonbare wereld te maken: we behoeven hierbij niet op dezelfde golflengte te opereren, maar in de gezamenlijke plicht om er iets van te maken moet toch wel een beetje lijn zitten, vindt U ook niet.
Ik heb gelezen, dat U het gesprek heeft gevoerd onder het genot van een flinke slok whisky; misschien verduidelijkt dit veel van uw gegeven visie.
M.G.H. Hendriks

Ontmoeting tussen idealisme en realisme

Reacties waren op zichzelf nuttig

Tussen wethouder R. Koppenberg, M. Thoomes en M. Hendriks heeft er dezer dagen een gesprek plaats gehad over de opmerkingen, die de heer Thoomes in De Vallei heeft gemaakt inzake de leefbaarheid van Veenendaal en de daarop verschenen reactie van de andere heren.
Tijdens dit gesprek is gebleken, dat de heer Thoomes in algemene zin zijn kritische opmerkingen heeft gemaakt om het door hem behandelde onderwerp wat uit de apathische sfeer los te halen.
De heer Thoomes blijkt een idealistische persoon te zijn, die graag op een meer doeltreffende manier dan nu het geval is, concrete inhoud wil geven aan het begrip leefbaarheid, zo zegt het perscommuniqué dat na afloop van het gesprek werd verstrekt.
Hierover is uitvoerig van gedachten gewisseld. Verdere bezinning hierop werd wenselijk geacht teneinde de mogelijkheden te onderzoeken in welke vorm en in de mate van het mogelijke een en ander gerealiseerd zou kunnen worden.
De heer Thoomes betreurde het dat zijn eigenlijke bedoelingen niet al te best zijn overgekomen en dat hij in dit verband opmerkingen heeft gemaakt, die wellicht, door anderen in negatieve zin zijn opgevat.
Dat er allerlei reacties zijn losgekomen stelde hij wel op prijs, maar hij voelde zich persoonlijk gekrenkt door de manier waarop: o.a. was dit het geval met de door de heer Hendriks gedane uitlatingen, waarbij de indruk gevestigd werd alsof hij zijn interview onder invloed van sterke drank had afgegeven.
De heer Hendriks heeft verklaard in geen enkel opzicht de bedoeling te hebben gehad om de heer Thoomes in zijn persoon te krenken. Hij verklaarde wel wat scherp te hebben gereageerd op de naar zijn mening onjuiste en hier en daar wat overtrokken aandoende uitlatingen van de heer Thoomes.
(De Vallei, 6 augustus 1970)

donderdag 13 maart 2014

ESTABLISHMENT IN POGING TOT BEGRIP VOOR JEUGD

Jeugd liet verstek gaan op discussie-avond van NPB

Dat juist de jeugd ontbrak op de discussie-avond die de Veenendaalse afdeling van de Nederlandse Protestanten Bond gisteren organiseerde in gebouw Het Trefpunt was een tegenvaller, die tot resultaat had dat alleen het establishment zich trachtte te verdiepen in de problematiek die hedendaagse stromingen onder de jeugd opwerpt.
Het establishment betreurde dat, getuige de  uitlatingen van onder anderen de forumleden ds. H. Nijeboer, ds. H. Verstraaten en drs. L.L. Coïni. Desondanks bleek er voldoende bereidheid zich open te stellen voor de - deels - nieuwe ideeën, en begrip te tonen, waaraan toch voor iedereen weer andere grenzen gesteld blijven.

Onder de aanwezigen op de discussie-avond o.a. de twee adjudanten
van gemeentepolitie (in burger), de heren W. van Bruggen en C.A. Visser.
die wellicht wel iets meer aan de weet had willen komen hoe de drugs leven
onder jong-Veenendaal. Helaas, de jeugd liet op deze avond verstek gaan.
Visiteachtige avond
Rond vijftig personen woonden de discussieavond bij, met een forum waarin kapelaan T. Escher. ds. Th. Ferwerda en Kees Croes (van Aksiegroep X) zitting hadden.
De gespreksstof werd geleverd door mevrouw A. Lap uit Heusden, docente aan de sociale academie in Amsterdam, die een inleiding hield over de vraag:
Schopt de jeugd tegen onze maatschappij, en waarom?
Zij kwam tot de conclusie dat inderdaad groepen onder de jeugd tegen de muren van de maatschappij schoppen, of het in ieder geval proberen, en zij deed een beroep op de oudere generaties om de deur niet alleen op een kier te zetten, maar wijd open, zodat een dialoog met de jeugd op gang kan komen. Ze liet uitkomen dat de jeugd dat begrip waard is en meer positieve bijdragen aan de rnaatschappij ontwikkeling - veelal op grond van vooroordelen - wordt geloofd.

Consumptief
Mevr. Lap legde onder meer uit dat er diverse categorieën onder de jeugd te onderscheiden zijn, die elk op eigen wijze het hunne trachten te verwezenlijken.
Een elite-groepje is politiek geïnteresseerd.  Men wil af van het competitie-element in de huidige maatschappij, waarin iedereen "hard mee holt", waarin iedereen zo nodig een autootje moet hebben en waarin de mens zich bepaalt tot consumptieve functies. De jongeren staan er huiverig tegenover en willen er de creatieve maatschappij voor in de plaats stellen.
Het is buiten kijf dat daartoe een mentaliteitsverandering noodzakelijk is.

Het forum in gebouw 't Trefpunt.
v.l.n.r. ds. Nijeboer, ds. Verstraaten. mevr. Lap, drs. Coïni,
Kees Croes en kapelaan Escher.
De groep van de werkende jongeren - met het recht op hooguit één dag vorming in de week - is een andere, die zich in protest uit.
Dat gaat tegen hun eigen positie. Ook op middelbare scholen is beweging ontstaan, die recentelijk nog een nieuwe impuls kreeg door het op ruime schaal verspreide "Rode boekje voor scholieren", waarin methoden tot democratisering uit de doeken worden gedaan.
Deze democratisering houdt in, dat ouderen en jongeren naast elkaar gaan staan in plaats van boven of onder elkaar. Er moet een gelijkwaardig tweerichtingsverkeer mogelijk zijn.
Het geweld dat sommige jeugdgroepen gebruiken om hun protest kracht bij te zetten spruit voort uit stierlijke verveling, voornamelijk onder die jongeren die direct na de lagere school in het produktie-proces worden ingeschakeld. Agressie ligt dan voor de hand zodra er een aanleiding is.
Bovendien wordt dan een kans geboden aan bepaalde jongeren die protesteren omwille van het protest zelf.

Zwijgend
De discussie over deze problematiek verzandde bij  herhaling in spraakverwarring, maar gaandeweg kreeg iedereen door waar het over ging: begrip en tolerantie.
Ds. Nijboer vroeg zich in eerste instantie al af of de "zwijgende meerderheid" onder de jeugd nu een verontrustend verschijnsel is of niet, of dat zij juist meebouwt aan de maatschappij van morgen.
Kapelaan Escher vond dat men er zeker ongerust over moet zijn want wie meehelpt aan het uitbouwen van de bestaande maatschappij, verandert niets aan de rotte plekken.

drs. L.L.. Coïni
Iemand uit het publiek gooide een steen in de nog vrij rimpelloze vijver van het gezelschap met de vraag of de opstandigheid van de jeugd eigenlijk niet voortspruit uit "verwenning" onder invloed van de welvaart.
Hij zag zijn vraag bevestigend beantwoord, zij het dat zowel mevrouw Lap als de heer Coïni meedeelde dat die welvaart als verstikkend door de jeugd wordt ervaren en dat zij het welzijn willen laten prevaleren.
Daarvoor zijn offers nodig aan onze economie, en juist dat offerblok is voor velen een hindernis die nauwelijks te nemen is.
Het bleef hij ja's en nee's, en meer mocht ook niet van de discussie worden verwacht.

Voorzitter ds. Ferwerda concludeerde dat het een "visite-achtige" avond was geworden.
Enerzijds omdat het publiek zeer dicht hij de forumtafel zat, en anderzijds omdat er zo nu en dan echte gesprekken werden gevoerd, waarin meningsverschillen die tot dusver bij de formulering al moeilijkheden ontmoetten, in elk geval duidelijk aan het licht kwamen. "Zoiets kan niet van elke visite worden gezegd", zei ds. Ferwerda. die daarmee de derde discussieavond van de NPR in Veenendaal besloot.
(De Vallei, 28 oktober 1970)

woensdag 12 maart 2014

STUDIO TUSSEN DE WEILANDEN

Cor Lagerweij uit Ederveen:
Je doet iets graag en dan is 't vanzelf goed

Men rijdt in Ederveen de Hootsenstraat uit tot deze overgaat in een zandweggetje.
In deze tijd van het jaar kan men beter spreken van een modderpad. Aan dit modderpad liggen alleen maar boerderijen en de eerste die men tegenkomt is die van de familie Lagerweij.
Als men daar aanklopt en vraagt naar Cor, verwijzen de bewoners naar een klein, oud huis even verder.
Cor Lagerweij achter zijn zelfgebouwde opname- en weergave-apparatuur.
Met zijn vingers voortdurend aan de knoppen zoekt hij naar
een zo zuiver mogelijke weergave van de muziek
De plassen vermijdend begeeft men zich naar het huisje, dat zich door zijn bouwvalligheid met het troosteloze herfstlandschap verenigt.
In het huisje wordt de bezoeker echter verrast door een golf van fijne en perfect weergegeven muziek.
Midden in het boerenlandschap bevindt zich namelijk een opname-studio, annex versterker- en luidspreker-fabriek. Achter enkele ingewikkelde toestellen met knoppen en schakelaars zit de eigenaar,  Cor Lagerweij (21), die alles zelf heeft gebouwd en alles zelf leidt, enkel en alleen omdat het zijn hobby is.

Cor vindt zelf allemaal niet zo bijzonder. Je doet iets graag, je gaat er helemaal in op en dan is het vanzelf goed. Toen hij dertien was prutste hij al aan versterkers.
Vier jaar later begon hij met het verzamelen van de opname- en weergave-apparatuur die nu een waarde heeft van ongeveer twintig mille.
"Ik speelde toen in een band", zegt Cor en hij spreekt over vier jaar geleden, toen hij basgitarist van The Blue Sharks was. "Het meeste geld dat ik verdiende besteedde ik toen aan koopjes voor mijn apparatuur. Zo kreeg ik langzaam de boel bij elkaar".

Later kon Cor zijn installatie gaan verbeteren en uitbreiden, omdat hij met het zaakje dat hij bij elkaar had gespaard geld ging verdienen. Hij verhuurde geluidsinstallaties voor feestjes.
Toen zijn installatie beter werd ging hij er ook mee naar winkelbeurzen en openlucht-festijnen.
Hij huurde dan een bestelwagen en zette daarin zijn hele installatie.
Zo reed hij ongeveer heel Midden-Nederland af.

Zijn klanten waren meer dan tevreden over zijn werk en hij kwam in contact met de radio.
Cor ging opnamen maken voor Radio Veronica.
Wekelijks kwam de bekende disc-jockey Cowboy Gerard, (zijn echte naam is Gerard de Vries) naar Ederveen.
Daar draaide en praatte deze piratendisc-jockey de banden vol, terwijl Cor de geluidstechniek verzorgde.
Uren muziek en uren tekst en Cor was in de zevende hemel omdat hij zijn hobby op zo'n succesvolle manier kon beoefenen.
Er kwam zelfs nog meer. Een platenmaatschappij hoorde van de akoestise talenten van de jonge Edervener.
Harry Muskee
Ook zij bezochten het tochtige huisje, omringd door wilgen en weiland.
Zij vonden Cor bereid de opnamen te verzorgen voor grammofoonplaten met geestelijke muziek, o.a. uit de Eusebiuskerk uit Arnhem.
Later maakte hij een opname voor Cuby and the Blizzards  en hij was de geluidstechnicus van de langspeelplaat I'll be Free van de bekende beatgroep The Incrowd.

The Blue Sharks, destijds de bekendste band uit de wijde omgeving van Veenendaal speelden intussen al lang zonder hun basgitarist Cor. De band bestond zelfs niet meer. De gitaren en de apparatuur, grotendeels door Cor gebouwd, werden al spoedig na zijn uittreden uit de band aan de kant gezet. Cor was inmiddels met een andere band bezig, The Clungels, die in Rhenen een grote bekendheid genoot. Hij speelde niet met hen mee, maar maakte perfecte bandopnamen van ze.
Daar heeft de band z'n radio- en televisie-optredens aan te danken.

Plotseling kwam er echter een eind aan alle succes: Cor moest in militaire dienst.
Alle contacten werden verbroken en hij trok het groene pakje aan. Maar toen hij afzwaaide, wat vroeger dan normaal, begon hij onmiddellijk weer te "prutsen".
Hij bouwde een versterker voor een vriend naar een geheel eigen ontwerp.
En het ding was zo goed dat Cor dacht: "waarom zou ik er niet meer bouwen".
Daaruit groeide zijn"Larco", een geheel eigen versterker: zowel qua uitvoering, ontwerp als bouw. Ook de bijbehorende luidsprekerboxen maakte Cor zelf en zo is er nu eigenlijk een fabriekje in Ederveen waar luidsprekers en versterkers worden gemaakt.
Maar dan echt handwerk. Cor heeft zelfs twee, soms drie, thuiswerkers in dienst.

Puzzels
De opleiding van Cor is het VMTO (Voortgezet Middelbaar Technisch Onderwijs). Dat vindt hij echter niet zo belangrijk: "Je moet er gevoel voor hebben en geduld. Je moet echt bereid zijn akoestische puzzels op te lossen. Dat moet je in je vingers hebben, het moet je hobby zijn". En wat Cor er niet bij vermeldt maar wat wel degelijk een belangrijke rol speelt: je moet er ook muzikaal voor zijn.

Wat is zijn grootste wens? "Later een volledig geoutilleerde opnamestudio te hebben" is zijn antwoord. Dat vindt hij het mooiste: de akoestiek voor een opname te maken.
Daarvoor gooit hij alle zelf ontworpen versterkers in een hoek.

Cor zet een plaat op: Bach. "Bach, daar ben ik dol op. En op Country and Western en blues. Ach, ik heb eigenlijk van alles zo'n beetje. Als het maar echt goede muziek is". Terwijl de plaat draait stelt Cor "Op het ogenblik hen ik weer bezig iemand te "maken". Theo Snijders! Die jongen schrijft teksten en muziek en brengt het ook allemaal zelf. Geweldig! Daar maak ik iets bijzonders van. Iets wat de mensen nog nooit gehoord hebben. En reken maar dat er platen van geperst worden".
INCROWD
het geluid zo zuiver mogelijk af. Dit knopje een beetje naar links, dat een tikkeltje naar rechts en tenslotte is het net of het hele orkest in het huisje zit te spelen. Maar naar het geluid te oordelen moet het huisje wel uitgegroeid zijn tot een concertzaal. Dan zet hij plotseling de grammofoonplaat af en zegt:

Rare snuiter
Intussen heeft Cor Lagerweij een nieuwe plaat opgezet. Een hevig swingend Oscar Peterson Trio vult de ruimte. En bij het vertrek waaien vlagen van de muziek met de sterke herfstwind mee naar buiten, de sombere avondlucht in.
"Gelukkig zit ik nogal achteraf hier", zegt Cor, "want anders zouden de buren wel eens last van de muziek kunnen hebben. Ik gooi er soms tweemaal vijftig Watt tegen aan. En ze vinden me hier toch al zo'n rare snuiter. Ze zijn het niet gewend, hé. Ik had boer moeten worden. Maar m'n vader denkt er gelukkig anders over". 
Cor sluit lachend de deur en via het modderpad komt men weer in de bewoonde wereld van de Hootsenstraat: met als enig stereo-geluid dat van de wind en de regen.
(De Vallei, 11 november 1967)

dinsdag 11 maart 2014

BEAT-MUZIEK, EEN TIJDSVERSCHIJNSEL ZONDER WEERGA

MENINGEN IN DE OMGEVING LOPEN VER UITEEN

The Beatles, The Rolling Stones, The Motions en vele anderen, allemaal namen die doen denken aan bandjes met lawaaierige- of misschien zelfs wel met zalige muziek.
Zoals het al vele muziekfenomenen is gegaan, zo is het dit keer ook de schepper van de Beat-muziek weer gelukt, om binnen de kortst mogelijke tijd deze muziek tot een complete rage te maken.
Jongens en zelfs ook meisjes die muzikaal totaal geen capaciteiten blijken te bezitten, verdienen miljoenen door deze muziek op een bepaalde geraffineerde wijze te brengen.
Het aantal aanhangers, dat deze muziek over de hele wereld heeft is schrikbarend groot en kan zelfs wel enkele miljoenen bedragen. Om nu een kleine indruk te krijgen hoe de jeugd in onze omgeving over genoemde muziek denkt en wat haar oordeel hierover is hebben enkele jongelui ons hierover bun visie gegeven.

VOLLEDIGE MEDEWERKING
Het hoofd van de openbare ulo-school te Rhenen, de heer Altena, verleende volledige medewerking om enkele vraaggesprekjes tot stand te kunnen brengen.
Om tot de openhartigste uitspraken te komen werd een soort gepreksgroepje gevormd, waarin enkele voorstanders en tegenstanders waren vertegenwoordigd.

Een werkelijk persoonlijke uitspraak werd gegeven door Piet de Vries uit Rhenen, die zei:
 "Het geluid dat wordt geproduceerd lijkt mij meer op de muziek uit Donker-Afrika en dan ben ik nog van mening dat ze het daar beter kunnen. Ook vind ik dat de Beat met muziek niets te maken heeft en dat dit te danken is aan het eentonige ritme, dat deze muziek kenmerkt. De reden dat ik de Beat niet mooi vind is, geloof ik, omdat ik me er te nuchter voor voel".

FIJN DANSEN
De mening van deze tegenstander verwekte nogal enige opschudding onder de voorstanders.
Roel Rosbag zag een goede toekomst voor de Beat tegemoet.
Hij vond het vooral zulke fijne muziek omdat je er zo heerlijk op kon dansen.
Op feestjes word je gewoon door deze muziek in de stemming gebracht.
Karel Schee daarentegen veronderstelde dat genoemde muziek het niet lang meer zal maken.
De jeugd wil immers steeds iets anders, zei hij.
Op de vraag of de Nederlandse bandjes evengoede resultaten kunnen behalen als de diverse buitenlandse werd door de voorstanders positief geantwoord.
Men wil het alleen maar niet zien omdat de buitenlanders altijd schijnbaar zoveel interessanter lijken, aldus hun mening.

HUISWERKMUZIEK
Joke van Olderen vond het steengoede muziek en bijzonder geschikt om er je huiswerk bij te maken. De direkteur bleek dit nogal sportief op te vatten en begon zich, ook in dit voor de jongelui hoogst interessante gesprek, te mengen.
Hij meende dat de beat-rage een oorzaak is van de massa-psychose en dat het daarom ook mogelijk is dat zich iedere dag een verandering in deze wereld kan laten gelden.
Ook vond hij het moeilijk om in deze tijd een exclusieve mening te krijgen van de jeugd.
Gelukkig dat enkele leerlingen van zijn school een dergelijke mening nog wel konden geven, iets waar de heer Altena trots op kan zijn.

NIET OM PERSONEN
Alet Pilon
Heel andere meningen waren de meisjes van de Chr. Huishoudschool te Veenendaal toegedaan.
Alet Pilon, 16 jaar, bracht haar mening als volgt onder woorden:
 "ik vind het gezellige muziek om naar te luisteren en hier komt nog bij dat het ritme zich heel erg goed aanpast bij de zang. Bij de beat-muziek gaat het mij niet om de personen, die deze muziek ten gehore brengen, maar om de manier waarop dit gebeurt. De personen zijn soms zelfs lelijk en te vies om aan te pakken. Enkele favorieten van mij zijn, The Kinks en The Dave Clark Five".
Mieke Jansen, 16 jaar, daarentegen kon deze mening niet respecteren en verzette zich dan ook uitdrukkelijk tegen deze beweringen.
Zij gaf te kennen dat zij de muziek veel te rumoerig vindt en de manier waarop erbij gedanst wordt is mee dan erg en zo nu en dan gewoon aanstootgevend.
"Er zit trouwens geen enkele melodie in en daarom prefereer ik het Franse chanson en niet te vergeten de klassieke muziek", aldus Mieke Jansen.

UITING VAN VROLIJKHEID
Op de muziek van de verschillend beatgroepen kun je je heerlijk uitleven en daarvoor zou ik deze
Nelly Hootsen
muziek ook willen gebruiken, temeer omdat muziek toch in feite een uiting van vroljkheid is.
Dit zei Nelly Hootsen, 17 jaar en afkomstig uit Veenendaal.
Verder hoorden we nog van haar:
"De lange haren van die kerels vind ik verschrikkelijk". 
Ook dit meisje vind slechts alleen de muziek goed en kan niet begrijpen hoe iemand hysterisch kan worden van een paar van die lange haren en dat gekke gedoe". 
Nelly Hootsen opperde de suggestie, dat door meermalen op te treden voor de TV, de Nederlandse bandjes, die net zoveel capaciteiten bezitten als hun buitenlandse collega's, meer in de belangstelling zouden komen.
Als laatste werd ons een mening gegeven door Frieda Kooy, 17 jaar en wonende te Leersum.

TERUGVALLEN OP KLASSIEKE MUZIEK
Zij zei: "Het ergste vind ik, dat als men uitgeput is met het vinden van variaties dan terugvalt op de thema's van de klassieke muziek. Bij dit woord muziek denk je aan "muze" en dit vind ik een lieflijk woordje, maar als je dan per ongeluk eens zo'n plaat opzet, dan schrik je erg. 
Ook houd ik niet van deze muziek omdat het onmogelijk is hier behoorlijk op te dansen en de manier die gebruikt wordt om op deze muziek te dansen gaat je zo gauw tegenstaan."

Dit waren enkele meningen van de jongeren uit onze omgeving.
Het enthousiasme voor deze muziek ligt aanmerkelijk lager dan werd verwacht.

Men hoeft er dan ook niet van op te kijken als binnen niet al te lange tijd voor de zoveelste maal in de geschiedenis door de Beat plaatsgemaakt moet worden voor een ander soort muziek.
Wat deze muziek dan weer zal brengen weet nog niemand.
(De Vallei, 14 december 1965)

maandag 10 maart 2014

TREKKERSRONDE 1967

WEER EEN GROOTS FESTIJN

Van vrijdag 11 tot en met zondag 13 augustus (1967) wordt in de jeugdherberg De Eikelkamp  te Eist voor de zeventiende achtereenvolgende maal de Nationale Trekkers Ronde gehouden.
Naar schatting zullen vrijdag ongeveer 400 trekkers uit alle delen van Nederland naar de jeugdherberg komen om daar het komende weekend in feeststemming door te brengen.
Naast de gebruikelijke evenementen zat het feest zaterdagavond een hoogtepunt bereiken als de K.R.O.-radio een bezoek aan de jeugdherberg brengt om opnamen te maken voor het programma Everybody happy?
De K.R.O. zal een eigen artiest meebrengen.

Een groep jongens en meisjes is al druk bezig
met de voorbereidingen voor het trekkers festijn
Naast het luisteren naar en het dansen op de muziek van de verschillende bands vinden nog vele interessante gebeurtenissen plaats.
Zo zal 'n soort "love-in" worden gehouden, zij het op een wat gekuiste manier.
"We moeten rekening houden met de gemiddelde leeftijd van de deelnemers", vindt Martin van Wissen: "De meesten zijn zeventien of achttien jaar. Er komt natuurlijk geen sterke drank of zo bij te pas." Grote borden op de marktplaats kondigen de love-in al aan:
"Wees lief voor iedereen" en "Love is in here" zijn enkele leuzen. De markt bestaat echter niet alleen uit borden met leuzen. Zo'n twintig meisjes en jongens zijn hard aan het werk met het bouwen van stands. Op de markt zal men fruit kunnen kopen, hot-dogs, worst, pannekoeken en nog vele soorten versnaperingen.
Ook zullen andere werkgroepen aanwezig zijn die bij het publiek interesse willen wekken voor hun activiteiten. Midden op het marktterrein staat een vreemde, grote zuil waaraan netten zullen worden bevestigd, die het marktterrein zuilen overspannen.

Op een wat meer cultureel niveau ligt een experimenteel toneelstuk dat door een van de trekkers is geschreven en zondagmiddag door een groep trekkers zal worden opgevoerd.
Bij dit stuk ligt het accent, evenals bij de gehele organisatie van de Trekkers Ronde '67 op de improvisatie. Een titel is er niet en van de inhoud weten de jongens alleen te vertellen dat het met vrijetijdsbesteding te maken heeft en dat hier en daar ooit 't anarchisme aan de orde komt.

De afdeling"Kleinkunst" komt van de hand van de dochter van de heer Holierook.
Verleden jaar schreef zij een complete musical, die veel succes oogstte.
Dit jaar komt ze met een cabaret, dat echter voor het grootste deel door ingewijden in de trekkerswereld begrepen zal kunnen worden.

Tijdens het weekeind beschikt de jeugdherberg over een eigen radio omroep, inclusief discotheek en discjockey. Deze omroep zal doorlopend in de ether zijn. Verder verschijnt er driemaal daags een krant met het laatste nieuws. Een aantal jongelui kwam op het idee om ook nog een oppositie-krant uit te gaan geven zodat men ook op het gebied van de journalistiek de nodige activiteiten kan verwachten.

Deze zeventiende Trekkersronde heeft veel te bieden: happening - love-in - beatbands - beatgirls - cabaret enz.- De jeugd uit de omgeving van Elst zal watertandend uitkijken naar de festiviteiten!
Martin van Wissen zegt hierover, "De beatjeugd is van harte welkom. Als er maar geen verkeerde elementen tussen zitten. De boel mag niet uit de hand lopen."
Zonder twijfel zal daar wel voor gezorgd worden.

Veel beat weinig baat in Trekkersronde 1967
KRO nam veel te ruim de tijd

Na een twee uur durend optreden van zanger-gitarist Leo Nelissen eindigde gistermiddag om drie uur de Nationale Trekkers Ronde '67. Het optreden van deze zeer begaafde volksliedjeszanger was het hoogtepunt van het jaarlijks terugkerend trekkersfestijn.
Het was een verademing na de vele beat, die jeugdherberg De Eikelkamp te Eist dit weekeinde op z'n grondvesten deed trillen.
Misschien is de Trekkers Ronde '67 het best te typeren met de woorden: Veel beat, weinig baat.
Het liep soms ook wel een beetje tegen.
Zaterdag j.l. bracht de KRO-radio een bezoek aan de jeugdherberg om opnamen te maken voor het tienerprogramma "Everybody happy" van Theo Stokkink.
De KRO was hiervoor een uur van het totale programma toegezegd.
Om één uur 's middags arriveerde echter al de radiowagen van de NRU, met de artiesten die de KRO beloofd had mee te brengen en met Theo Stokkink.
Alles was nog maar net geïnstalleerd of men begon met de eindeloze repetities.
Tot vijf uur was men gedwongen te luisteren naar keiharde beat en dan niet in een vlotte show, maar steeds weer nummers halverwege stoppen en opnieuw beginnen om de een of andere radio-technische reden. Soms hoorde men driemaal achtereen hetzelfde nummer.

Met & Zonder
Om zeven uur 's avonds ging men met dit spelletje verder, dat duurde tot ongeveer half tien.
De uren duren bij de KRO wel wat lang. Waarschijnlijk kwam het originele cabaret, dat het volgende programma-onderdeel vormde hierdoor niet zo goed uit de verf.
Mevrouw Holierook, echtgenote van de jeugdherbergvader, zei: "We wisten niet dat de KRO zoveel tijd nodig zou hebben. We waren op het laatst gaar van al dat beatlawaai. De jongens en meisjes konden ook niets meer in zich opnemen tijdens het cabaret". Het publiek was wat onrustig geworden, hetgeen de prestaties van de cabaretgroep, bestaande uit een aantal trekkers, niet ten goede kwam.

Een tweede tegenvaller was het kampvuur. Niet dat het aan goede organisatie ontbrak, maar het kampvuur viel in het water door de regen, die plotseling overvloedig neerdaalde, wat de meeste feestgangers de gebouwen in deed vluchten.

Zondagmiddag bracht Leo Nelissen een heerlijk programma met pittige volksliedjes. Hij bracht de blues en het Franse chanson, Duitse en Engelse liedjes op een bijzonder beschaafde manier, terwijl hij zichzelf op de gitaar begeleidde. Wat de jonge zanger presteerde stak ver uit boven het werk van de, toch vrij gerenommeerde beatbands, die de KRO had meegebracht.

Blueszanger Lee Reed, de beatbands Met en zonder, Names & faces en Zen en cabaretier Martin Brozius passeerden zaterdagavond de revue, maar niet een van deze artiesten wist het publiek echt te boeien. Zelfs de Amerikaanse blueszanger Lee Reed, van wie men veel had verwacht, viel tegen.
Noch in z'n stem, noch in z'n manier van optreden zat"dat Amerikaanse", waar men op had gehoopt.

Jammer
Theo Stokkink, de presentator van Everybody Happy gaf als reden van de langdurige repetities: "Normaal wordt dit programma rechtstreeks uitgezonden. Maar nu moesten we het op de band opnemen, het wordt morgenmiddag pas uitgezonden. Daarom moesten we wat meer repeteren".
Names & Faces
Theo Stokkink is een vlotte jongeman, die er op een wonderbaarlijke manier bij het publiek nog wat van weet te maken. Dank zij zijn presentatie slikte 't publiek het vele herhalen en half uitspelen van de nummers. Hij werd zaterdagavond geassisteerd door Lieke van Bommel. Zij werd gesignaleerd in gesprek met de Rhenense wethouder Mr. J. Deen, die al eerder op de dag van zijn interesse voor de Trekkers Ronde had blijk gegeven.
"Het is een ontzettend lawaai", merkte de heer Deen op. "Maar de jongelui doen het wel leuk. Er zijn er trouwens minder dan ik dacht".

Over de Trekkers Ronde van volgend jaar is nog niet gesproken.
Wèl is het de vraag of er dan mensen zijn, die het festijn willen organiseren.
Mevrouw Holierook: "Het zijn altijd dezelfden, die het doen. Het publiek is passief. Ze komen binnen, gaan zitten, en ondergaan hetgeen er gebeurt. Er gaat niets van henzelf uit. Jammer."
Verder merkte zij op, dat het een moeilijke opgave is om in augustus, de maand van de Trekkers Ronde, aan artiesten te komen.
"Beatbands kun je genoeg krijgen, maar de meeste artiesten van een wat beter genre zijn dan met vakantie".

De Trekkers Ronde van dit jaar werd voor het grootste deel geïmproviseerd.
Voorheen moest men zich altijd aan een bepaald thema houden zoals bijvoorbeeld: "Cowboys".

Misschien is het raadzaam hier volgend jaar weer eens aan te denken. Improviseren is best mogelijk, als men alleen maar met een feest te maken heeft. Aan het feestelijke gedeelte van het afgelopen trekkersweekend hebben de jongelui dan ook veel plezier beleefd. Gaat men echter ook nog een programma samenstellen, dan wil improviseren nog niet zeggen dat men buiten organiseren kan.
Een sterke leiding is bij een dergelijk evenement beslist noodzakelijk. De ruim vierhonderd deelnemers aan de Trekkers Ronde hebben ongetwijfeld een leuk weekend gehad, maar de sfeer van vorige Trekkersrondes ontbrak jammer genoeg.
(De Vallei, 14 augustus 1967)

vrijdag 7 maart 2014

NEDERLANDS EERSTE BEATFAN BEKEERDER

Wie van zijn beatmanie af wil kan straks in Arnhem terecht

OMSCHOLING VAN BEATFAN TOT GEWOON BURGER

Wie behept is met beat, en er vanaf wil, kan -over een maand- genezing vinden  in Arnhem.
's Lands eerste beatfanbekeerder doktert er aan de laatste voorbereidselen tot een cursus 'Van Beatle tot Burger'. Plaats van handeling: de voormalige beattent Tivoli, aan de Velperweg.
Enige voorwaarde tot deelneming vooraf: lang haar eraf, stropdas om en een tientje op zak
Arno A. W. van Oort - beatfanbekeerder
Arno A. W. van Oort heet de nleuwe wonderdokter en hij is de eigenaar van hotel-cafe-restaurant Tivoli. Op de dag van zijn komst -vorig jaar 19 september- bracht hij er de beat tot zwijgen.
Hij ging grootscheeps verbouwen.
Dit is zijn plan:
Ik ga voorlopig eens per maand op zaterdagavonden speciale jeugddiners geven.
Diners-dansant.
"Voor een draaglijk prijsje, circa zes gulden zet ik de jongelui een diner voor en ik leer ze hoe ze een menukaart moeten lezen.
Een wijnhandelaar biedt elke keer gratis een glas wijn aan en houdt er een praatje bij.
Een sigarettenfabrikant zet op elk tafeltje een houdertje met verschillende sigaretten".
"Alle dansen zijn toegestaan. Fijne dansen zoals de tango en de foxtrot natuurlijk.
Een beatnummer mag er af en toe ook doorheen, hoewel je daar die lawaaigitaren weer voor nodig hebt. De jongelui moeten natuurlijk behoorlijk gekleed zijn -vandaar de eis van de stropdas, en ze moeten tevoren een tafeltje reserveren. Op het laatste moment binnenvallen kan niet.
Kortom: de jeugd kan bewijzen dat ze zich ook goed kan gedragen".

Filosofietje
De 42-jarige plannenmaker koestert de hoop een deel van Arnhems beatjeugd te grijpen met zijn idee.
Hij heeft daar zo zijn filosofietje over.
"Je moet die jongelui waardig behandelen. Als je agressief tegen ze doet, kun je een agressieve reactie verwachten.
Ik wil de goedwillenden als gewaarderde gasten behandelen en hun bieden wat zij in hun hart eigenlijk willen: respect, begrip voor hun opvattingen, hen beschouwen als volwassenen met innerlijke beschaving die weten hoe zij met mes en vork moeten omgaan, hoe ze een menukaart moeten lezen en hoe ze een wijn kunnen appreciëren".

Tivoli, Velperweg 37, Arnhem
Het maakt duidelijk welke gevoelens van afschuw zijn deel werden bij zijn eerste confrontatie met het oude Tivoli, waar vetkuiven, beataanbidders, aspirant-provo's en jeugd van anderen huize elkaar op de stoep met fietskettingen en einden hout plachten af te tuigen.
De avond voor zijn intrede als baas verkende hij het terrein.
Hij kan er nog van rillen. Alleen fluisterend erover spreken:
"Die beatclub, ik zal de naam maar niet noemen, want ik krijg nog dreigbrieven, had een of andere kerel weggehaald uit Engeland of Schotland, en horen en zien verging je. En ik heb ze wel uit de orkestbak gehaald, meneer. Meiden van veertien, zestien jaar die daar met die knullen aan de gang waren op een manier waar je u tegen zei.
Ze deelden er gewoon de pil uit. Toen heb ik gezegd: Eruit en nooit meer erin. Ze moesten wel, want ik ging verbouwen. Dat was ook hard nodig, want hierbinnen was het een soort vooroorlogse toestand, alles verouderd en verwaarloosd".

De verbouwing kreeg dezelfde energieke aandacht als de beatafdrijving.
Arno van Oort, voor het eerst van zijn leven horeca-exploitant na 28 jaar internationale portiers- en kelner-carrière verliet zijn herenhuisje en trok in boven zijn zaak, die hij snel nieuw (burgerlijk) leven inblies. Na de verbouwing heb ik gezegd: "Goed, wat doe ik nu voor de jeugd. Ik begon links en rechts wat te polsen onder de leerlingen van nabijgelegen scholen die hier zowat elke dag komen. Een soort opinie-onderzoekje.
Nou en er bleek wel belangstelling te bestaan voor mijn plan. Als het aanslaat, ga ik het twee keer per maand doen en later misschien wel iedere week.
Ik kan tachtig jongelui hebben, meer niet. Met dat aantal is het net nog prettig en gezellig. En ze mogen allemaal komen, als ze er maar netjes uitzien".

Aflopende zaak
En de beat, waar bleef sinds 19 september de beat?
Hij huivert even, knippert achter zijn zware bril en fluistert nog zachter dan gewoonlijk vanachter zijn hand: "D'r zijn nu twee centra voor beatfeesten. De exploitanten daarvan zitten nu met de rotzooi. Maar het is toch een aflopende zaak, hè, dat soort muziek. De jeugd wil in haar hart toch wat anders".
Volgende maand zwaait de deur van zijn onherkenbaar opgeknapte exbeatzaal weer open.
It's all over now.
(De Vallei, 3 april 1967)

donderdag 6 maart 2014

DE VREDESMARS

Veenendaal is wat waarneming in eigen plaats betreft onbekend met het provo-probleem.
Er mogen tijdens Lampegietersavond hier en daar wat klappen vallen, maar happenings en rookbommetjes zijn onbekende verschijnselen in de Veenendaalse straten.
Ook het eigentijdse verschijnsel protest-mars is tot dusver nooit opgevoerd.
Vandaar dat het initiatief van een aantal jongelui om op zaterdag 22 april een protestmars te organiseren tegen alles wat met geweld te maken heeft, een primeur betekent.
De 20-jarige student in de economie, J. Schellevis, en zijn secondanten gaan er niet bij te keer.
Zij willen een positieve uiting om de mensen tot nadenken te stemmen en hebben de medewerking toegezegd gekregen van de plaatselijke autoriteiten.
Aan het eind van de mars zal de gemeente een monument worden aangeboden.

NADENKEN OVER VREDE
Organisatoren: "Wij zijn tegen iedere vorm van geweld"
Grote vredesmars en aanbieding monument

Op zaterdag 22 april zal in Veenendaal een vredesmars worden gehouden.
Bovendien zal aan het eind van die mars, op het plantsoen aan de Industrielaan, aan de gemeente Veenendaal een vredesmonument worden aangeboden, dat ontworpen en uitgevoerd is door de organisatoren van de voor Veenendaal unieke gebeurtenis. Het doel van de mars en het monument is de mensen, en dan speciaal de Veenendalers, aan het denken te zetten over oorlog en vrede.

Goedkeuring van autoriteiten
J. Schellevis, 20 jaar, student economie te Rotterdam is de grote initiatiefnemer.
In februari van dit jaar kwam hij op het idee en is hij meteen gaan zoeken naar medewerkers.
Samen met Jan Aantjes, Jos van Veldhuizen en Hans Blankestein heeft hij het plan aan de burgemeester en de politie voorgelegd.
"Ze konden natuurlijk niet weigeren, maar ze zeiden wel, dat we het beter niet konden doen en dat het toch geen nut zou hebben", aldus Schellevis. "Maar we hebben geen enkele tegenwerking gehad".
Hij vertelt verder dat achter dit protest geen enkele politieke partij zit en dat het ook niets met provo's te maken heeft: "Het gaat ons er alleen om, de mensen aan het denken te zetten, ze wakker te schudden.
We geloven, dat de protestmars in dat opzicht zeker zal slagen. Het is helemaal nieuw voor Veenendaal. Als je elke dag protesteert heeft het geen effect meer, maar hier is het een gebeurtenis".

De mars zal een rustig verloop hebben. Men heeft volledige toestemming, voert alleen leuzen mee, die eerst door de Veenendaalse politie zijn goedgekeurd en bovendien gaat het niet om sensatie maar om het doel.
Daarom zegt de heer Schellevis ook: "De zogenaamde meelopers kunnen thuisblijven. Het is natuurlijk wel handig een dergelijk stel in een mars mee te nemen, het heeft meer effect, de mars is groter, maar we willen alleen mensen die werkelijk tegen de oorlog zijn of beter: tegen alle geweld, tot burenruzies toe".
Is niet iedereen daar tegen?
"Ja, daarom zou ook iedereen mee moeten lopen. Maar de meesten hebben er gewoon nog niet zo over nagedacht. Bovendien zullen de meeste Veenendalers wel denken, dat het alleen voor jongeren is en dat het iets met provo heeft te maken, maar dat is beslist niet zo.
Iedereen kan meedoen". Het wordt de deelnemers dan ook erg gemakkelijk gemaakt.
Men kan zich opgeven maar men kan op de bewuste dag ook zonder meer in de rij aansluiten.
Waartegen wordt nu precies gedemonstreerd?
"Tegen elke vorm van geweld", antwoordt de heer Schellevis.
De mars is niet te vergelijken met de bekende anti-Vietnam marsen.
Het is geen mars tegen een bepaalde oorlog, maar tegen elke oorlog en natuurlijk zit daar ook een element van protest tegen Vietnam in.

Monument
De mars is terdege voorbereid. De commissie heeft uren met hoofdinspecteur W.C.H. Dekker gesproken en verder heeft men spandoeken en affiches gemaakt die op zo veel mogelijk plaatsen in Veenendaal zullen worden opgehangen.
dr. Slotemaker de Bruïneplein
"We denken aan beatclubs en scholen, alleen is het voor het laatste natuurlijk moeilijker om toestemming te krijgen".
Bovendien hebben de organisatoren een staalconstructie gemaakt die een symbool voor de vrede voorstelt.
"Aan het eind van de mars zullen we dit symbool aan de gemeente Veenendaal aanbieden.
Het is te hopen, dat de burgemeester aanwezig zal zijn en dat hij het symbool zal accepteren".
In de constructie zitten raderen verwerkt en prikkelraad die het idee van de oorlog moeten opwekken en vooral, natuurlijk, het afschrikwekkende ervan.

J. Schellevis vertelt nooit eerder aan een dergelijke demonstratie te hebben meegedaan.
Het is ook niet de bedoeling een commissie te vormen, die meer van dergelijke demonstraties zou moeten organiseren."Mocht in de toekomst blijken dat de mars niet heeft geholpen, dan zullen we het nog een keer doen. Maar er zit dus niets van een organisatie achter. Het is maar voor één keer".
Wel bestaat de mogelijkheid dat, als de mars bijzonder goed slaagt, men een Teach-In of iets dergelijks zal organiseren.
Maar voorlopig gaat het alleen maar om die ene mars.

Route
De heer Schellevis heeft nog geen enkel idee hoeveel mensen er aan mee zullen doen.
"Ik hoop alleen zoveel mogelijk".
Wel kan hij vertellen hoe de route van de mare zal zijn.
"We starten op het Dr. Slotemaker de Bruïneplein, gaan dan door de Klaas Katerstraat, Patrimoniumlaan, Kerkewijk, Hoofdstraat, Hoogstraat, Verlaat, Valleistraat een deel van het Schrijverspark om uit te komen op het grote plantsoen, aan de Industrielaan".
Daar zal de heer Schellevis dan een toespraak houden waarin hij oproept voor de vrede en daar zal dan ook het monument worden onthuld.

"Nogmaals", besluit de heer Schellevis: "Iedereen kan meedoen, jong en oud. Het kost niets. Men hoeft niet bang te zijn uiteengeslagen te worden, we hebben toestemming".
De enige voorwaarde is, dat men tegen geweld en voor de vrede moet zijn!

Kalme vredesmars door centrum van Veenendaal

Zaterdagmiddag vertrok van het dr. Slotemaker de Bruïneplein een kleine groep demonstranten, die samen de vredesmars vormden. Voorop de politie op de motor met zijspan, gevolgd door een bakfiets waarop enkele kinderen hadden plaatsgenomen en daarachter een groepje van een kleine twintig demonstranten, voor het merendeel jongeren, die leuzen met zich meedroegen met het doel de Veenendalers aan het denken te zetten over oorlog en vrede.
De mars verliep ordelijk. Op verschillende plaatsen langs de route hield de politie met en zonder uniform, een oogje in het zeil.
Langs de kant oudere Veenendalers die het schouwspel zonder commentaar aanschouwden.
Voorts wat lachende jongelui en opgewonden kinderen, die het weer eens wat anders vonden dan Lampegietersavond.
De meegevoerde leuzen schreeuwden: "Defensiemiljarden naar Ontwikkelingshulp", een wat minder vredelievend "Vecht voor vrede" en "As 't effe kan: Ontwapenen".
Aan de leuzen werd kracht bijgezet door het zingen van "We Shall Overcome".
De organisator van dit alles, de 20 jarige student in de economie J. Schellevis, was tevreden: "Het gaat ons niet om het aantal meelopers, maar alleen om het gebeuren, waardoor de Veenendalers ongetwijfeld aan het denken zijn gezet." 
Aan de reacties van de Veenendalers te zien, was het effect waarschijnlijk toch groter geweest als er meer demonstranten waren geweest.

Bij het eindpunt van de mars, die via de Patrimoniumlaan, Kerkewijk, Hoofdstraat, Hoogstraat, Valleistraat en Schrijverspark op het terrein voor het O.C.B.-gebouw uitkwam, stond een
De markt
"vrijheidsmonument", dat de organisatoren aan de gemeente Veenendaal wilden aanbieden.
De symbolische constructie werd echter niet geaccepteerd. "Sterker nog", zei de heer Schellevis, "we wilden het ding onthullen op het plantsoen bij de Industrielaan, maar dat mocht niet. Nu mochten we per gratie het monument hier neerzetten, als we het na de mars maar meteen weer mee naar huis namen".
Dit hebben ze gedaan.

Na een korte speech van de organisator, waarin hij de demonstranten bedankte en de hoop uitsprak, dat de mars resultaten zou opleveren, werd de stalen constructie op de bakfiets gezet en samen met de spandoeken en borden naar de Rembrandtlaan vervoerd, waar zij in de tuin van de heer Schellevis belandde. De staalconstructie bestond uit enkele gekleurde buizen, een wiel en een rad: "Dat is het vuil van de oorlog", zei een bebaarde toeschouwer, die er kennelijk wat meer van wist.
 "Kijk, die gekrulde strook daar is een bezem. Daar willen ze mee zeggen dat ze de boel willen schoonvegen. Het vuil gaat voor de bezem".
(De Vallei, 24 april 1967)

woensdag 5 maart 2014

OVERBERG - CLUB 500

Club 500 biedt verzorgd programma in Kamp Overberg

Voor de eerste maal in dit jaar heeft Club 500 (de voormalige Stichting voor Gehandicapten) afgelopen zaterdag weer acte de présence gegeven, wat wel gewaardeerd werd, gezien de goed gevulde zaal.
Na een welkomstwoord en korte uiteenzetting door de organisator, de heer Lohuizen, opende en sloot een gitaarcombo uit Driebergen onder de naam Les Mystères het programma.
Ook tussentijds traden zij meerdere malen op.

De leider van deze band, de heer Canu, deelde desgevraagd mede, dat hun combo meer keren aan "de springplank" hadden meegewerkt en hun wensdroom is éénmaal tot de professionals te behoren.
Zij lieten in de eerste helft van het repertoire hoofdzakelijk beatmuziek horen, maar de tweede helft kenmerkte zich door het geven van voor dit soort muziek geschikt gemaakte bekende volksliedjes met beat-ritme.

Les Mystères zoals zij j.l. zaterdag optraden
in Kamp Overberg.
Voor dit genre was het ongetwijfeld muziek van goed gehalte, helaas stonden de versterkers niet goed afgesteld. Opmerkelijk was de zeer goede presentatie.
Beschaafd en zonder de gebruikelijke lange haren.
De jongste uit de groep is de veelbelovende, nog maar 12-jarige drummer, die een solo nummer weggaf.
Resumerend kan gezegd worden, dat deze jongens veelzijdiger zijn dan de doorsnee beatgroepen.

Verder liet het voor muziekminnaars geen onbekend vocaal duo The Douma Sisters weer van zich horen. Mooie zuivere stemmen, die duidelijk naar voren kwamen, omdat de gitaarmuziek als begeleiding op de achtergrond bleef.
Vooral in het Oostenrijkse volksliedje "Nach meiner Heimat" kwam de juiste tonatie tot uiting.
Het geheel was een lust om naar te luisteren.
Het viel dan ook niet te verwonderen, dat een luid applaus hun deel werd.

Hadden Les Mystères hun vingervlugheid op het instrument getoond, de bij het gezelschap behorende goochelaar, Richard Ross uit Amsterdam, deed daar niet voor onder. Met dit verschil, dat hij goochel- inplaats van muziek-instrumenten gebruikte. Wat hij hier allemaal mee uithaalde zou te ver voeren om het op te noemen.

Na afloop werden de artiesten lof toegezwaaid door de directie onder aanbieding van een bloemetje en rokertje, als bewijs van erkentelijkheid.
(De  Vallei, 18 januari 1966)

CLUB 500 PRESENTEERT

De Stichting voor Gehandicapten, die reeds talloze malen geheel belangeloos uitvoeringen heeft verzorgd voor die grote groep van mensen, die zelf niet in staat zijn voor ontspanning te zorgen, treedt thans op onder de naam Club 500.
Na reeds 96 uitvoeringen dit jaar hebben de jongens van Kamp Overberg en belangstellenden j.l. zaterdagmiddag weer kunnen genieten van een goed verzorgd programma.

Na opening door de directie gaf de organisator, de heer Lohuizen, een korte uiteenzetting over de aan te bieden muzikale schotel en de hoge kosten, die het vormen van een beatgroep met zich meebrengt.
Bob Revvel, met als zanger Robert Long
(in zwart pak)
De eerste klanken, waarmee de zaal gevuld werd, waren afkomstig van de beat-band Bob Revvel and the A-ones, bestaande uit drie gitaristen, drummer en een zanger.
Men kon direct merken, dat ze niet voor het eerst optraden.
Goed op elkaar ingespeeld en zeker van zichzelf.
De nummers werden zonder enige aarzeling en daardoor vlot ten gehore gebracht.
Jammer dat enerzijds door waarschijnlijk te hard gestelde versterkers en anderzijds de slechte accoustiek van de zaal, de zang gedeelteIijk verloren ging.
Iets meer aandacht hij de voordracht zou niet overdreven zijn.

Ter afwisseling van het muzikale gedeelte toonde de goochelaar Janito uit Zwanenburg enkele goocheltrucs uit zijn ongetwijfeld veelzijdig goochelrepertoire.
Hierna trad Anne Monster uit Oostvoorne, Neerlands 1e protest-zangeres, op.
Zij zong haar zelfgemaakte liedjes, zichzelf op gitaar en mondorgel begeleidend.
Verschillende mistoestanden in de maatschappij hekelde zij op een verfijnde manier.
Jammer, dat haar schroom en aarzeling nog merkbaar waren, iets waar veel artiesten in het begin mee kampen. Wordt zij dit de baas, dan zal dat zeker het geheel ten goede komen.
Het volgende punt van het programma vormde het zangduo uit Utrecht Changin' Subjects, twee jongens, waarvan er één op een gitaar begeleidde.
Hun liedjes, welke een mengeling vormden van beat en het vroegere rock en roll, zong dit tweetal op pittige wijze. Duidelijke en goed in elkaar overvloeiende stemmen, waardoor het prettig was om ernaar te luisteren. Vooral bij het liedje "If you don't look around" was het genieten geblazen.

Nadat de artiesten nog enige malen hadden opgetreden, zorgden The A-ones voor het nagerecht. Hierbij was de verhouding muziek-zang veel beter, en gaven deze veelbelovende jongelui blijk door hun prestaties over muzikale kwaliteiten te beschikken.
Na een dankwoord door de directie, hetwelk zijn vertolking vond in de aanbieding van een bloemetje en versnapering gaven The A-ones nog een toegift
(De  Vallei, 27 september 1966)


Kamp Overberg, wat was dat?

Passantenkamp Overberg was een onder de directie Kinderbescherming van het ministerie van Justitie resorterend centrum voor ontspoorde jongens en lag aan de Dwarsweg te Overberg (gemeente Amerongen).
Observatie- en Opvangcentrum "Kamp Overberg"


dinsdag 4 maart 2014

DE INSTUIF 1970

WIM FELIX VERLAAT DE INSTUIF

De jongeren grepen de inspraak hier veel te gretig aan

Op 16 september a.s. vertrekt de waarnemend hoofdleider van Stichting Jeugdwerk De Instuif, de heer Wim Felix (28), van Veenendaal naar Nijverdal.
In deze gemeente gaat hij optreden als adviseur op het maatschappij-culturele vlak.
Ruim drie jaar is de, in Den Haag geboren Felix, in Veenendaal werkzaam geweest.
Hij startte als jeugdleider, maar toen hoofdleider v.d. Schee elders een baan in het jeugdwerk accepteerde, werd hij waarnemend hoofdleider in Veenendaal.
Hij heeft een verschrikkelijk moeilijk jaar achter zich, waarin hij veel nieuws tot stand bracht, veelvuldig met problemen werd geconfronteerd, maar ook veel heeft geleerd.

Wim Felix
"Zonder overdrijving kan ik stellen dat het voor mij een erg zwaar jaar is geweest," zegt jeugdwerkleider Wim Felix. "Met vele problemen, inderdaad".
De 28-jarige man zit handenwringend aan een werktafel in een lokaal van het gebouw aan de Sandbrinkstraat en maakt een ietwat nerveuze indruk.
"De meeste problemen heb ik in overleg met het stichtingsbestuur kunnen oplossen, maar voor veel moeilijkheden moest ik zelf een uitweg vinden".
Felix doelt daarmee op de botsingen die ontstonden tussen de leiding en de Instuif jeugd toen hij overging tot inspraakverlening.
"Daar ben ik geweldig trots op, op die inspraak", aldus een onschuldig kijkende, maar gedecideerd formulerende Felix.
"Aanvankelijk veroorzaakte het een spanningsveld onder de jeugd, die veel te gretig gebruikmaakte van deze vernieuwing, maar langzamerhand ging men het steeds meer waarderen".

Bestuur: Felix 'n bekwaam man
De Veenendaalse Instuif-jeugd stond aanvankelijk perplex.
Zij was niet opgewassen tegen de ferme dosis medezeggenschap die Felix haar toeschoof en handelde in het begin alsof zij de lakens in het jeugdwerk uitdeelde.
Felix: "Veel te gretig grepen de jongeren de inspraak aan, en dat veroorzaakte uiteraard spanningen".
Zijn gebrilde gezicht plooit zich in een brede lach als hij vertelt dat hem dat zelfs wel eens een flinke dreun van één van de jongens heeft opgeleverd.
Dagenlang rende Wim Felix daarna met een dikke kaak tussen zijn pupillen  door.
"Ach, maar zo'n voorval vergeet je gauw, temeer daar de jongen onmiddellijk zijn excuses aanbood".

Bewaarheid
Hij is ervan overtuigd dat het stichtingsbestuur bepaald niet ontevreden over hem is en op de afscheidsreceptie die de Stichting Jeugdwerk De Instuif hem deze week aanbood in hotel La Montagne is dat (in alle toonaarden) bewaarheid door de bestuurders.
De heer H. M. Zilstra: "Wim Felix is een zeer bekwaam man met een enorm grote inzet. Wij als bestuur zijn content over het afgelopen jaar, waarin hij -als waarnemend hoofdleider- belangrijke successen heeft geboekt. En we zijn echt zover dat we zeer optimistisch voor het nieuwe seizoen staan".
De taak van Felix wordt dan overgenomen door de uit Emmercompascuüm afkomstige hoofdleider v.d. Spek.
Wim Felix verhuist medio september naar Nijverdal, waar hij een baan als NVN-adviseur heeft aangenomen.
Hij komt in dienst van de drie landelijke organisaties Maatschappij tot Nut van het Algemeen, de Bond van Nederlandse Volksuniversiteiten en het NIVON (Nederlands instituut voor Volksontwikkeling en Natuurvriendenwerk.

30 afdelingen
In Overijssel zijn ongeveer 30 afdelingen van het NVN en Felix gaat zich onder meer bezighouden met het geven van cursussen, filmvoorstellingen en beleggen van discussie-avonden. Ook op het gebied van de wijkgemeenschap wordt de nieuwe NVN-functionaris actief.
"Ik heb nooit gestreefd naar het hoofdleiderschap van De Instuif", biecht Wim Felix, die in Driebergen de Sociale Academie heeft bezocht, bescheiden op.
"In september van het vorige jaar, toen bekend werd dat van der Schee zou vertrekken, was er geen andere oplossing dan dat ik waarnemend hoofdleider zou worden voor één seizoen.
Die periode is voor mij geen sinecure geweest, doch ik heb verschrikkelijk veel geleerd".
Hij praat vervolgens geruime tijd, over de inspraak die hij met name de oudere jeugd schonk en noemt daarvan als voorbeelden onder meer de inrichting van de grote zalen, het gezamenlijk beslissen over bepaalde vraagstukken en discoclub De Pomp.

Geen verschillen
Felix gelooft niet dat er duidelijke verschillen vallen te bespeuren in de mentaliteit van de Veenendaalse en andere jeugd.
"Voor mijn opvolger zie ik grote mogelijkheden liggen bij De Instuif.
Mijn vertrek zal dan ook niet remmend werken op de procedure van  de inspraakverlening, die nog loopt", is zijn mening.
Er moet volgens hem nog meer medezeggenschap komen en daar kan de heer v. d. Spek op gaan voortborduren.
"Het is onontbeerlijk dat de nieuwe hoofdleider op deze basis verder gaat, want iets dergelijks is niet meer te stoppen.
Het moet natuurlijk wel binnen redelijke proporties bljven allemaal."
(De Vallei, 29 augustus 1970)

VEENENDAAL LOOPT DUIDELIJK ACHTER OP RECREATIEF GEBIED

J. van der Spek, hoofdleider De Instuif 

"In feite heb ik het recht niet om nu al te oordelen over Veenendaal, omdat ik hier pas ben neergestreken maar mijn eerste indrukken zijn wel dat deze gemeente duidelijk achterloopt op recreatief gebied".
De nieuwe man van de Stichting Jeugdwerk De Instuif, hoofdleider Jan van der Spek (40) benadrukt druk gesticulerend en nog drukker pratend dat hij "bepaald niemand wil schokken", doch het bovenstaande is wel zo ongeveer zijn mening over het Veen.
Jan van der Spek
"In Emmercompascuüm, waar ik zes jaar heb gewerkt, had de jeugd nog een bioscoop, cafetaria's en weet ik allemaal wat en dat voor een gemeente met 8500 inwoners
Maar in Veenendaal is dat alles er niet. En dat verbaast me een beetje, want we hebben hier toch te maken net een gemeente van 30.000 inwoners".
"Kijk", zegt heer Van der Spek "neem nou het feit dat er op zondag zo weinig is te doen. Mijn eerste reactie is dat je begrip moet tonen voor een bepaalde geloofsovertuiging die daarmee onverbrekelijk verbonden is, maar aan de andere kant moeten die mensen weer begrip kunnen opbrengen voor de jeugd van 1970, die óók op zondag op zoek is naar een leuke vrijetijdsbesteding. Dat moet je gewoon onder ogen zien, want zo liggen de zaken".
Veenendaal is bezig de status van dorp te ontgroeien en is op weg naar het "stad zijn", maar op de keper beschouwd is het nog een echt dorp.
Dat groeien naar een stadsidee gebeurt met vallen en opstaan"
Ik ben hier gekomen voor de jeugd en ik ga die jeugd ook helpen. Ik zal me zoveel mogelijk aanpassen aan de jongeren en als zij dat van hun kant ook doen, dan moeten we iets goeds tot stand kunnen brengen. Iets dat zoveel mogelijk is aangepast aan deze tijd.

Stortvloed
Jan van der Spek, laat een stortvloed van voorden over je heen komen.
Aan de lopende band is hij aan het woord, gestuwd door zijn spontaniteit en hij wacht nauwelijks op de reacties van zijn gesprekspartner.
Hij is het type van de ongecompliceerde Amsterdammer met een aperte mening over verschillende zaken die hij enigszins dogmatisch naar voren brengt.
De heer Van der Spek heeft al vijftien jaar "met de jeugd te maken".
Hij bezocht in de hoofdstad de Sociale Academie en werkte tot 1964 met de Amsterdamse jeugd.
In dat jaar kreeg hij langzamerhand genoeg van de 'Amsterdamse lieverdjes',  zoals hij het zelf formuleert en zocht een baan op het platteland.
"Ik betrapte mezelf erop dat ik geïnteresseerd raakte in de plattelandsjeugd, waarvan ik veel had gehoord en die zich op bepaalde terreinen zo sterk zou onderscheiden van de stadsjeugd. Dat wezenlijke verschil wilde ik ondervinden en vandaar dat ik met mijn gezin naar Emmercompascuüm trok om daar in het jeugdwerk te duiken. Welnu, dat verschil was er inderdaad, zeg! Qua opvattingen, qua mentaliteit, qua manier van optreden".
"Maar als je nu de jeugd van Emmercompascuüm vergelijkt met die van Veenendaal stuit je opnieuw op verschillen.
Dat zal wel zo blijven ook. Trouwens het wordt voor mij in het Veen -daar kom ik nu ook vandaan- toch helemaal anders.
In Emmercompascuüm ben je als jeugdleider zo'n beetje de dorpsfiguur, die overal wordt bijgeroepen en overal bij wordt ingeschakeld, terwijl je je hier gaat toeleggen op de jeugd: de zaak is hier dus meer afgebakend"

Nieuwe staf
Hoe gaat hij in Veenendaal werken?
"De hoofdzaak voor mij is dat ik de jeugd -en heus niet alleen de oudere, maar zeker ook de kleinere- een goed stuk vrijetijdsbesteding bied. Dat doe ik in samenwerking met een vrijwel geheel nieuwe staf die zich voor de volle honderd procent wil gaan inzetten voor deze taak. 
De Instuif moet weer een begrip worden en niet iets zijn waar je maar onderdak zoekt, omdat er verder niets bestaat in deze gemeente. 
Maar het moet volstrekt niet zo worden dat De Instuif alleenzaligmakend is. 
Wanneer er bijvoorbeeld horeca-ondernemers zijn die zelf initiatieven nemen om voor de jeugd een ontmoetingscentrum te creeëreren, dan juich ik dat alleen maar toe. Je moet er namelijk van uitgaan dat de jeugd ook wel eens wat anders wil".

Zijn voorganger Felix had nogal wat moeilijkheden bij De Instuif doordat de jongeren de inspraak die hij hun toeschoof wat al te kras interpreteerden, hoe ziet hij dat?
"Het jongerenbestuur wordt uiteraard gehandhaafd. Die inspraak blijft ook omdat we nu eenmaal graag willen en moeten samenwerken.
Dat -ik heb er al veel over gesproken met de jeugd- moet dan gebeuren in alle redelijkheid en eerlijkheid.
Maar bij mij moeten er geen misbruik van gaan maken want dan zijn ie aan het verkeerde adres. Ik wil graag in overleg met anderen besluiten nemen, maar dan geen poespas".

Heer en Meester
"Ik heb bijvoorbeeld de indruk dat de oudere jeugd van De Instuif zich heer en meester voelt hier, maar ik zal de jongens en meisjes toch snel even duidelijk maken, dat ze een deel van het geheel zijn. Dat moeten ze zich realiseren".
De heer Van der Spek gaat veel mankracht besteden aan de verschillende (jongeren) jeugdclubs van de Instuif  en ook de mogelijkheden voor de ouderen worden uitgebreid
"Voorlopig gaan we om de week op zaterdag en zondag de club Bieb-bieb weer openstellen -die is bijna  een jaar gesloten gewenst- en ook discoclub De Pomp gaat weer op volle toeren draaien. Wat mijn staf en ik echter nog wel kunnen gebruiken zijn vrijwillige medewerkers.
In Emmercompascuüm had ik vele medewerkers uit alle lagen der bevolking en mijn wens is dat we dat ook in Veenendaal kunnen verwezenlijken.
Dat stimuleert namelijk enorm en is ook voor de vorming van de jeugd erg goed".
(De Vallei, 8 september 1970)

maandag 3 maart 2014

ITALIAANSE BEAT OP KOUDE MARKT

I FANNULLONI TRAD OP IN VEENENDAAL

Ondanks de barre kou en de bewolkte hemel waren gisteravond (3 juni 1969) zeer veel jongeren naar de Markt in Veenendaal gekomen om te kijken en te luisteren naar de Italiaanse beatgroep I Fannulloni, die vanaf half negen optraden.
De winkeliersvereniging Handel en Nijverheid had deze groep van in Nederland wonende Italianen gecontracteerd voor een optreden in het kader van de Italië-Week.
I Fannulloni
De muziek van I Fannulloni deed dikwijls sterk denken aan die van de Mama's and The Papa's, vooral dankzij de gave koorzang van de twee zangeressen Nevila Bearzatta (18) en Diana Bruna (18).
De beatgroep, die uit drie jongens en drie meisjes bestaat speelde, naast Italiaans repertoire, ook vrij veel Engels-talig hitwerk.
Die nummers (o.a. Bungalow Bill van The Beatles en Shake van de The Small Faces) gingen er uiteraard bij de Veenendaalse jeugd nog beter in.
Delio Bearzatto, Jan Buteyn, Bert Oerlemans en Marlena Cristofoil vormen samen met de twee zangeressen de groep.
Zij zijn kinderen van gastarbeiders uit Den Haag en wonen reeds vele jaren in Nederland.
Sologitarist-zanger Delio Bearzatto vertelde dat alle bandleden nog op school zitten.
"We blijven een amateur-groep. Meestal treden we op ter opvrolijking van Italiaanse feesten. Daarom spelen we overwegend Italiaans repertoire."

Dat Italiaanse repertoire bestond overigens voor een groot deel uit vertaalde Engelse hits.
Zo werd bijv. "California Dreamin'" (Mama's and Papa's) herdoopt in "Sognando California".
Dit gebruiken van vreemdtalige composities is echter kenmerkend voor de Italiaanse popmuziek, die eigenlijk vrijwel niets belangrijks heeft voortgebracht.

De Italiaans-Haagse groep wist met haar optreden de Veenendaalse jeugd wel te boeien.
In de pauzes vond het verlangen zich iets op te warmen echter een uitweg in wat baldadigheid.
Het grote gele spaarvarken voor de nieuwe Nutsspaarbank werd omgekanteld en hier en daar werd een voorzichtig vuurtje gestookt.
Van noemenswaardige incidenten was echter geen sprake.
De aanwezige politieagent had een rustige avond.
(De Vallei, 4 juni 1969)